Werken aan eenheid

van gereformeerde - 3FvE of WS - kerken en groepen in Nederland e.o.

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home Wat is gereformeerd? De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel 2 (1944-1990)

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel 2 (1944-1990)

E-mailadres Afdrukken PDF
Gebruikerswaardering: / 11
LaagsteHoogste 

Versie -16/11: Toegevoegd: deputatenrapport 1967 beoordeling Westminster Confessie door ds. P. van Gurp en ds. C. Stam.

PS: Ik heb wel alle Reformatie jaargangen, maar niet het blad Dienst 1957 nr. 10/12 - Zojuist al bericht ontvangen van een broeder die mij deze doet toekomen.

Waarom zo uitvoerig geschreven over de Westminster Confessie?
Op de laatstgehouden synode (Groningen 2014-2015) van DGK heeft een meerderheidsrapport en een minderheidsrapport gediend van deputaten BBK over de Westminster Confessie. In het meerderheidsrapport stellen deputaten:

  • dat de Westminster Standards (dus inclusief en ook met name genoemd de Westminster Confessie)  niet in alle onderdelen geheel overeenstemt met de Heilige Schrift;
  • dat kerken die een relatie met elkaar aangaan (dus ook een zusterkerkrelatie met een buitenlandse kerk) een gemeenschappelijke grondslag aannemen;
  • dat contacten met buitenlandse kerken met de Westminster Standards alleen mogen worden gecontinueerd als die kerken de Westminster Standards vervangen door de Drie formulieren van Eenheid OF een aantal passages te wijzigen of te vervangen. Zo niet, moet het contact worden beëindigd.

Maar volgens het minderheidsrapport

  • is het nog nooit voorgekomen dat de gereformeerde kerken aanpassingen eisten van de presbyteriaanse kerken;
  • zou het inruilen van de Westminster Standards voor de Drie Formulieren van Eenheid een miskenning betekenen van de weg die de Heere met de presbyteriaanse kerken is gegaan;
  • is het belijden overeenkomstig de Westminster Standards nooit een verhindering geweest om een zusterkerkrelatie aan te gaan. Dat is al begonnen in de kerken van de Afscheiding;
  • als de kerken instemmen met het meerderheidsrapport, zouden zij zich wereldwijd in een isolement begeven zonder dat dat door de Schrift wordt aangewezen.

De Synode heeft geen enkel voorstel overgenomen, maar besloten om beide rapporten als studierapporten te gebruiken bij contacten met buitenlandse kerken die deze geloofsbelijdenissen hebben.

In deze artikelenreeks gaan we na wat er in de gereformeerde kerkgeschiedenis werkelijk is geschreven over en omgegaan is met (kerken met) de Westminster Confessie. En we gaan kijken naar mogelijke verschillen tussen de leer van de Drie Formulieren van Eenheid en de Westminster Confessie, en hoe daar mee omgegaan zou kunnen worden.
Er wordt geschreven vanuit een onafhankelijke (want: alleen gebonden aan Gods Woord), onbevooroordeelde positie. Bovendien is er geen sprake van belangenverstrengeling.

Ds. P. van Gurp - foto Refdag

Ds. P. van Gurp en ds. C. Stam hebben in de jaren 60 de Westminster Confessie beoordeeld en stelden vast dat de Westminster Confessie een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift is. Deze dominees hebben de Westminster getoetst in hun functie van deputaten van  de particuliere synoden van Groningen 1965 en 1966.

Toen was dr. Van Gurp ongeveer een halve eeuw jonger dan op deze foto.

Uitnodiging Oecumenische Synode in 1948 afgewezen, o.a. wegens tegenstrijdigheden in haar belijdenisgeschriften

De Gereformeerde Kerken in Nederland (GKv) werden uitgenodigd om deel te nemen aan een Oecumenische Synode van Kerken van Gereformeerde belijdenis die in augustus 1949 te Amsterdam werd gehouden. De synode wees de uitnodig af op de volgende gronden (zie m.n. 4.a.):

  1. de uitnodiging was gedaan door een synode van de 'Synodale Kerken' die niet op dezelfde grondslag stonden en niet dezelfde kerkorde naleefden;
  2. dat de Gereformeerde kerkorde geen 'Oecumenische Synoden' kent;
  3. er geen "oecumenisch kerkverband" mogelijk is tussen "kerken", die in hun eigen land niet in één verband leven;
  4. dat het verzoek tot deelname onaanvaardbaar is, omdat
    a. de grondslag, die voor de "oecumenische synoden" gesteld is door de z.g.n. "Eerste Oecumenische Synode", wegens de tegenstrijdigheden in de opgesomde belijdenisschriften, de onze niet kan zijn en
    b. de praeadviseurs een te grote macht hebben, zodat niet meer van een vergadering van afgevaardigden kan worden gesproken en
    c. de uitnodiging oneerlijk is, omdat afgezette ambtsdragers nu wel opeens bekwaam worden geacht oom de kerk over heel de wereld te dienen en te bouwen, en
    d. de uitnodiging oneerlijk is omdat buitenlandse kerken die eraan deelnemen de trouw gebleven Gereformeerde Kerken in Nederland licht en onverhoord hebben veroordeeld en
    e. het doel n.l. "handhaving van de zuiverheid van - en de reformatie in leer en leven" allereerst afhankelijk is van trouwe Woordbediening in plaatselijke kerken, van wie de ons uitnodigende kerken zijn afgeweken.

We zoomen even in op één grond (4.a.). De opgesomde Belijdenisgeschriften van de 'Gereformeerde waarheid', waren: de tweede Zwitserse Confessie. de Heidelbergse Catechismus. de Franse Geloofsbelijdenis. de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Westminsterse Confessie, de Dordtse Leerregels. de Negenendertig Artikelen".
De commissie die deze kwestie heeft onderzocht schreef over die tegenstrijdigheden van de verschillende belijdenisgeschriften:

  • verschillende geluiden van de opgesomde belijdenisgeschriften en een anders spreken door de Westminster over verbond en regering van de Kerk. Door deze afwijkingen is een gemeenschappelijke grondslag niet mogelijk.
  • Bij de uitnodiging werd vermeld dat door de verschillende vormen van kerkregering, niet als een fundamentele eis de nadruk kon worden gelegd op de eenheid van kerkelijk handelen. De Commissie reageerde daarop met: Dit verschil van kerkelijk handelen vindt zijn oorzaak in het verschil van belijden in de verschillende confessies. die daarom onmogelijk om haar tegenstrijdigheid voor álle deelnemers bindend kunnen worden verklaard.

De Synode heeft dus besloten om de uitnodiging af te wijzen en het verzoek tot deelname onaanvaardbaar te achten, o.a. omdat ze de grondslag niet kon aanvaarden vanwege de tegenstrijdigheden in de diverse belijdenisgeschriften van de Oecumenische Synode.
De afwijkingen omvatten de verschillende geluiden van de betreffende belijdenisgeschriften en een anders spreken door de Westminster over verbond en regering van de Kerk.
Vanwege het verschil van belijden in de verschillende confessies wordt gesproken van tegenstrijdigheid. Door deze tegenstrijdigheid is het onmogelijk dat de verschillende confessies voor álle deelnemers bindend kunnen worden verklaard.

Een niet gepubliceerde rede (1947) van prof. P. Deddens "Van Dordt naar Westminster?" Westminster=Hiërarchie volgens profs KS & PD

In 1947 droeg prof. P. Deddens zijn waardigheid over aan prof. C. Veenhof, na eerst een rede gehouden te hebben over het onderwerp: "Van Dordt naar Westminster?". Deze rede is, jammer genoeg, niet gepubliceerd. Deze rede zou misschien meer licht kunnen werpen op de houding van de toenmalige gereformeerden op de Westminster Confessie.
H.J. v.d. Kwast verwijst in Opbouw (1989) naar De Reformatie van 20 dec. 1947:

"Schilder schrijft zeer te hebben genoten van deze rede en vervolgt:

"Nu heeft prof. Deddens uitvoerig en overtuigend aangetoond dat 'Westminster' betekent: hiërarchie ",

Het is dus niet verwonderlijk dat vrijgemaakte kerken moeite hebben met het aanvaarden van de Westminster Confessie."

Prof. Greijdanus schrijft in 1957 over Westminster: "Het ongereformeerde in samenroeping, lastgeving en machtiging, had in deze als vanzelf een ongereformeerde uitwerking tot gevolg." Hij schreef dat in het blad Dienst 1957 nr. 10/12 - H.J. v.d. Kwast schrijft daarover in Opbouw (1989):

Nadat Greijdanus er op heeft gewezen dat in de Westminster ten onrechte gesteld wordt dat een synode of meerdere vergadering een eigen zelfstandige, onafhankelijke macht en bevoegdheid heeft, komt hij tot de niet mis te verstane uitspraak:

"Het ongereformeerde in samenroeping, lastgeving en machtiging, had in deze als vanzelf een ongereformeerde uitwerking tot gevolg. Wie de daad van Koning Willem I tot samenbrenging van een 'Synode' niet Gereformeerd heten en goedkeuren kan, kan de samenroeping der Westminster Synode, en haar aanwijzing, door wie en hoe een Synode samengebracht moet worden, ook niet als Gereformeerd en goed verklaren".

Greijdanus schrijft dat het de kerken zijn, die niet alleen predikanten, maar ouderlingen afvaardigen en het agendum van een synode opstellen. Citaat:

"Wel bestaan Classisvergaderingen en Synoden meestal uit ambtsdragers.
lnzover kan men ze noemen vergaderingen van ambtsdragers.
Maar deze zitten daar toch niet qua ambtsdragers, ofschoon wel in en met hun ambt, doch krachtens afvaardiging, last en taakopdracht van die hen gezonden hebben en als deze vertegenwoordigende ..."

NOG UIT TE ZOEKEN: De Synode van Dordrecht kwam toch ook in opdracht van de Staten-Generaal samen? Weliswaar een door de Nederduitse Gereformeerde Kerk belegde kerkvergadering van 1618 - 1619. Die Synode heeft toch geweldig veel gereformeerde vruchten voortgebracht!
En: in de huidige Westminster versie van de Orthodox Presbyterian Church (USA) is de wijze van samenroepen door de overheid niet zo vastgelegd.

Synode Amersfoort 1967: Westminster Confessie geen bezwaar voor kerkelijke correspondentie

Deze synode concludeert dat het geen bezwaar is om kerkelijke correspondentie aan te gaan met de Presbyteriaanse Kerk in Korea die de Westminster Confession als belijdenisgeschrift hebben.
En ze oordeelde dat De Gereformeerde Kerken in Nederland geroepen zijn de reeds bestaande contacten met The Presbyterian Church in Korea voort te zetten, om zo mogelijk te komen tot kerkelijke correspondentie naar de aangenomen regels. Maar de deelname van de Presbyterian Chuch in Korea aan de Gereformeerde Oecumenische Synode verhindert het aangaan van zulk een correspondentie. Bovendien is er nog geen helderheid van het Koreaanse besluit over een eventuele wijziging in de aangenomen Westminster Kerkorde.
De Synode besluit om een brief te sturen naar de Koreaanse kerk waarin ze haar dankbaarheid uitspreekt over de wens tot correspondentie en dat het lidmaatschap van de GOS niet kan samengaan met de correspondentie met De Gereformeerde Kerken in Nederland. En dat men wenst dat dit bezwaar op de eerstvolgende Koreaanse synode met voorrang wordt behandeld, zodat de huidige Nederlandse synode alsnog tot een definitief besluit kan komen.

De particuliere synoden van Groningen 1965 en 1966 hadden namelijk de generale synode verzocht om

  1. een onderzoek in te stellen naar de mogelijkheden van kerkelijke correspondentie met de Presbyteriaanse Kerk in Korea;
  2. deputaten te benoemen, die namens haar contact zullen oefenen met de kerken in Korea ter nadere wederzijdse kennismaking, vooral in zaken van confessie en kerkorde";

Ds. P. van Gurp en ds. C. Stam hadden als deputaten van de particuliere synoden van Groningen 1965 en 1966 de Westminster Confessie beoordeeld. De generale synode constateerde dat genoemde deputaten van de particuliere synode van Groningen 1966 na toetsing van de Westminster Confessie meenden te mogen vaststellen dat de Westminster Confessie een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift is. Ook al staan er zaken in waarvan het twijfelachtig is of die in een confessie thuishoren.
De generale synode had de beoordeling ook ontvangen, maar deze jammer genoeg niet opgenomen als bijlage bij de Acta.

Citaten van de conclusies uit het deputatenrapport over de Westminster Confessie van ds. P. van Gurp en ds. C. Stam:

Art. 1 - 11 ds. P. van Gurp:

We hebben in het voorgaande ons ertoe beperkt enkele bezwaren te noemen. Dat betekent dat we alles waartegen we geen bezwaren opperden, volkomen in overeenstemming achten met Gods Woord.
Wat de bezwaren betreft die we hebben genoemd: ze hangen samen met het feit dat de Westminster Confessie erg breedsprakig is, en verscheidene onderscheidingen en termen bevat die meer thuis horen in een dogmatiek dan in een kerkelijke belijdenis. In dit opzicht is de Ned. Geloofsbelijdenis verre te prefereren.
Echter, de gebreken die genoemd kunnen worden, betekenen toch niet dat Gods Woord pertinent weersproken wordt.
We kunnen dan ook instemmen met het oordeel van Ds Stam dat ook in dit eerste deel van de W.Conf. er een belijden is naar het Woord, een Gereformeerde Belijdenis.

Art. 12 - 21 ds. C. Stam:

in de artikelen 12 t/m 21 wordt de Schrift nagesproken.
Sommige dingen zouden wij allicht anders formuleren, maar we kunnen zeggen, dat in deze artikelen een belijden is naar het Woord, een Gereformeerde belijdenis.

Art. 22 - 33 ds. P. van Gurp:

Conclusie: rekening houdend met de critiek die we hier en daar moesten oefenen, menen we toch te moeten stellen dat deze geloofsbelijdenis geen obstakel is voor het aangaan van correspondentie met de Koreaanse Presbyteriaanse Kerken.

Hoogeveen 1969 - rapport Canadese deputaten over gesprekken met Orthodox Presbyterian Church (OPC)

Canadese deputaten hebben gesprekken gevoerd met afgevaardigden van de Orthodox Presbyterian Church (USA), o.a. over de verschillen in belijdenis. Puntsgewijs de reactie van de OPC:

  • De zichtbare en onzichtbare kerk zijn twee aspecten van de ene heilige katholieke kerk.
  • Meer of minder zuivere kerken = gradatie waarin een kerk waar of vals is.
  • In de OPC wordt geleerd dat kleine kinderen van gelovige ouders binnen het verbond zijn en moeten worden gedoopt. Ook al staat in de catechismus dat het verbond der genade werd opgericht met Christus en in Hem met alle uitverkorenen. De OPC heeft de veronderstelde wedergeboorte nooit aanvaard.
  • De Grote Catechismus is wel bindend, maar er wordt niet uit gepreekt en deze is onbekend bij de kerkmensen.
  • De ambtsdragers zijn aan de belijdenisgeschriften gebonden, de kerkleden hoeven de belijdenisgeschriften niet helemaal te kennen en ze hoeven er ook niet helemaal mee in te stemmen.
  • De synode is dan ook het hoogste regerende lichaam in de kerk. Echter, daar alleen die besluiten als bindend worden aangenomen, welke direct gegrond zijn op Gods Woord of op de kerkorde, is er geen gevaar voor hiërarchie.
  • Er is dus behoorlijk verschil tussen beide kerken waarover nog meer moet worden gesproken.

Diverse kerkelijke contacten met de volgende buitenlandse presbyteriaanse kerken t/m 1978

  • The Evangelical Presbyterian Church in Ierland
  • The Presbyterian Church in Korea
  • The Free Church of Scotland
  • The Reformed Church in Japan
  • The Reformed Presbyterian Church, Second Presbytery in Taiwan
  • Er wordt zelfs besloten om kerkelijke gemeenschap aan te gaan met Igreja Presbiteriana Evangélica do Sáo Paulo

Groningen-Zuid 1978 - regels voor correspondentie met buitenlandse kerken: erkenning van unieke historie van buitenlandse kerken

Op deze synode rapporteert een commissie over de regels voor correspondentie met buitenlandse kerken. Hierbij alvast de belangrijkste citaten daaruit. Deze geven een duidelijke weergave van hoe er gedacht werd over het onderhouden van relaties met buitenlandse kerken: (onderstreping door mij - JT)

3. De nieuwe phase sinds Amersfoort 1967.

Nu is het opvallend, dat de generale synode van Amersfoort met deze eerste aanvraag om kerkelijke gemeenschap door middel van correspondentie van een presbyteriaanse kerk wel in bepaalde opzichten in de lijn van haar voorgangsters ging, maar in andere opzichten ook een eigen, nieuwe weg heeft ingeslagen.

(...)

Daarin verschilt Amersfoort 1967 duidelijk van Amersfoort 1948. Immers, voor haar af-wijzing van deelname aan de G.O.S. noemde de generale synode van 1948, naast de sub 3-2 genoemde plaats van de synodale gereformeerde kerken in Nederland ook als één van de overwegingen: dat de grondslag van deze oecumenische synode de onze niet kan zijn wegens tegenstrijdigheden in de opgesomde belijdenisgeschriften (Acta art. 75 sub 3A).
De deze uitspraak voorstellende commissie noemde als bewijs: 'De Westminster confessie spreekt anders over het verbond en over de regering der kerk dan onze Nederlandse belijdenis-geschriften.' De generale synode van Amersfoort 1967 refereert zich echter aan het oordeel der deputaten van de Groningse P.S. 'dat de Westminster confessie een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift is'. (Acta art. 241 sub D.). Die was voor haar geen verhindering voor kerkelijke correspondentie. Hier gingen de Gereformeerde Kerken duidelijk een nieuwe phase in van correspondentie met buitenlandse kerken.

4. Evaluatie van de gegevens voor kerkelijke gemeenschap en contact.

4.1. Toen de synode van Amersfoort 1967 in onderscheid van haar voorgangster van 1948 het verschil tussen de Nederlandse belijdenisgeschriften en de Westminster confessie, die op enkele punten enigszins anders spreekt, geen verhindering voor kerkelijke gemeenchap en kerkelijke correspondentie achtte, bewoog zij zich in de gereformeerde lijn van de zestiende en zeven-tiende eeuw, zoals dit onder meer op de Dordtse synode is uitgekomen. De algemene kerk, die verspreid is over heel de wereld, is in alle tijden en plaatsen gebonden aan de universele waarheid van het Woord van God en zijn vergaderingswil voor prediking, sacrament, bediening en tucht. Maar daarbij heeft Christus zijn kerkvergadering doen plaats vinden in de historie van volken en landen, zodat de kerken een eigen historie hebben, naar de aard van volk en land en hun strijd tegen dwaling en verdrukking, die zich ook weerspiegelt in de wijze waarop ze de waarheid Gods in eigen confessies met eigen onvolkomenheid beleden hebben. Zo kunnen er tussen de particuliere kerken van verschillende plaatsen en landen ingrijpende verschillen zijn in inrichting, liturgische gebruiken (verg. art. 86 K.O.) en ook in regeringsvorm, terwijl men toch wezenlijk samenstemt in het belijden van de waarbeid Gods en het handhaven van de ware leer en het bedienen van de sacramenten. Al zijn er andere afspraken inzake het kerkelijk samenleven, erkent men dan toch Jezus Christus als het enig Hoofd, terwijl men niet wil afwijken van wat Hij verordend heeft (art. 32 N.G.B.). Zo hebben de Engelse presbyteriaanse kerken een geheel eigen historie, die zich weerspiegelt in hun kerkorde en in zekere zin ook in de Westminster confessie van 1648, die zich in zijn formuleringen sterk aansluit bij de eerste Engelse en Ierse confessies na de reformatie, maar ook rekening houdt met andere gereformeerde confessies, zoals onze Dordtse Leerregels. Dat dan in deze Westminster confessie (even-als in de catechismi) hier en daar enigszins anders gesproken wordt over verbond, kerkregering en kerk dan in onze Nederlandse confessies, kan reden zijn voor verder kerkelijk gesprek, maar geen verhindering voor kerkelijke correspondentie naar de aangenomen regels en ook niet voor het samenkomen in een Gereformeerde Internationale Synode. Dit laatste ligt duidelijk in de lijn van Amersfoort 1967. Deze synode heeft namelijk de 'Presbyterian Church in Korea', die de Westminster confessie heeft, als zusterkerk in de Here kerkelijke correspondentie aangeboden.

(...)

De goede voorzichtigheid naar art. 29 N.G.B. zal niet alleen doen letten op de uiterlijke merktekenen, maar ook op de historie, of het wettige vergaderingen van Christus zijn. Dat is ook essentieel in de regel van Berkel.

Samengevat: Christus vergadert zijn kerk ook in het buitenland. Die kerken hebben hun eigen historie die tot uitdrukking komt in een eigen confessie met eigen onvolkomenheid. Er kunnen zelfs ingrijpende verschillen zijn, terwijl men toch wezenlijk samenstemt in het belijden van de waarheid Gods en het handhaven van de ware leer en het bedienen van de sacramenten. Ook al zijn er andere afspraken over het kerkelijk samenleven, erkent men dan toch Jezus Christus als het enig Hoofd, terwijl men niet wil afwijken van wat Hij ons geboden heeft. En dat kan dus ook van toepassing zijn op kerken met de Westminster Confessie!
De synode heeft dit vastgelegd onder overweging d. van artikel 139 (pag. 52)

Arnhem 1981 - kritiek uit Zuid Afrika over correspondentie met Koreaanse presbyteriaanse kerk.

De aangevoerde punten van kritiek vanuit de Gereformeerde Kerken Zuid Afrika waren:

  • Afgevraagd werd of er wel door een nauwgezet en ernstig onderzoek is gebleken of deze kerken de gereformeerde belijdenis en kerkregering niet slecths hebben aanvaard, maar ook metterdaad handhaven;
  • inzake de gereformeerde leer werd gesteld, dat de Westminster Confessie niet dan na ernstig onderzoek een gereformeerde confessie zou mogen worden genoemd en zelfs dat gezien wat daarin over verbond, doop en kerk gezegd wordt, ze veeleer nietgereformeerd genoemd zou mogen worden;
  • of in de particuliere kerken wel inzake niveau van prediking, kerkbezoek en dergelijke voldoende tucht beoefend werd;
  • of de erfenis van de vrijmaking door deze besluiten van Amersfoort-I 967 en Groningen-Zuid-1978 niet disputabel gesteld was of losgelaten.

De deputaten beantwoordden dit met:

  • De Westminster Confessie is onder ons meermalen ernstig onderzocht ook voor en na Amersfoort1967.
  • Wel zijn er bezwaren tegen formuleringen o.m. inzake de genoemde punten, maar wij zijn daaraan niet gebonden en over deze zaken was vóór 1944 ook altijd wel verschil in de gereformeerde kerken in Nederland zonder dat men elkaar de naam gereformeerd ontzegde.
  • U wilt toch eigenlijk niet zeggen, dat men alleen gereformeerd is als men onze 3 formulieren als confessie heeft aanvaard? We moeten de "erfenis" van de vrijmaking niet voor ons zelf conserveren maar vruchtbaar maken voor anderen, ook in contacten met presbyteriaanse kerken.
  • Het is de vraag, of de regel van correspondentie meebrengt toetsing van de tuchtoefening voor particuliere kerken, voor zover het niet publiek legitimeren van valse leer inhoudt. Wel roept de hantering in Korea van de door hen aanvaarde regels van correspondentie in (het aangaan van) relaties met andere kerken ook bij ons vragen op, die we hebben voorgelegd.

Heemse 1984 - Westminster nooit hindernis geweest & gebod kerkelijke eenheid

T.a.v. een besluit over oprichting van de International Conference of Reformed Churches, worden als gronden genoemd art. 111 (p. 93):

a Het onderscheid tussen de Drie Formulieren van Eenheid en de Westminster Standards is voor de kerken, die immers ook in confessioneel opzicht een eigen door tijd en plaats bepaalde - ontwikkeling hebben ontvangen, nooit een hindernis geweest om elkaars belijdenisgeschriften als gereformeerd te erkennen.
b Met de instemming met de grondslag van de conferentie geven de afgevaardigden te kennen dat zij in de belijdenisgeschriften van de lidkerken niets hebben gevonden dat een belemmering zou vormen om ten volle deel te nemen aan de conferentie.

Uit een TOESPRAAK tot de General Assembly van de Free Church of Scotland - die gehouden werd van 18 tot 21 mei 1982 te Edinburgh - tijdens de 'Ontvangst van Afgevaardigden' op woensdag 19 mei, door drs.G. van Rongen. (p. 429)

Kerkelijke eenheid is iets kostbaars in de ogen van onze Here en Zaligmaker, zoals wij allen weten uit zijn ontroerende gebed dat we vinden in Johannes 17.
U en wij belijden de gemeenschap der heiligen. U doet dat in de Westminster Confessie hoofdstuk 16, wij doen hetzelfde in onze Heidelbergse Catechismus, Zondag 21. Ik moge uit Uw Confessie iets aanhalen: "Elke gemeenschap, al naar God de gelegenheid schenkt, moet worden uitgebreid tot allen die, op welke plaats ook, de naam van de Here Jezus aanroepen".
Wij zijn ervan overtuigd dat de HERE God ons die gelegenheid inderdaad biedt.

Spakenburg 1987 - Over positieve pluriformiteit en unieke historische ontwikkeling

pag. 46 Artikel 40 Ontvangst van de afgevaardigde van de Free Church of Scotland - citaten toespraak praeses en prof. Ohmann:

Er is in het verleden vaak heel verkeerd gesproken over de pluriformiteit' van de kerk. Ik denk aan de ideeën van dr. A. Kuyper hierover. Maar professor Greijdanus heeft ons geleerd, dat je er ook op een goede manier over kunt spreken.
Binnen de kerk is er veelvormigheid, want Christus geeft vele gaven en krachten. Ook wereldwijd is er die veelvormigheid. De profetie van Psalm 87 herinnert er ons voortdurend aan. Wij zijn wel verenigd in hetzelfde geloof. Maar wij spreken niet allen dezelfde taal en hebben niet allen dezelfde culturele achtergrond.
Deze pluriformiteit binnen de uniciteit van de kerk heeft ook haar eigen problemen.

(...)

De afgevaardigde maakt hier kennis met een type kerk, die haar wortels heeft in de reformatie van de 16e eeuw, de eeuw van de reformatoren Maarten Luther en Johannes Calvijn met hun onderwijs van Gods souvereine genade voor arme zondaren.
Er loopt dankzij Gods genade een lijn van die reformatie naar de gereformeerde kerken vandaag in de lage landen; zo'n lijn loopt er ook naar het Verenigd Koninkrijk en speciaal naar Schotland en Noord-Ierland. Te noemen vallen de naam van John Knox, de 'Vaders' van de Westminster Assembly, en vele anderen. Door de eeuwen heen ontwikkelden de kerken op het continent en de kerken van de Britse eilanden hun eigen kerkelijk leven, met een graagte voor die eigen weg, alsof er geen andere weg was. Niettemin, aldus prof. Ohmann, geloven we in een en dezelfde God. Een en dezelfde Christus vergadert zijn kerk door zijn Geest en Woord.
Het laatste decennium leerden we broeders en zusters kennen aan de andere zijde van de Noordzee, die voor dezelfde zaak stonden, hoewel zij ons niet geheel onbekend waren.
We zijn de Here dankbaar voor de gelegenheid de kennismaking te vernieuwen, waarbij het niet alleen gaat om de erfenis van de belijdenis, maar ook om de vraag hoe door middel van de belijdenis het leven van de kerk zich kan ontwikkelen op het fundament van de Heilige Schrift.
Prof. Ohmann citeert uitvoerig uit het werk van een Schots gereformeerd auteur, waaruit duidelijk wordt, dat deze kerk wel niet hoog staat aangeschreven in de wereld, maar het schriftuurlijk dogma en de gereformeerde belijdenis hoog houdt.

Leeuwarden 1990 verschillende versies Westminster & gebonden aan grondslag Westminster?

Professor Gootjes vertelt hoeveel verschillende versies er zijn geweest van de Westminster Confessie en Westminster Catechismi met grote en kleinere wijzigingen.

De Australische en Canadese Gereformeerde zusterkerken staan zeer kritisch tegenover de ICRC (International Conference of Reformed Churches). Deputaten antwoordden daarop:

Een van de belangrijkste struikelblokken blijkt steeds weer te zijn, dat in de grondslag van de ICRC zowel de Drie Formulieren van Eenheid als de Westminster Belijdenisgeschriften zijn opgenomen, terwijl er dusdanige verschillen tussen die beide zouden bestaan, dat ze niet naast elkaar als grondslag kunnen worden aanvaard. Maar door de Nederlandse afgevaardigden naar de ICRC in Langley is duidelijk gezegd - en uw deputaten willen het hier nog eens met nadruk herhalen: Dat deze belijdenissen in de grondslag van de ICRC zijn opgenomen betekent niet, dat die lidkerken, die de Drie Formulieren van Eenheid hebben, voor zichzelf en hun kerkelijk leven nu ook de Westminster Belijdenisgeschriften als grondslag hebben aanvaard.
En het betekent evenmin dat in alle opzichten onderschreven wordt wat daarin staat vermeld. Er zijn inderdaad meerdere verschillen aanwijsbaar. Maar - hoe zinvol het kan zijn om daarover door te spreken - dat is nooit een bezwaar geweest om te erkennen, dat kerken die deze belijdenis hebben en trouw handhaven, kerken zijn die op een gereformeerde grondslag staan en te erkennen zijn als ware kerken van onze Here Jezus Christus. Uw deputaten zijn er van overtuigd dat dat ook steeds de gereformeerde lijn is geweest in de kerkgeschiedenis sinds de reformatie.
En daarom kunnen de Drie Formulieren van Eenheid en de Westminster Belijdenisgeschriften samen worden aanvaard als grondslag voor de onderlinge ontmoeting en samenwerking binnen de ICRC.

Samenvatting en beoordeling historie 1948 - 1990:

In 1948 heeft de synode een uitnodigiing om deel te nemen aan de Gereformeerde Oecumenische Synode afgewezen, o.a. omdat men niet een grondslag kon aanvaarden met diverse belijdenissen die tegenstrijdigheden bevatten. Door deze tegenstrijdigheid is het onmogelijk dat de verschillende confessies voor álle deelnemers bindend kunnen worden verklaard.
Opvallend is dat de tegenstrijdigheden niet duidelijk worden benoemd. Er wordt alleen geschreven over verschillende geluiden van de diverse belijdenisgeschriften en over een anders spreken van de Westminster over verbond en regering van de kerk.
Mijns inziens moeten we die tegenstrijdigheden als volgt zien. K. Schilder, die ook pre-adviseur was van de commissie op de synode in 1948, heeft tijdens colleges1 van januari tot juni 1942 diverse verschillen tussen onze en buitenlandse confessies benoemd. Ik citeer:

De buitenlandse confessies van Gereformeerd origine bevatten op bepaalde punten onderling tegenstrijdigheden. Men kan ook teveel in een confessie gaan vastleggen!

(...)

Inzake het verbond der genade, zeggen sommigen, dat het met de gelovigen is opgericht. De West-Minster catechismus zegt: met Christus èn met de uitverkorenen. Ten onzent bewees de polemiek, dat beide meningen bij ons heersen. Bij binding dus zou uit al deze meningen één bepaalde keuze gedaan moeten worden.

En dat is dan m.i. ook het grote probleem: niet zozeer dat die verschillende meningen er zijn, maar dat dan uit al die meningen één bepaalde keuze gedaan moeten worden en een ieder dan gebonden wordt aan één mening. Daarom is binding aan al die verschillende confessies onmogelijk voor álle deelnemers van zo'n 'oecumentische synode'! K. Schilder sprak er over of we als kerk gebonden zijn aan buitenlandse gereformeerde confessies. Daarover zegt hij dan nog aan het eind:

Na al deze voorbeelden is het wel duidelijk, dat men nooit klaar komt met te zeggen, dat binding aan buitenlandse confessies nodig is.

We hebben geen bezwaar tegen een formule, die niet door de buitenlandse Confessies gedeeld wordt; wel bezwaar, wanneer een formule antithetisch zou komen te staan tegenover onze eigen confessie; dan is samenspreking nodig. Dan is de vraag gewettigd of de confessie nog formulier van enigheid is.

Van professoren P. Deddens en K. Schilder lezen we dat zij kritiek hebben op de Westminster, maar we hebben geen voldoende onderbouwde afwijzing kunnen vinden van dat de Westminster Confessie geen gereformeerde confessie zou zijn, zodat er geen kerkelijke relatie zou kunnen worden aangegaan met deze kerken.
Professor Greijdanus schreef in 1957 een artikel in Dienst die we binnenkort hopen te ontvangen en bespreken.

Van 1944 tot 1967 waren er alleen buitenlandse zusterkerken die uit de GKv zelf zijn voortgekomen. Op de synode van 1967 is uitgesproken dat de Westminster Confessie geen bezwaar is voor kerkelijke correspondentie. In 1978 oordeelde een commissie dat de GKv in 1967 wel in bepaalde opzichten in de lijn van haar voorgangsters ging, maar in andere opzichten ook een eigen, nieuwe weg heeft ingeslagen. Volgens deze commissie (par. 4.1) verschilt 1967 van 1948 omdat de Westminster in 1967 geen verhindering zou zijn voor kerkelijke gemeenschap en kerkelijke correspondentie. Maar dat is onjuist! Er is helemaal geen sprake van een verschil, vooral omdat het in 1948 ging om het staan op dezelfde grondslag (Drie Formulieren van Eenheid EN de Westminster), terwijl bij het aangaan van kerkelijke correspondentie helemaal geen sprake is van een gezamenlijke grondslag! Wel terecht schreef deze commissie in dezelfde zin dat 1967 zich bewoog in de gereformeerde lijn van de zestiende en zeventiende eeuw, zoals dit onder meer op de Dordtse synode is uitgekomen. Want Christus heeft zijn kerkvergadering doen plaats vinden in de historie van volken en landen, zodat de kerken een eigen historie hebben, naar de aard van volk en land en hun strijd tegen dwaling en verdrukking, die zich ook weerspiegelt in de wijze waarop ze de waarheid Gods in eigen confessies met eigen onvolkomenheid beleden hebben.

De ICRC (International Conference of Reformed Churches) heeft wel als grondslag: de Drie Formulieren van Eenheid en de Westminster Belijdenisgeschriften samen. Dat wijkt m.i. wel af van het synodebesluit in 1948. Deputaten hebben deze frictie proberen op te lossen (zie 1990) met de vermelding dat dit niet betekent dat in alle opzichten wordt onderschreven wat daarin staat vermeld. Maar zolang niet duidelijk is omschreven waaraan de deelnemers (de kerken) aan deze conferentie dan precies wel en niet gebonden zijn, is het een inhoudsloze vermelding. En zelfs een gevaarlijke: want wie bepaalt dan uiteindelijk waar iemand wel of niet aan gebonden is?
Overigens is de huidige grondslag van de ICRC: de Heilige Schriften zoals die worden beleden in de Drie Formulieren van Eenheid en de Westminster Standards.

 

........................

 

 

JT

Noten:

1dbnl.org DE KERK - COLLEGE - DICTAAT VAN Prof. Dr. K. SCHILDER 3e verbeterde en herziene druk - Verslag van de door Prof. Schilder gegeven intermezzo-colleges over problemen inzake de Kerk n.a.v. de ‘Heraut’-artikelen over ‘Het leerstuk der Kerk’. Deze intermezzo-colleges werden gegeven van januari tot juni 1942. Verslag en uitgave geheel buiten verantwoordelijkheid van Prof. Schilder.
Met name wordt geciteerd uit: Beantwoording van de ‘Heraut’-artikelen.
Het hele college dictaat is zeer leerzaam, ook voor vandaag. Vooral ook dat er in die kerken voor de Vrijmaking de neiging was om te binden aan een zgn. gangbare mening in die kerken. Dus niet alleen aan de leer van de Drie Formulieren van Eenheid, maar aan veel meer leringen!


Bronnen:


Westminster Standards documents (on website Orthodox Presbyterian Church - USA - a sister church of the Canadian Reformed Churches) - PDF's:


1986 De Westminster Confessie met de Grote en de Kleine Catechismus, vertaald en ingeleid door drs. G. van Rongen met medewerking van dr. M.J. Arntzen - PDF: Westminster Confessie .

 


 

gereformeerde-kerken-hersteld.nl 24-07-2014 PDF: Rapport Deputaten voor betrekkingen buitenlandse kerken.

pag. 115-125 Minderheidsrapport Westminster

[115] 1. Inleiding
[115] 2. Een weg van eigen historie
[116] 3. Contacten tussen gereformeerden en presbyterianen
[119] 4. De vrijheid van profeteren
[121] 5. De WS: een gereformeerde belijdenis
[122] 6. Hoe leggen de presbyterianen de WS zelf uit?
[124] 7. Omgaan met verschillen

7.1 Verschillen in formulering
7.2 Een voorzichtige emendatie

[124] 8. Aanbeveling

pag. 79-114 Meerderheidsrapport Westminster

[80] HOOFDSTUK I INLEIDING
[81] HOOFDSTUK II HISTORISCHE ACHTERGROND WESTMINSTER CONFESSIE

II.1. AANLEIDING TOT HET SAMENROEPEN VAN DE WESTMINSTER SYNODE
II.2. SAMENSTELLING EN DOEL VAN DE SYNODE
II.3. WAAROM NIET DE DRIE FORMULIEREN VAN ENIGHEID GEBRUIKT?
II.4. DE WESTMINSTER STANDARDS IN VERSCHILLENDE KERKGENOOTSCHAPPEN

[85] HOOFDSTUK III OORDEEL VAN SYNODES UIT VERLEDEN M.B.T. WESTMINSTER STANDARDS

III.1. GS AMERSFOORT 1948
III.2 GS AMERSFOORT-WEST 1967
III.3. GS GRONINGEN-ZUID 1978
III.4. CANADIAN REFORMED CHURCHES

[88] HOOFDSTUK IV DE WESTMINSTER STANDARDS EN DE ZEKERHEID VAN HET GELOOF

IV.1. DE TEKST VAN DE WS INZAKE DE ZEKERHEID VAN HET GELOOF
IV.2. BEOORDELING IN HET LICHT VAN DE SCHRIFT EN DE DRIE FORMULIEREN VAN EENHEID

[91] HOOFDSTUK V DE WESTMINSTER STANDARDS EN HET VERBOND

V.1. WAT ZEGGEN DE WS HIEROVER?
V.2. HOE IS HIEROVER IN DE LOOP DER GESCHIEDENIS GEOORDEELD DOOR DE GEREFORMEERDE KERKEN EN GEREFORMEERDE SCRIBENTEN?

V.2.1. IS DE TERM 'WERKVERBOND' JUIST?
V.2.2. MET WIE IS HET GENADEVERBOND OPGERICHT?

V.3. BEOORDELING IN HET LICHT VAN DE SCHRIFT EN DE DRIE FORMULIEREN VAN EENHEID

V.3.1. IS DE TERM 'VERBOND VAN WERKEN' JUIST?
V.3.2. MET WIE IS HET VERBOND VAN GENADE OPGERICHT?

[98] HOOFDSTUK VI DE WESTMINSTER STANDARDS OVER DE REGERING VAN DE KERK EN DE KERKLEER

VI.1. WC M.B.T. DE REGERING VAN DE KERK

VI.1.1. WC, HOOFDSTUK 31: OVER SYNODES EN CONCILIES.
VI.1.2. WC, HOOFDSTUK 23: DE BURGERLIJKE OVERHEID EN DE KERK

VI.2. DE WC INZAKE DE LEER OVER DE KERK

VI.2.1. DE TEKST VAN DE WC INZAKE DE LEER OVER DE KERK
VI.2.2. HOE IS OVER DEZE KERKLEER DOOR DE GEREFORMEERDE KERKEN EN GEREFORMEERDE SCRIBENTEN IN DE LOOP VAN DE GESCHIEDENIS GEOORDEELD?
VI.2.3. BEOORDELING IN HET LICHT VAN DE SCHRIFT EN DE DRIE FORMULIEREN VAN EENHEID

VI.3. DE WG EN WK INZAKE DE LEER OVER DE KERK

VI.3.1. DE TEKST VAN DE WG EN WK INZAKE DE LEER OVER DE KERK
VI.3.2. BEOORDELING VAN WG EN WK OVER DE KERK IN HET LICHT VAN DE SCHRIFT EN DE DRIE FORMULIEREN VAN EENHEID.

VI.4. HET VERBAND TUSSEN DE LEER OVER HET VERBOND EN DE LEER OVER DE KERK IN DE WS

[111] HOODFDSTUK VII GERAADPLEEGDE LITERATUUR

[112] HOOFDSTUK VIII CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

 

[terug naar artikel met alinea waarom uitvoerig westminster]


27-10-1989 opbouwonline.nl NGK ds. H.J. v.d. Kwast (1920-1996) Internationale Conferentie van Gereformeerde Kerken (2) - citaat (in extenso):

De Westminster Confessie en de Vrijmaking

Onder de kerken die zijn toegetreden tot de internationale conferentie, die op initiatief van de vrijgemaakte kerken al enkele malen bijeenkwam, zijn ook presbyteriaanse kerken.
Deze kerken hebben als belijdenis van het geloof niet de drie formulieren van enigheid, maar de Westminster Confessie, met de grote en de kleine Catechismus.
Deze belijdenis is opgesteld en aangenomen op een synode gehouden te Westminster in Engeland en dateert van de jaren 1643/1649.
De tekst en een goede inleiding vindt u in een uitgave van de Vuurbaak, verzorgd door drs. G. van Rongen.
Het is niet zo verwonderlijk dat er wat moeilijkheden waren bij de aanvaarding van deze belijdenis als grondslag voor de internationale conferentie.
Deze aanvaarding betekent niet dat deze belijdenis in de vrijgemaakte kerken in ons land en elders als bindend wordt aanvaard. Met de instemming wordt te kennen gegeven dat deze belijdenis als gereformeerd wordt erkend.
Nu valt deze belijdenis niet samen met de drie formulieren van enigheid.
Op sommige punten is de Westminster uitvoeriger, maar dit niet alleen; er zijn ook verschillen aan te wijzen.
Nu wij uit het verleden weten en hebben ervaren hoe nauwgezet de vrijgemaakte kerken met de belijdenis omgaan, wordt het bijzonder interessant na te gaan welke verschillen in belijden bij kerken in het buitenland worden aanvaard.
De ouderen onder onze lezers zullen zich herinneren dat in de strijd, die aan de Vrijmaking voorafging, van 'synodale zijde' zowel t.a.v. de kerkrechtelijke als de dogmatische kant van het conflict een beroep gedaan werd op de Westminster Confessie, die de meest gerijpte weergave van het gereformeerd belijden zou zijn.
De Vrijmaking was allereerst een zaak van verzet tegen een opkomende hi�rarchie van synoden, die over de kerken heersten met een eigen door Christus verleend gezag, door ambtsdragers te schorsen en zelfs een kerk buiten verband te zetten.
Wat vinden we in de Westminster over het gezag van synoden.
In artikel 31 (!) van deze belijdenis lezen we onder het opschrift: 'Synodes en Concilies' o.a.:
1 Om de kerk beter te regeren en verder op te bouwen dienen er"
zulke vergaderingen te zijn als gewoonlijk synodes of concilies genoemd worden.
2 Evenals het aan de overheid wettig geoorloofd is om een synode van dienaren en andere bekwame personen bijeen te roepen, om hen te raadplegen en van hen advies te ontvangen over godsdienstzaken, zo mogen - in geval de overheid een verklaard vijand van de kerk is - de dienaren van Christus krachtens hun ambt, of samen met andere bekwame personen, daartoe door hun kerken gedelegeerd, in zulke vergaderingen bijeenkomen.
Voor ons onderwerp is verder van belang wat onder 3 wordt gezegd over synodebesluiten: ...en deze besluiten en beslissingen dienen, als ze met het Woord van God in overeenstemming zijn, met eerbied"
en onderworpenheid ontvangen te worden en dat niet alleen om hun overeenstemming met het Woord, maar ook om de bevoegdheid waarmee ze genomen zijn en die een verordening van God is in zijn Woord daartoe aangewezen.
Bij eerste lezing valt al op dat volgens deze belijdenis synodes dienen gehouden te worden en vervolgens dat men ter synode krachtens het ambt bijeen is en de bevoegdheid om besluiten te nemen een verordening van God wordt genoemd.
Als Schriftbewijs wordt verwezen naar Handelingen: 15, het apostelconvent in Jeruzalem.
Ik kan me voorstellen dat broeders en zusters, die de vrijmaking bewust hebben meegemaakt zich afvragen wat wijlen Prof. Dr. S. Greijdanus hiervan zou zeggen.
We kunnen deze voortrekker het woord geven door te citeren uit het blad Dienst, 1957 nr. 10/12.
Op pag. 173 schrijft Greijdanus: "Volgens deze Westminster-Synode zijn het dus de overheden, die de synoden moeten samenroepen. En dat niet alleen, maar die haar leden hebben te kiezen en natuurlijk ook, hoewel dat er niet uitdrukkelijk bijstaat, maar dat volgt uit de aard der zaak, het agendum vaststelt".
Hiertegenover schrijft Greijdanus dat het de kerken zijn, die niet alleen predikanten, maar ouderlingen afvaardigen en het agendum van een synode opstellen. In verband hiermee is ook belangrijk wat Greijdanus op pag. 161 schrijft: "Wel bestaan Classisvergaderingen en Synoden meestal uit ambtsdragers.
lnzover kan men ze noemen vergaderingen van ambtsdragers.
Maar deze zitten daar toch niet qua ambtsdragers, ofschoon wel in en met hun ambt, doch krachtens afvaardiging, last en taakopdracht van die hen gezonden hebben en als deze vertegenwoordigende ..."
Nadat Greijdanus er op heeft gewezen dat in de Westminster ten onrechte gesteld wordt dat een synode of meerdere vergadering een eigen zelfstandige, onafhankelijke macht en bevoegdheid heeft, komt hij tot de niet mis te verstane uitspraak: "Het ongereformeerde in samenroeping, lastgeving en machtiging, had in deze als vanzelf een ongereformeerde uitwerking tot gevolg. Wie de daad van Koning Willem I tot samenbrenging van een 'Synode' niet Gereformeerd heten en goedkeuren kan, kan de samenroeping der Westminster Synode, en haar aanwijzing, door wie en hoe een Synode samengebracht moet worden, ook niet als Gereformeerd en goed verklaren".
Een voorzichtige conclusie kan zijn dat Greijdanus niet bepaald ingenomen was met deze belangrijke paragraaf uit de Westminster Confessie.
In de dagen van de vrijmaking bracht wijlen Prof. Dr. K. Schilder heel de kerkelijke strijd onder de noemer van het kerkrecht:" het ging ten principale om het onderhouden van art. 31 K.O., dat de kerken het recht gaf zich vrij te maken van synode-besluiten binnen het kerkverband.
Van K. Schilder is bekend dat hij het niet eens was met de stelling dat de Westminster Confessie een gerijpte vorm van gereformeerd belijden was. Van zijn hand staat in de Reformatie van 20 Dec. 1947 een aankondiging van een te verschijnen uitgave van een rectorale oratie van Prof. P. Deddens onder de titel: 'Van Dordt naar Westminster'.
Nader onderzoek wees uit dat deze oratie niet in druk verschenen is.
Schilder schrijft zeer te hebben genoten van deze rede en vervolgt: "Nu heeft prof. Deddens uitvoerig en overtuigend aangetoond dat 'Westminster' betekent: hi�rarchie ", Het is dus niet verwonderlijk dat vrijgemaakte kerken moeite hebben met het aanvaarden van de Westminster Confessie.
Wat moeten we nu aan met dure woorden over het werk des Heren in de Vrijmaking?
Een volgend keer gaan we zien wat de Westminster Confessie leert over het verbond.

Doorstreping door mij - JT

[terug naar alinea artikel]


kerkrecht.nl Acta van de Generale Synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland Leeuwarden 1990.

Ook in deze acta wordt weer veelvuldig gesproken over contacten met buitenlandse presbyteriaanse kerken.

pag. 323 Bijlage X1Va Rapport deputaten betrekkingen met de buitenlandse kerken Bijlage 2 - citaat:

Rapport van N.H. Gootjes, over de Westminster Confessie en de Westminster Catechismi, zoals die in gebruik zijn bij de Koryo Presbyteriaanse kerk in Korea (Kosin). Ik heb de editie gebruikt die in juni 1981 is uitgegeven namens de General Assembly.
I. De Westminster Confessie Voordat de Westminster Confessie Korea bereikte bestonden er al verschillende versies van. Een kort overzicht daarvan kan dienstig zijn.

a) De oorspronkelijke versie is natuurlijk de versie die door de Westminster Assembly zelf gemaakt is, en die in 1647 klaar kwam. In deze versie telt de Westminster Confessie 33 hoofdstukken. Deze versie is door de Engelse non-conformisten en door de Schotten gebruikt en verspreid.
b) Het Engelse Parlement, dat tot het maken van de confessie opdracht gegeven had, heeft de confessie goedgekeurd in 1648. Maar daarbij werden twee hoofdstukken geheel (XXX en XXXI) en twee hoofdstukken gedeeltelijk weggelaten (XX,4 en XXIV,4,5,6).
c) In Amerika hebben de Congregational Churches de Westminster Confessie aangenomen, uiteraard met uitzondering van het gedeelte over de synodes (XXXI).
d) De Presbyteriaanse kerken in Amerika hebben de Westminster Confessie eerst zonder verandering aanvaard.
e) Na de vrijheidsstrijd en de onafhankelijkheid van Engeland werd de Westminster Confessie herzien. Dat betrof de verhouding tussen kerk en staat. Als gevolg daarvan heeft de versie van de Presbyteriaanse kerk gedeeltelijk andere passages in XXIII (over de burgerlijke overheid) en XXXI (over synodes). Dit is de versie van 1788.
f) In 1903 hebben de Presbyteriaanse kerken de Westminster Confessie gereviseerd.
Daarbij zijn drie soorten veranderingen aangebracht.

1) Een `declaratory statement' is toegevoegd. In deze verklaring wordt de bedoeling van twee hoofdstukken van de Confessie verder uiteengezet. Er is dus niet in de tekst ingegrepen. T.a.v. III (over de verkiezing) wordt in de verklaring benadrukt dat God de hele mensheid liefheeft. T.a.v. X,3 (over uitverkoren kinderen die jong sterven) wordt gesteld dat alle kinderen die jong sterven, in de verkiezing begrepen zijn en gered zullen worden.
2) De tweede verandering die is aangebracht, is de toevoeging van twee nieuwe hoofdstukken. Ze heten: over de Heilige Geest (XXXIV) en over zending (XXXV).
3) Tenslotte zijn er drie kleinere ingrepen in de tekst. In het hoofdstuk over de eed (XXII,3) werd de zin weggelaten dat het zonde is een goede eed te weigeren.
In het hoofdstuk over de kerk (XXV,6) werd een zin zo geherformuleerd dat de Paus niet langer de antichrist werd genoemd.
In het hoofdstuk over goede werken (SV I,7) werd het negatieve oordeel over de werken van de ongelovigen verzwakt.

g) Na 1903 werd de Westminster Confessie nog verscheidene malen herzien. Voor de Koreaanse kerken is alleen van belang, dat de OPC in 1936 alle veranderingen van 1903 heeft verworpen en is teruggekeerd naar de versie van 1788.
Tegen deze achtergrond is gemakkelijk te verstaan welke versie in Korea in gebruik is.
Omdat de zendelingen die hier gewerkt hebben, Amerikanen waren, is hier uiteraard niet de oorspronkelijke versie (a) en ook niet de versie van het parlement (b) maar de versie van 1788 ingevoerd (e). Deze is officieel op de General Assembly van 1972 door de Kosin aanvaard. Daarna heeft Dr. Byung-Seh Oh gepleit voor aanvaarding van de twee toegevoegde hoofdstukken van 1903, en deze zijn in 1980 op de General Assembly aanvaard. Maar de overige veranderingenvan 1903: de toevoeging van een `declaratory statement' en de kleinere ingrepen, zijn niet aangebracht.
Het gevolg is, dat de Koreaanse Presbyteriaanse kerk een versie van de Westminster Confessie heeft, die zover mij bekend in Amerika niet gebruikt wordt.

II De Westminster Catechismi
Het verhaal van de Westminster Catechismi is veel eenvoudiger. De Westminster Assembly ontwierp twee catechismi, de Larger en de Shorter Catechism. Ook deze werden meegenomen naar Amerika. Na de onafhankelijkheid werden ook de catechismi bezien, en maar één verandering werd aangebracht. In de Larger Catechism werd van de zonden die in het tweede gebod verboden worden, `telerating a fake religien' weggelaten (vr. en a. 109). In Korea werd de Shorter Catechism al in 1907 als belijdenis aanvaard, tijdens de eerste General Assembly. In 1972 werden de Westminster Catechismi tegelijk met de Confessie aanvaard. Welke versie van de Larger Catechism werd aanvaard? Merkwaardigerwijs niet die van 1788, maar de oorspronkelijke, dus met `telerating a fake religien'. Ik weet niet waarom dit gebeurd is, maar ik acht het waarschijnlijk dat men van de verandering van 1788 niet geweten heeft, en toevallig de versie van de Westminster Assembly zelf heeft vertaald.
Concluderend: de Koreaanse kerk (Kosin) gebruikt ongelijksoortige versies van de Westminster Confessie en van de Catechismi. Van de Confessie wordt de versie van 1788 gebruikt, met een deel van de veranderingen van 1903.
Van de Catechismi wordt de oorspronkelijke versie (1648) gebruikt.

Pag. 362 Een rapportage over 5 Presbyterian Church of Eastern Australia (PCEA) Nadere conclusies en voorstel - citaat: (NB: FRCA = Free Reformed Churches of Australia)

Sinds het eerdere rapport van de deputaten is van de PCEA nog steeds geen antwoord op onze brief ontvangen. Wel is er het een en ander te melden over de contacten van de PCEA met de FRCA. We kunnen daarvoor putten uit het rapport van de deputaten van de FRCA `voor contact met de Presbyterian Church of Eastern Australia' uitgebracht aan de synode van Armadale (die in mei 1990 hoopt samen te komen).
De synode van Albany benoemde in 1987 een geheel nieuw deputaatschap dat over vier punten met de PCEA moest doorspreken: de toelating tot het avondmaal; kan eelruil; de plaats van de kinderen in het verbond; het probleem van de `adherents'.
Over deze punten is bij verschillende gelegenheden grondig doorgesproken, ondanks de teleurstelling aan de kant van de PCEA dat de FRCA waren teruggekomen op de eerdere constatering dat over deze zaken „very substantial agreement" bestond. Uit de besprekingen bleek allereerst dat de kwestie van de `adherents' in de Australische situatie nauwelijks een reële kwestie te noemen is, zodat de deputaten van de FRCA voorstellen deze zaak van de agenda af te voeren. De besprekingen concentreerden zich vooral op de kerkbeschouwing, en de verschillen die er in dezen bestaan tussen N.G.B. en Westminster Confessie. Volgens de FRCA-deputaten zitten de verschillen t.a.v. toelating tot avondmaal en kaneelruil vooral daarop vast.
Uit genoemd deputatenrapport valt verder af te leiden dat de PCEA zich beter kan vinden in de concept-regels voor kerkelijke relaties die uw deputaten hebben geformuleerd dan in de (strakkere) regels die de FRCA hanteren. Met name vindt men de eerste regel van de FRCA, waarin staat dat de kerken wederzijds er `zorg voor zullen dragen' (`take care for') dat niet wordt afgeweken van de gereformeerde belijdenis, te strak aangebonden.
Men geeft voorkeur aan de Nederlandse formulering `aandacht te schenken aan, acht te geven op' ('to pay heed to') als minder opdringerig en meer recht doend aan de zelfstandigheid van de kerken.
De deputaten van de FRCA constateren dat de gesprekken weliswaar meer duidelijkheid over de verschillen hebben opgeleverd, maar helaas niet hebben geleid tot grotere eenstemmigheid. De zorgen van de synode in 1987 inzake punten als toelating tot het avondmaal en toelating tot de kansel worden gerechtvaardigd genoemd.
De afgelopen jaren hebben geen voortgang doen zien op de weg naar een volledige zusterkerkrelatie, maar integendeel zijn de verschillen, met name over de leer van de kerk en de consequenties die daaruit getrokken worden, scherper in beeld gekomen.
Vandaar dat de deputaten voorstellen door te gaan met de gesprekken over de genoemde zaken, m.n. over de leer van de kerk en het verbond.
Dit alles in aanmerking genomen, stellen uw deputaten voor „het contact met The Presbyterian Church of Eastern Australia voort te zetten, en de Free Churches of Australia van het verloop van dit contact op de hoogte te houden; en deze kerk te doen bezoeken door de afgevaardigden die in Australië zijn voor de synode van de Free Reformed Churches of Australia, vermoedelijk in het najaar van 1991 ".

pag. 366 B. `Nabetrachting' - rapport over de International Conference of Reformed Churches - kritische noten van zusterkerken - citaat:

Uw deputaten zijn dankbaar dat de 2e samenkomst van de ICRC heeft kunnen plaats vinden, en zijn door de resultaten bevestigd in hun opvatting dat het lidmaatschap van deze oecumenische organisatie een goede zaak is. Zij willen echter niet nalaten u te melden dat het bestaan van de ICRC ook in de kring van enkele lidkerken niet onomstreden is. Om enkele voorbeelden te noemen:

1. Op de e.k. synode van de Free Reformed Churches of Australia zal, d.m.v. een tweetal deputatenvoorstellen, de vraag aan de orde komen of de FRCA al of niet lid zullen blijven van de ICRC.
Uw deputaten hebben daarom besloten in een brief aan die synode die in mei 1990 hoopt samen te komen, erop aan te dringen geen negatieve besluiten op dit punt te nemen, zonder hierover te hebben overlegd met de andere zusterkerken.
2. In „Clarion" d .d. 18.8.89, het blad van de Canadian Reformed Churches, is door eenvan de predikanten in deze kerken geopperd dat de hele zaak van de internationale conferentie opnieuw in studie zou moeten worden genomen.

Naar de mening van uw deputaten zijn de aangevoerde argumenten in hetzelfde nummer van dit blad door de hoofdredacteur afdoende weerlegd.
Een van de belangrijkste struikelblokken blijkt steeds weer te zijn, dat in de grondslag van de ICRC zowel de Drie Formulieren van Eenheid als de Westminster Belijdenisgeschriften zijn opgenomen, terwijl er dusdanige verschillen tussen die beide zouden bestaan, dat ze niet naast elkaar als grondslag kunnen worden aanvaard. Maar door de Nederlandse afgevaardigden naar de ICRC in Langley is duidelijk gezegd - en uw deputaten willen het hier nog eens met nadruk herhalen: Dat deze belijdenissen in de grondslag van de ICRC zijn opgenomen betekent niet, dat die lidkerken, die de Drie Formulieren van Eenheid hebben, voor zichzelf en hun kerkelijk leven nu ook de Westminster Belijdenisgeschriften als grondslag hebben aanvaard.
En het betekent evenmin dat in alle opzichten onderschreven wordt wat daarin staat vermeld. Er zijn inderdaad meerdere verschillen aanwijsbaar. Maar - hoe zinvol het kan zijn om daarover door te spreken - dat is nooit een bezwaar geweest om te erkennen, dat kerken die deze belijdenis hebben en trouw handhaven, kerken zijn die op een gereformeerde grondslag staan en te erkennen zijn als ware kerken van onze Here Jezus Christus. Uw deputaten zijn er van overtuigd dat dat ook steeds de gereformeerde lijn is geweest in de kerkgeschiedenis sinds de reformatie.
En daarom kunnen de Drie Formulieren van Eenheid en de Westminster Belijdenisgeschriften samen worden aanvaard als grondslag voor de onderlinge ontmoeting en samenwerking binnen de ICRC.
Uw deputaten zijn van oordeel, dat de ICRC goede mogelijkheden geeft voor internationale samenwerking van gereformeerden en presbyterianen en dat onder de deelnemers het onderlinge begrip, de onderlinge verhoudingen en de eenheid ter plaatse bevorderd kunnen worden. Ook zal de conferentie een bijdrage kunnen leveren aan samenwerking op het gebied van de zending en het theologisch onderwijs en het gereformeerde geluid in theologische en ethische zaken zeker kunnen versterken.
Dat dit laatste - een christelijk getuigenis naar buiten - nog onvoldoende tot zijn recht is gekomen wordt door uw deputaten betreurd.
Bij alle verschil was er op de conferentie eenheid in streven om te blijven bij Gods Woord en de gereformeerde belijdenisgeschriften en om zo onze oecumenische roeping te vervullen.

[terug naar alinea artikel]


kerkrecht.nl Acta van de Generale Synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland Spakenburg 1987.

Ook in deze acta wordt weer veelvuldig gesproken over contacten met buitenlandse presbyteriaanse kerken.

Onderstaande citaten betreffen opmerkingen t.a.v. de Westminster Confessie / Standards.

pag. 46 Artikel 40 Ontvangst van de afgevaardigde van de Free Church of Scotland - citaten toespraak praeses en prof. Ohmann:

Er is in het verleden vaak heel verkeerd gesproken over de pluriformiteit' van de kerk. Ik denk aan de ideeën van dr. A. Kuyper hierover. Maar professor Greijdanus heeft ons geleerd, dat je er ook op een goede manier over kunt spreken.
Binnen de kerk is er veelvormigheid, want Christus geeft vele gaven en krachten. Ook wereldwijd is er die veelvormigheid. De profetie van Psalm 87 herinnert er ons voortdurend aan. Wij zijn wel verenigd in hetzelfde geloof. Maar wij spreken niet allen dezelfde taal en hebben niet allen dezelfde culturele achtergrond.
Deze pluriformiteit binnen de uniciteit van de kerk heeft ook haar eigen problemen.

(...)

De afgevaardigde maakt hier kennis met een type kerk, die haar wortels heeft in de reformatie van de 16e eeuw, de eeuw van de reformatoren Maarten Luther en Johannes Calvijn met hun onderwijs van Gods souvereine genade voor arme zondaren.
Er loopt dankzij Gods genade een lijn van die reformatie naar de gereformeerde kerken vandaag in de lage landen; zo'n lijn loopt er ook naar het Verenigd Koninkrijk en speciaal naar Schotland en Noord-Ierland. Te noemen vallen de naam van John Knox, de 'Vaders' van de Westminster Assembly, en vele anderen. Door de eeuwen heen ontwikkelden de kerken op het continent en de kerken van de Britse eilanden hun eigen kerkelijk leven, met een graagte voor die eigen weg, alsof er geen andere weg was. Niettemin, aldus prof. Ohmann, geloven we in een en dezelfde God. Een en dezelfde Christus vergadert zijn kerk door zijn Geest en Woord.
Het laatste decennium leerden we broeders en zusters kennen aan de andere zijde van de Noordzee, die voor dezelfde zaak stonden, hoewel zij ons niet geheel onbekend waren.
We zijn de Here dankbaar voor de gelegenheid de kennismaking te vernieuwen, waarbij het niet alleen gaat om de erfenis van de belijdenis, maar ook om de vraag hoe door middel van de belijdenis het leven van de kerk zich kan ontwikkelen op het fundament van de Heilige Schrift.
Prof. Ohmann citeert uitvoerig uit het werk van een Schots gereformeerd auteur, waaruit duidelijk wordt, dat deze kerk wel niet hoog staat aangeschreven in de wereld, maar het schriftuurlijk dogma en de gereformeerde belijdenis hoog houdt.

Pag. 158 Artikel 145 23.09.87 The International Conference of Reformed Churches (agenda VI 1 en 8) - Grond 2.c:

het onderscheid tussen de drie formulieren van eenheid en de Westminster Standards is voor de kerken nooit een hindernis geweest om elkaars belijdenisgeschriften als gereformeerd te erkennen. Met de instemming met de grondslag van de conferentie geven de afgevaardigden te kennen, dat zij in de belijdenisgeschriften van de lidkerken niets hebben gevonden dat een belemmering zou vormen om ten volle deel te nemen aan de conferentie;

Pag. 417 VERSLAG van de samenspreking van uw afgevaardigde, ds. H.J. de Vries, met de Deputaten voor Korrespondentie met Buitenlandse Kerken van de VGKSA, dep. KBK, op 18-02-85 te Kaapstad. Citaat:

Deputaten stellen vervolgens de vraag welke de betekenis is van de uitspraak van Heemse: te blijven bij de betuiging van instemming met "De Drie Formulieren" en de "Westminster Standards", terwijl er toch verschillen tussen deze twee groepen confessionele geschriften zijn.
Ds. De Vries antwoordt dat men kan afspreken dat t.a.v. niet-congruente uitspraken van de confessies, die van eigen kerken voor de afgevaardigden prevaleren. Dit werd ook destijds overeengekomen voor de Nederlandse docenten aan het Seminarie van de Korean Presbyterian Church te Pusan. Ook mag geconstateerd worden dat soms de ene confessie duidelijker is dan de andere, b.v. de Westminster Confessie t.a.v. het getuigenis van de Heilige Geest i.z. de Schrift.

[terug naar alinea artikel]


kerkrecht.nl Acta van de Generale Synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland Heemse 1984.

Artikel 44 (p. 27) Toespraak prof. drs. N. Gootjes, zendeling-hoogleraar in Korea - citaat:

Van 1910 tot 1970 hadden de Kosin-kerken eigenlijk geen belijdenis. Toen pas aanvaardden zij als enige van de vier kerkengroepen in Korea de Westminster Confessie.

(...)

Als men dus vraagt, zo betoogt prof. Gootjes: handhaven de Kosin-kerken de belijdenis wel? dan kijkt men met een Westers oog naar deze kerken. In Korea moet men nog leren te werken met een confessie, die eigenlijk 'van buiten' komt. Maar wat is het groot dat deze kerken de Westminster Confessie aanvaard hebben. Zo dient men ook de kritiek van andere zusterkerken te beschouwen. Spreker heeft zelf ook kritiek, maar het gaat om de zaak: hoe nu verder?

Over eerste contacten met buitenlandse presbyteriaanse kerken:

  • art. 103 (p. 83) te onderzoeken of er met de Iglesia Reformada Presbiteriana (IRP) gekomen kan worden tot nader kerkelijk contact
  • art. 104 (p. 83) Contact met de broederschap in Griekenland (agenda VI 4)

Opmerkelijk art. 110 (p. 91) Deelneming aan the International Con f'erence of Reformed Churches (agenda VI 4) - citaat:

Ds. S. S. Cnossen tekent er bezwaar tegen aan dat instemming wordt gevraagd met de grondslag "zoals beleden in de Drie Formulieren en in de Westminster Standards". Hij heeft geen bezwaar tegen de voorgestelde grond 1 a, waarin wordt gesproken over 'erkenning' van de Westminster Standards als gereformeerd, maar dit is iets anders dan deze naast de Drie Formulieren als grondslag te nemen, waarop men zich stelt.

(...)

Per amendement verzoekt ds. Cnossen aan de volgende conferentie als grondslag voor te stellen: De Heilige Schrift en voor de deelnemende kerken elk voor zich de door haar aangenomen gereformeerde belijdenisgeschriften, te weten de 3 Formulieren van Eenheid of de Westminster Standards. Als grond voert hij aan dat het onderscheid tussen de 3 Formulieren van Eenheid en de Westminster Standards voor de kerken nooit een verhindering is geweest elkaar als gereformeerde kerken te erkennen.

T.a.v. een besluit over oprichting van de International Conference of Reformed Churches, worden als gronden genoemd art. 111 (p. 93) (onderstreping door mij -JT):

a Het onderscheid tussen de Drie Formulieren van Eenheid en de Westminster Standards is voor de kerken, die immers ook in confessioneel opzicht een eigen door tijd en plaats bepaalde - ontwikkeling hebben ontvangen, nooit een hindernis geweest om elkaars belijdenisgeschriften als gereformeerd te erkennen.
b Met de instemming met de grondslag van de conferentie geven de afgevaardigden te kennen dat zij in de belijdenisgeschriften van de lidkerken niets hebben gevonden dat een belemmering zou vormen om ten volle deel te nemen aan de conferentie.

Uit TOESPRAAK tot de General Assembly van de Free Church of Scotland - die gehouden werd van 18 tot 21 mei 1982 te Edinburgh - tijdens de 'Ontvangst van Afgevaardigden' op woensdag 19 mei, door drs.G. van Rongen. (p. 429)

Kerkelijke eenheid is iets kostbaars in de ogen van onze Here en Zaligmaker, zoals wij allen weten uit zijn ontroerende gebed dat we vinden in Johannes 17.
U en wij belijden de gemeenschap der heiligen. U doet dat in de Westminster Confessie hoofdstuk 16, wij doen hetzelfde in onze Heidelbergse Catechismus, Zondag 21. Ik moge uit Uw Confessie iets aanhalen: "Elke gemeenschap, al naar God de gelegenheid schenkt, moet worden uitgebreid tot allen die, op welke plaats ook, de naam van de Here Jezus aanroepen".
Wij zijn ervan overtuigd dat de HERE God ons die gelegenheid inderdaad biedt.

CONSTITUTIE EN REGLEMENT VAN DE INTERNATIONALE CONFERENTIE VAN GEREFORMEERDE KERKEN (p. 446):

ARTIKEL II - GRONDSLAG

De grondslag van de Conferentie zal zijn: de Heilige Schrift van het Oude en het Nieuwe Testament, zoals beleden in de Drie Formulieren van Eénheid (de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Heidelbergse Catechismus en de Dordtse Leerregels) en in de Westminster Standards (de Westminster Geloofsbelijdenis, de Grote en Kleine Catechismi).

 


kerkrecht.nl Acta van de Generale Synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland Arnhem 1981.

Over de contacten met kerken met de Westminster Confessie:

  • Artikel 128 (p. 193) Contact met Tbc Reformed Presbyterian Church of Ireland
  • Artikel 129 (p. 194) Waarnemer naar de General Assembly van de Free Church of Scotland; Verslag over de General Assembly van de Free Church of Scotland; Contact met de Free Church of Scotland
  • Artikel 131 (p. 196) Contact met The Reformed Presbyterian Church in Taiwan
  • Artikel 132 (p. 197) Contact met The Reformed Church of Japan
  • Artikel 133 (p. 198) Contact met The Reformed Churches en The Orthodox Presbyterian Church of Nw Zealand
  • Artikel 134 (p. 198) Contact met The Presbyterian Church in America
  • Artikel 135 (p. 199) Contact met The Orthodox Presbyterian Church
  • Artikel 136 (p. 200) Contact met de Igreja Presbiteriana Conservadora do Brasil
  • Artikel 137 (p. 200) Contact met de National Presbyterian Church of Chile

Relevant: een verslag van deputaten van bezoek bij de Vrije Gereformeerde Kerken Zuid Afrika (pag. 403)  onderstreping door mij van kritiek op besluit Korea - JT:

3.5.2. De correspondentie met Korea.
Ter synode werd kritiek geuit op het beleid van de Gereformeerde Kerken in Nederland ten aanzien van de correspondentie met de kerken in Korea. Deze kritiek richtte zich op het aanvaarden als zusterkerk van een kerk, die de Westminster Confessie als belijdenis heeft. Een tweede punt van kritiek was, dat men van oordeel was dat de kerken in Nederland hadden moeten onderzoeken of in de Koreaanse kerken wel voldoende tucht werd beoefend inzake het niveau van de prediking, kerkbezoek e.d. Er werd zelfs aan toegevoegd of de "erfenis van de vrijmaking door deze besluiten van de generale synoden van Amersfoort-West 1967 en Groningen-Zuid-1978 niet disputabel gesteld was of losgelaten".
Wij hebben aan de zusterkerken in Zuid-Afrika geschreven, dat wij ons schaarden achter onze deputaten Bomhof en De Vries inzake wat zij hierover hebben opgemerkt op deze synode. Verder hebben wij onze bevreemding er over uitgesproken dat zo lange tijd na het aangaan van de correspondentie met Korea deze kritiek daarop wordt gehoord, en dat terwijl twee van de tijdens de synode in de Vrije Gereformeerde Kerken dienstdoende predikanten ten tijde van de synode van Amersfoort-West-1967 en daarna de Gereformeerde Kerken in Nederland gediend hebben als predikanten. In deze redenering wordt de ruimte van de Gereformeerde confessie en van de Schriftuurlijke oecumene gemist.
Wij hebben de Zuidafrikaanse deputaten herinnerd aan hun toezegging over deze zaak ons een memorandum te sturen.

In het deputatenrapport staat over deze kwestie geschreven (p. 435) - (onderstreping door mij -JT):

2.7.3.2.
De vraag of Amersfoort-1967 niet voorbarig is geweest werd nog aangescherpt door anderen, die wezen op de regels van Amsterdam-1936, waarvan m.n. de eerste thans en ook bij de volgende punten inzake "Kerkelijk Contact" en verhouding tot de GKSA steeds weer werd geciteerd: "Correspondentie met kerken in het buitenland zal niet worden aangegaan, dan nadat door een nauwgezet en ernstig onderzoek is gebleken, dat deze kerken de gereformeerde belijdenis en kerkregering niet slechts oj)iciëel hebben aanvaard, maar ook metterdaad handhaven".
Gevraagd werd of deze ernstige toetsing wel heeft plaatsgevonden t.a.v. de KPC. Inzake de gereformeerde leer werd gesteld, dat de Westminster Confessie niet dan na ernstig onderzoek een gereformeerde confessie zou mogen worden genoemd en zelfs dat gezien wat daarin over verbond, doop en kerk gezegd wordt, ze veeleer nietgereformeerd genoemd zou mogen worden. Verder werd gevraagd of getoetst was, of deze Koreaanse kerken allen wel gereformeerd zijn in de handhaving van de tucht, waarmee blijkens de verdere bespreking kennelijk werd bedoeld: of nauwgezet onderzocht was of in de particuliere kerken wel inzake niveau van prediking, kerkbezoek en dergelijke voldoende tucht beoefend werd. Gesteld, dat deze toetsing t.a.v. het aangaan van relaties met andere kerken heeft ontbroken en gevraagd of de onder ons geldende regels wel aan hen zijn voorgehouden en door hen aanvaard?
Zelfs werd hier en ook bij de volgende punten gevraagd of de erfenis van de vrijmaking door deze besluiten van Amersfoort-I 967 en Groningen-Zuid-1978 niet disputabel gesteld was of losgelaten.

Deputaten hebben daarop geantwoord (p. 435) (onderstreping door mij - JT):

Door uw deputaten is geantwoord, dat reeds Amersfoort-1967 bij het aanbod van kerkelijke correspondentie ook de vigerende regels (zelfs inclusief Amsterdam 1936) heeft toegezonden aan Korea.
De Westminster Confessie is onder ons meermalen ernstig onderzocht ook voor en na Amersfoort1967.
Wel zijn er bezwaren tegen formuleringen o.m. inzake de genoemde punten, maar wij zijn daaraan niet gebonden en over deze zaken was vóór 1944 ook altijd wel verschil in de gereformeerde kerken in Nederland zonder dat men elkaar de naam gereformeerd ontzegde. Daarbij is de Westminster-confessie als één van de laatst opgestelde gereformeerde confessies, waarin bv. ook de vrucht van de Dordtse leerregels tegen de remonstranten is verwerkt, te waarderen als gereformeerde confessie. U wilt toch eigenlijk niet zeggen, dat men alleen gereformeerd is als men onze 3 formulieren als confessie heeft aanvaard? We moeten de "erfenis" van de vrijmaking niet voor ons zelf conserveren maar vruchtbaar maken voor anderen, ook in contacten met presbyteriaanse kerken.
Het is de vraag, of de regel van correspondentie meebrengt toetsing van de tuchtoefening voor particuliere kerken, voor zover het niet publiek legitimeren van valse leer inhoudt. Wel roept de hantering in Korea van de door hen aanvaarde regels van correspondentie in (het aangaan van) relaties met andere kerken ook bij ons vragen op, die we hebben voorgelegd. Over de OPC hebben we geen uitspraken gedaan en praktisch nog geen deputaten-contact gehad. De Canadese zusterkerken hebben najaren gesprekken wel uitspraken gedaan.

[terug naar alinea artikel]


 

kerkrecht.nl Acta van de Generale Synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland Groningen-Zuid 1978.

In deze Acta lezen we dat er contacten zijn met de volgende presbyteriaanse kerken met de Westminster Confessie:

  • The Free Church of Scotland  - op pag. 108 art. 247
  • The Reformed Church in Japan (al van 1971-1977 maar sindsdien intensievere contacten) - op pag. 109- art. 248
  • The Reformed Presbyterian Church, Second Presbytery in Taiwan - op pag. 110 - art. 249

De Synode besluit om kerkelijke gemeenschap aan te gaan met Igreja Presbiteriana Evangélica do Sáo Paulo - blz. 111 - art. 251

Artikel 139, overweging d. op pag. 52: (Besluiten inzake correspondentie met buitenlandse kerken)

overweegt ten aanzien van `zij constateert I en II'

d. dat bij het vervullen van deze roeping er rekening mee gehouden zal moeten worden, dat de Here Christus Zijn Kerk vergadert onder verschillende volken en ook met Zijn Kerk onder die volken een weg van eigen historie van verdrukking en strijd tegen dwaling en reformatie is gegaan en nóg gaat;
dat hierdoor tussen deze kerken ook verschillen aanwijsbaar kunnen zijn in de wijze waarop zij de waarheid Gods belijden en voorts in de uiterlijke inrichting en liturgische gebruiken en afspraken van kerkregering, terwijl ze toch samenstemmen in het belijden van het Woord van God en het handhaven van de ware leer en de bediening van de sacramenten en niet `.willen afwijken van wat Jezus Christus als het enig Hoofd heeft verordend (vgl. art. 32 N.G.B. en art. 86 K.O.);

Bijlage 17 - RAPPORT VAN COMMISSIE III - Onderwerp: De inhoud van de correspondentie met buitenlandse kerken. (Agendum VI-a-1 sub 4 en a-3).
Over de regels voor correspondentie met buitenlandse kerken - citaten v.a. blz. 508:

In deze regels van Amersfoort 1948 en Berkel 1952 ging het dus duidelijk om de toepassing, in internationale correspondentie of synode van de schriftuurlijke belijdenis aangaande de kerk in de Heidelbergse Catechismus Zondag 21 en in de Nederlandse Geloofsbelijdenis art. 27-29. De algemene kerk, die verspreid en verstrooid is door afstanden en taalverschillen, wordt immers tesaam verbonden door Christus' universele waarheid, de goddelijke leer van de Schriften en de daarin gegeven goddelijke ordeningen voor de bediening van de sacramenten en de tucht. De plaatselijke kerken, die de merktekenen van de ware kerk vertonen, zullen nationaal en internationaal gemeenschap met elkaar zoeken, terwijl ze plaatselijk, landelijk en internationaal gemeenschap afwijzen met kerken, die openlijk van de belijdenis van de goddelijke leer en ordening afwijken, of die zich schismatiek van de ware kerk hebben afgescheiden. Aldus de lijn, door Calvijn (Institutie IV 1 e.v.) al gewezen, in de dertiger jaren tegenover de pluriformiteits-leer weer gewezen, na de vrijmaking toegepast in de afwijzing van dubbele correspondentie en evenzeer van eigen deelname aan de G.O.S. als van de kerkelijke correspondentie met kerken, die in de G.O.S. gemeenschap oefenen met kerken, die openlijk de weg van de waarheid hebben verlaten.
Kerkelijke correspondentie is dan ook oefenen van kerkelijke gemeenschap met zusterkerken in de Here, die door geographische afstanden en taalbarrières niet in één kerkverband kunnen samenleven.

(...)

3. De nieuwe phase sinds Amersfoort 1967.

3.1. Werd sinds de vrijmaking alleen correspondentie onderhouden met uit gereformeerde emigranten voortgekomen kerken, dat veranderde in 1967. Op de generale synode van Amersfoort kwam het verzoek om correspondentie met de 'Presbyterian Church in Korea'. Deze kerkengroep had door middel van haar deputaten meegedeeld:

a. dat ze de Westminster Confessie en twee Westminster catechismi als belijdenisgeschriften heeft aanvaard, en de Westminster kerkorde als regel voor het samenleven in kerkverband;
b. dat ze geen banden heeft met andere kerken in Korea, echter wel correspondentie in rui-mere zin onderhoudt met 'The Orthodox Presbyterian Church' en 'The Reformed Presbyterian Church' (van de Evangelische synode) 'in America';
c. dat ze in 1966 besloot lid te worden van de Gereformeerde Oecumenische Synode en gedele geerden te zenden naar haar samenkomsten te Amsterdam 1968 (Acta Amersfoort 1967 art. 241 sub C-2-3 en sub D-2-b).

3.2. Nu is het opvallend, dat de generale synode van Amersfoort met deze eerste aanvraag om kerkelijke gemeenschap door middel van correspondentie van een presbyteriaanse kerk wel in bepaalde opzichten in de lijn van haar voorgangsters ging, maar in andere opzichten ook een eigen, nieuwe weg heeft ingeslagen. In een speciale brief heeft deze synode aan de Koreaanse kerken meegedeeld, wat ze eveneens in het in art. 241 genoemde besluit uitsprak, dat deelname aan en afvaardiging naar de G.O.S. het aangaan van kerkelijke correspondentie verhindert. Ter adstructie wordt met name gewezen op de grote plaats, die de synodale gereformeerde kerken daarin innemen, 'die niet trouw gebleven zijn aan het Woord van God, zoals dit door de kerken der reformatie in de 16de eeuw en daarna is beleden'. Na enkele voorbeelden uit de veertiger tot en met de zestiger jaren te hebben gegeven, en daarbij te hebben gewezen op de (toen komende) aansluiting bij de Wereldraad van Kerken, zegt de brief: 'Wij kunnen en wij mogen nooit aan één synodetafel zitten met kerken, die zo openlijk de weg van Gods Woord verlaten hebben en trouwe belijders hebben vervolgd'. Toen daarop de Koreaanse kerken hun deelname aan de G.O.S. annuleerden, werd hun meteen de kerkelijke correspondentie aangeboden. Alleen het onder 'c' genoemde was voor de generale synode van Amersfoort een verhindering, niet de beide andere zaken.

3.3. Daarin verschilt Amersfoort 1967 duidelijk van Amersfoort 1948. Immers, voor haar af-wijzing van deelname aan de G.O.S. noemde de generale synode van 1948, naast de sub 3-2 genoemde plaats van de synodale gereformeerde kerken in Nederland ook als één van de overwegingen: dat de grondslag van deze oecumenische synode de onze niet kan zijn wegens tegenstrijdigheden in de opgesomde belijdenisgeschriften (Acta art. 75 sub 3A).
De deze uitspraak voorstellende commissie noemde als bewijs: 'De Westminster confessie spreekt anders over het verbond en over de regering der kerk dan onze Nederlandse belijdenis-geschriften.' De generale synode van Amersfoort 1967 refereert zich echter aan het oordeel der deputaten van de Groningse P.S. 'dat de Westminster confessie een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift is'. (Acta art. 241 sub D.). Die was voor haar geen verhindering voor kerkelijke correspondentie. Hier gingen de Gereformeerde Kerken duidelijk een nieuwe phase in van correspondentie met buitenlandse kerken.

3.4. Dat geldt ook van het feit, dat het voor Amersfoort 1967 geen verhindering was, dat de 'Presbyterian Church in Korea' meedeelde correspondentie in ruimere zin te hebben met 'The Orthodox Presbyterian Church' en 'The Reformed Presbyterian Church' in de U.S.A. Werd de regel van Berkel voor verouderd verklaard? Klaarblijkelijk niet. Want deze synode betrok in haar overwegingen deze regel als norm en zond die ook toe in de bijlage over de regels voor correspondentie. Blijkbaar was het voor de synode minstens een open vraag, of hier wel sprake is van kerkengroepen, tussen welke onderling geen correspondentie mogelijk blijkt. En ook dat wijst op een nieuwe situatie, waarop bezinning nodig is.

3.5. De in Amersfoort ingezette ontwikkeling heeft zich in de laatste jaren snel voortgezet, in contacten met presbyteriaanse kerken in Ierland en Schotland, in Japan en op Taiwan. En in de U.S.A. kerken, die in de strijd tegen het modernisme in de verenigde Presbyteriaanse kerk van de U.S.A. zich vrijgemaakt hebben, of nog bezig zijn elkaar te zoeken. En die kerken hebben alle de Westminster confessie en catechismi en kerkorde en hun correspondentie of contacten ot andere relaties met elkaar en met derden. Daartoe behoort ook vaak de deelname aan de G.O.S., zelfs terwijl men overigens de correspondentie met de synodale gereformeerde kerken in Nederland verbroken heeft, zoals de Evangelical Presbyterian Church of Ireland en de Orthodox Presbyterian Church, waarmee de Canadese zusterkerken reeds jaren samen-spreken. Alle reden te komen tot evaluatie van deze gegevens met het oog op de vragen, door deputaten sub 4 in hun rapport gesteld in verband met de regel van Berkel, maar nu ook in verband met Amersfoort 1967.

4. Evaluatie van de gegevens voor kerkelijke gemeenschap en contact.

4.1. Toen de synode van Amersfoort 1967 in onderscheid van haar voorgangster van 1948 het verschil tussen de Nederlandse belijdenisgeschriften en de Westminster confessie, die op enkele punten enigszins anders spreekt, geen verhindering voor kerkelijke gemeenchap en kerkelijke correspondentie achtte, bewoog zij zich in de gereformeerde lijn van de zestiende en zeven-tiende eeuw, zoals dit onder meer op de Dordtse synode is uitgekomen. De algemene kerk, die verspreid is over heel de wereld, is in alle tijden en plaatsen gebonden aan de universele waarheid van het Woord van God en zijn vergaderingswil voor prediking, sacrament, bediening en tucht. Maar daarbij heeft Christus zijn kerkvergadering doen plaats vinden in de historie van volken en landen, zodat de kerken een eigen historie hebben, naar de aard van volk en land en hun strijd tegen dwaling en verdrukking, die zich ook weerspiegelt in de wijze waarop ze de waarheid Gods in eigen confessies met eigen onvolkomenheid beleden hebben. Zo kunnen er tussen de particuliere kerken van verschillende plaatsen en landen ingrijpende verschillen zijn in inrichting, liturgische gebruiken (verg. art. 86 K.O.) en ook in regeringsvorm, terwijl men toch wezenlijk samenstemt in het belijden van de waarbeid Gods en het handhaven van de ware leer en het bedienen van de sacramenten. Al zijn er andere afspraken inzake het kerkelijk samenleven, erkent men dan toch Jezus Christus als het enig Hoofd, terwijl men niet wil afwijken van wat Hij verordend heeft (art. 32 N.G.B.). Zo hebben de Engelse presbyteriaanse kerken een geheel eigen historie, die zich weerspiegelt in hun kerkorde en in zekere zin ook in de Westminster confessie van 1648, die zich in zijn formuleringen sterk aansluit bij de eerste Engelse en Ierse confessies na de reformatie, maar ook rekening houdt met andere gereformeerde confessies, zoals onze Dordtse Leerregels. Dat dan in deze Westminster confessie (even-als in de catechismi) hier en daar enigszins anders gesproken wordt over verbond, kerkregering en kerk dan in onze Nederlandse confessies, kan reden zijn voor verder kerkelijk gesprek, maar geen verhindering voor kerkelijke correspondentie naar de aangenomen regels en ook niet voor het samenkomen in een Gereformeerde Internationale Synode. Dit laatste ligt duidelijk in de lijn van Amersfoort 1967. Deze synode heeft namelijk de 'Presbyterian Church in Korea', die de Westminster confessie heeft, als zusterkerk in de Here kerkelijke correspondentie aangeboden.
4.2. De bovengeschetste eigen historie van particuliere kerken in bepaalde plaatsen of landen heeft ook haar duidelijke invloed op en betekenis voor de gemeenschap en de contacten, die er bestaan met andere kerkengroepen, hetzij in eigen land of elders. Zo komen de Gereformeerde Kerken in Nederland steeds meer in contact met kerken in het buitenland, die zelf relaties hebben met kerken, waarmee dezerzijds geen correspondentie of gemeenschap wordt onderhouden. Deputaten stellen: een formele toepassing van de regel van Berkel 1952 zou in de situatie van onze jaren een gewenste of zelfs geboden contact-oefening met andere kerkelijke gemeenschappen kunnen blokkeren. Wij zullen wel niet mistasten, als deputaten doelen op gewenste of zelfs geboden contactoefening niet met andere kerken omdat deze de naam van ware kerken van Christus naar de art. 27-29 N.G.B. niet kan worden ontzegd. Nu is boven aangetoond, dat de regel van Berkel slaat op gemeenschap met kerkengroepen, tussen wie onderling geen correspondentie mogelijk blijkt naar dezelfde confessionele normen. Maar deze regel slaat niet op elke relatie met andere kerken waarmee de Gereformeerde Kerken in Nederland correspondentie aangaan of gewenst of geboden achten, zoals Amersfoort 1967 al bewees.
Deputaten wijzen er dan op, dat buitenlandse kerken (b.v. de E.P.C. in Ierland) haar houding tegenover de G.O.S. en ten aanzien van andere buitenlandse contacten niet door Nederlands-kerkelijke verhoudingen laten bepalen, maar door haar eigen situatie en wat men daarin als schriftuurlijke roeping ziet.
Deputaten gaan dan echter weer van het laatste, meer algemene naar de bijzondere toespitsing op de vraag: 'zijn wij verantwoord indien we weigeren in gemeenschap te treden met kerken, die wij overigens herkennen als zusterkerken, zolang niet alle contact met de G.O.S. verbroken is en eveneens ieder ander contact dat van gelijksoortig karakter is.' Dat is de vraag, die volgens de deputaten onder ogen dient te worden gezien.
Nu meent uw commissie, dat door de voorgangsters van uw synode altijd gezegd is dat deelname aan de G.O.S. een verhindering is voor kerkelijke gemeenschap (in eenheid van samenleven in kerkverband aan het adres van de Chr. Gereformeerden en voor kerkelijke correspondentie aan het adres van de Koreaanse kerken (zie de brieven van Amersfoort 1967 en alle uitspraken dienaangaande van volgende synoden).
Uw commissie meent dat deze situatie voor de huidige G.O.S. nog evenzeer geldt, op reeds genoemde en nog te noemen gronden. Die uitspraken blijven gelden, ook als deputaten wijzen op de eigenaardige situatie van kerken, die geen correspondentie (meer) willen hebben met de synodaal gereformeerde kerken in Nederland, maar hun lidmaatschap van de G.O.S. voorshands handhaven. (E.P.C.I. en O.P.C.). Klaarblijkelijk ziet men dat als van verschillend niveau. 4.3. De naam en de aard van correspondentie.
Wij zullen wel allereerst in rekening moeten brengen, dat het woord correspondentie niet dezelfde betekenis heeft voor de Nederlandse gereformeerde kerken, als voor gereformeerde kerken van Engelse origine, zoals de presbyteriaanse kerken.
Voor de Nederlandse kerken is reeds eeuwen lang 'kerkelijke correspondentie' de naam voor het oefenen van gemeenschap met zusterkerken (art. 48 K.O.), die in het verlengde ligt van de gemeenschap in één kerkverband, die echter door afstand, taalverschillen of andere barrières beperkt is. Zo spreken ook de regels voor correspondentie van het achtgeven op elkaars blijven bij de gereformeerde belijdenis in leer, dienst, kerkregering en tucht; en het ontvangen van elkaars leden en dienaren.
Deze betekenis had de uitdrukking 'kerkelijke correspondentie' tot na de tweede wereldoorlog ook voor de door Nederlandse immigranten gestichte kerken als de Christian Reformed Church in Amerika en Die Gereformeerde Kerk in Suid-Afrika; en dat geldt nog voor de met ons corresponderende kerken daar.
Maar de van origine Engels sprekende kerken geven aan kerkelijke correspondentie vaak een veel meer bij het dagelijks spraakgebruik aansluitende betekenis voor allerlei contacten, tot gewone briefwisseling. Voor kerkelijke correspondentie spreken zij van 'Sister Church Relations" (de relatie met zusterkerken) of ook van 'fraternal relations' (broederlijke relaties). Dit laatste behoeft geen volle kerkelijke gemeenschap in te houden, maar is een veel beperkter contact door briefwisseling of door deputaten voor overleg of hulp voor beperkte doeleinden van gemeenschappelijk gemeenschappelijk belang. Daarbij bij speelt ook de invloed van het Engelse denominationalisme een rol, dat als de pluriformiteitsleer de pluraliteit van kerken in plaats en land naast elkaar heeft aanvaard. Dit leidt niet alleen tot het onderhouden van relaties met haeretische kerkgroepen, die openlijk van het Woord Gods afgeweken zijn, maar ook met schismatieke groepen, die om voor Gods Woord niet verantwoorde redenen zich hebben afgescheiden van kerken, die de naam ware kerk niet kon worden ontzegd, beide in strijd met de art. 27-29 N.G.B. De goede voorzichtigheid naar art. 29 N.G.B. zal niet alleen doen letten op de uiterlijke merktekenen, maar ook op de historie, of het wettige vergaderingen van Christus zijn. Dat is ook essentieel in de regel van Berkel.
Daarom kan uw commissie ten volle instemmen met het voorstel van deputaten, om de regel van Berkel te vervangen in zo nauw mogelijke aansluiting aan de formulering van de generale synode van 1952 en tegelijk ook zo, dat het duidelijk is voor buitenlandse kerken. Dat weer te geven in duidelijke en preciese Engelse termen zal een taak van de komende deputaten zijn. Uw commissie meent, dat de Nederlandse tekst van de eerste twee punten daaraan reeds kan worden aangepast door ze aldus te doen luiden:

1. Kerkelijke correspondentie met buitenlandse kerken houdt in het elkaar over en weer er-kennen als zusterkerken in de Here Jezus Christus en het dienovereenkomstig oefenen van kerkelijke gemeenschap, naar de regels voor deze correspondentie aanvaard (Generale Synode Amersfoort 1967, art. 176);
2. Het aangaan van deze correspondentie als oefening van kerkelijke gemeenschap wordt belemmerd, wanneer een kerkengroep harerzijds gemeenschap onderhoudt of wil tot stand brengen met kerkengroepen in Nederland of daarbuiten, tussen welke onderling geen kerkelijke gemeenschap gelijk is

(...)

4. Als de generale synode na informatie contact en nauwgezet onderzoek, ook door middel van haar deputaten, tot het oordeel komt dat deze kerken in het buitenland, naar de schriftuurlijke belijdenis van de Heidelbergse Catechismus, Zondag 21 en de artikelen 27 tot 29 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis zijn te erkennen als ware kerken van de Here Jezus Christus, maar dat er voor de kerkelijke correspondentie als de oefening van kerkelijke gemeenschap nog belemmeringen zijn - met name van vanwege relaties met andere kerkengroepen - zal zij kunnen besluiten deze kerken de tijdelijke relatie van 'kerkelijk contact' aan te bieden.

5. Dit kerkelijk contact zal er vooral opgericht zijn om als kerken van de Here Christus naar Zijn gebod elkaar aan te spreken om de belemmeringen weg te nemen en zo te komen tot de kerkelijke correspondentie als kerkelijke gemeenschapsoefening naar de aangenomen regels.

6. Dit kerkelijk contact kan naar de volgende regels worden geoefend:

a. het uitwisselen van acta of notulen van elkaars generale synoden of vergaderingen (Assem-blies) en mededelingen van besluiten, handelingen of uitgaven van gemeenschappelijk belang vooral die betrekking hebben op de nog bestaande verschillen;
b. voortgaande schriftelijke of mondelinge discussie en evaluatie door wederzijdse deputaten om tot wegneming van de belemmeringen van kerkelijke gemeenschapsoefening door kerkelijke correspondentie te komen;
c. het uitnodigen van afgevaardigden als waarnemers op elkaars generale synoden of vergaderingen en met instemming van de andere deelnemende zusterkerken op een eventuele Gereformeerde Internationale Synode.

7. Elke generale synode kan, zo mogelijk na advies van de deputaten beslissen of deze tijdelijke relatie van 'kerkelijk contact' moet worden voortgezet of geleid heeft tot het aanbieden van kerkelijke gemeenschap door kerkelijke correspondentie dan wel beëindigd moet worden.

[terug naar alinea artikel]


kerkrecht.nl Acta van de Generale Synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland Hattem 1972 - BIJLAGE 8 (Acta artt. 66, 95 en 147) RAPPORT VAN DE DEPUTATEN VOOR CORRESPONDENTIE MET BUITENLANDSE KERKEN v.a. pag. 283

Deputaten schrijven over de contacten met de volgende buitenlandse presbyteriaanse kerken:

  • pag. 300 - The Evangelical Presbyterian Church in Ierland.
  • pag. 303 - Rapport over het bezoek van prof. dr. L. Doekes en ds. P. van Gurp aan The Presbyterian Church in Korea, 27 april-16 juni 1971.

kerkrecht.nl PDF Acta van de Generale Synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland Hoogeveen 1969. pag 372-373

BIJLAGE 4. (Acta artt. 281, 412 en 419) RAPPORT VAN DEPUTATEN VOOR DE CORRESPONDENTIE MET DE BUITENLANDSE KERKEN, BENOEMD DOOR DE GENERALE SYNODE VAN AMERSFOORT-WEST 1967. - III. BIJZONDERE OPDRACHTEN (Acta art. I88 sub II) -  Een rapport van Canadese deputaten aan de deputaten van de GKv - Het vierde bespreekpunt van de Canadian Reformed Churches met de Orthodox Presbyterian Church (USA) 4. verschillen in belijdenis en kerkregering. pag. 372-373

4. Wat de verschillen in belijdenis betreft: wanneer de Westminster Confession spreekt van een onzichtbare kerk, dan bedoelt deze niet een andere kerk dan de zichtbare, maar alleen een ander aspect van de ene heilige catholieke kerk. Het spreken van meer of minder zuivere kerken achten zij niet in strijd met het spreken van ware en valse kerk. Er is immers ook een gradatie waarin een kerk waar of vals is.
Antwoord 31 van de Grote Catechismus stelt: ,,het verbond der genade werd opgericht met Christus als tweede Adam, en in Hem met al de uitverkorenen als Zijn zaad". Antwoord 166 echter zegt: ,,kleine kinderen, afstammend van ouders, hetzij beide, of een van hen, die hun geloof in Christus belijden en hun gehoorzaamheid aan Hem, zijn, in dit opzicht, binnen het verbond en moeten gedoopt worden".
In de O.P.C. wordt geleerd overeenkomstig antwoord 166. De Kuyperiaanse leer van de veronderstelde wedergeboorte als grond voor de doop is in de O.P.C. nooit aanvaard. Het blijkt dat de Grote Catechismus wel bindend is, maar er wordt niet uit gepreekt, en ze is grotendeels onbekend bij de kerkmensen. Ook blijkt dat er verschil is tussen ambtsdragers en algemene kerkleden. De ambtsdragers zijn aan de belijdenisgeschriften gebonden; de kerkleden behoeven de belijdenisgeschriften niet geheel te kennen noch er geheel mee in te stemmen.
Wat de kerkregering betreft: de plaatselijke kerken zijn onderafdelingen van de algemene kerk. De synode is dan ook het hoogste regerende lichaam in de kerk. Echter, daar alleen die besluiten als bindend worden aangenomen, welke direct gegrond zijn op Gods Woord of op de kerkorde, is er geen gevaar voor hiërarchie. Zo wordt ook het gevaar van dominocratie bezworen, dat er is, omdat van de dominees gezegd wordt: „Het ambt van predikant is het eerste in de kerk, zowel wat waardigheid aangaat als wat het nut ervan betreft". Bovendien worden alle predikanten afgevaardigd naar de meerdere vergaderingen. Ouderlingen heten ,,de bijzondere afgevaardigden van het volk", wat met zich meebrengt het gevaar dat zij de uitvoerders worden van de wil van het volk.
Er is dus behoorlijk verschil te constateren tussen beide kerken. En daarover zal nog meer moeten worden gesproken. Men is in de O.P.C. bezig de kerkorde te herzien;

[terug naar alinea artikel]


kerkrecht.nl PDF 1967Acta van de Generale Synoden van de Gereformeerde Kerken in Nederland Amersfoort-West 1966 en 1967 pag. 227 Artikel 241. Besluit rapport inzake brief particuliere synode van Groningen I967 over correspondentie-Korea.

 

kennis genomen hebbende van:

een schrijven van de particuliere synode van Groningen, gehouden te Groningen op 22 februari 1967, gedateerd 24 maart 1967, inzake correspondentie met The Presbyterian Church in Korea, waaraan toegevoegd vier bijlagen, te weten:

1. Acta van de particuliere synode van Groningen, gehouden te Groningen op 15 juni 1966;

2. voorlopig agendum van de particuliere synode van Groningen te houden op 22 februari 1967 te Groningen;

3. afschriften van de correspondentie van de deputaten, benoemd door de particuliere synode van Groningen 1965, met prof. dr. K. S. Lee te Pusan in Korea - een der deputaten benoemd door de synode van The Presbyterian Church in Korea voor contact met De Gereformeerde Kerken in Nederland - en diens antwoordbrieven daarop;

4. beoordeling van de Westminster Confessie gegeven door ds. P. van Gurp en ds. C. Stam, deputaten van de particuliere synoden van Groningen 1965 en 1966 voor contact met The Presbyterian Church in Korea;

constaterende

A. dat de particuliere synode van Groningen 1965 besloot:

1. ,,aan de eerstvolgende generale synode te verzoeken een onderzoek in te stellen naar de mogelijkheden van kerkelijke correspondentie met de Presbyteriaanse Kerk in Korea;

2. deputaten te benoemen, die namens haar contact zullen oefenen met de kerken in Korea ter nadere wederzijdse kennismaking, vooral in zaken van confessie en kerkorde";

B. dat de deputaten van bovengenoemde particuliere synode zich er allereerst van hebben vergewist of mogelijk niet reeds een dergelijk contact geoefend werd door generale deputaten voor correspondentie met buitenlandse kerken; hetwelk niet het geval bleek te zijn;

C. dat uit de door deputaten met prof. Lee te Pusan gevoerde correspondentie gebleken is:

1. dat de synode 1965 van The Presbyterian Church in Korea besloot correspondentie aan te gaan met De Gereformeerde Kerken in Nederland, en dat prof. Lee een van de daartoe benoemde deputaten is;

2. dat genoemde kerk de Westminster Confessie en de twee Westminster Catechismi als belijdenisgeschriften heeft aangenomen en de Westminster Kerkorde als regel voor het samenleven in kerkverband;

3. dat genoemde kerk geen banden heeft met andere kerken in Korea, echter wel een correspondentie in ruimere zin onderhoudt met The Orthodox Presbyterian Church en met The Reformed Presbyterian Church (van de Evangelische synode) in Amerika;

D. dat de deputaten van de particuliere synode van Groningen 1966 na toetsing van de Westminster Confessie dienaangaande ,,meenden te mogen vaststellen dat de Westminster Confessie een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift is. Weliswaar moet worden geconstateerd dat deze confessie soms zaken aan de orde stelt, waarvan het twijfelachtig is of ze in een confessie thuishoren, en dat soms op een breeduitgesponnen wijze. Maar dat neemt niet weg, dat toch onze conclusie kon zijn, dat het feit dat de Koreaanse kerken de Westminster Confession als belijdenisgeschrift hebben, geen bezwaar is tegen kerkelijke correspondentie";

voorts constaterende:

dat blijkens schrijven van ,,The General Council, the General Assembly of the Presbyterian Church in Korea", d.d. 22 mei 1967,

1. de generale synode 1966 van die kerk besloot - overeenkomstig een reeds door haar voorgangster 1965 genomen besluit - correspondentie aan te gaan met De Gereformeerde Kerken in Nederland;

2. de generale synode van die kerk in 1966 besloot:

a. een studiecommissie te benoemen met de opdracht een eventuele wijziging van de Westminster Kerkorde voor te bereiden;

b. lid te worden van de Gereformeerde Oecumenische Synode en gedelegeerden te zenden naar haar samenkomsten te Amsterdam 1968;

3. het lidmaatschap van de I.C.C.C. nog in discussie is;

overwegende:

dat, naar de aangenomen orde - zie Acta generale synode van Amsterdam 1936, artikel 122 sub I ad 1 - correspondentie met kerken in het buitenland niet zal worden aangegaan dan nadat door een nauwgezet en ernstig onderzoek is gebleken dat deze kerken de Gereformeerde belijdenis en kerkregering niet slechts officieel hebben aanvaard, maar ook metterdaad handhaven";
en ook - zie Acta generale synode Berkel en Rodenrijs 1952, artikel 56 overwegende sub 3 -
,,het onmogelijk is correspondentie aan te gaan met een kerkengroep die van haar kant tegelijkertijd gemeenschap zoekt met verschillende kerkengroepen, tussen welke onderling geen correspondentie mogelijk blijkt";

van oordeel:

1. dat De Gereformeerde Kerken in Nederland geroepen zijn de reeds bestaande contacten met The Presbyterian Church in Korea voort te zetten, om zo mogelijk te komen tot kerkelijke correspondentie naar de aangenomen regels;

2. dat - vergelijk ,,voorts constaterende" 2b - het besluit van The Presbyterian Church in Korea tot deelname aan en afvaardiging naar de eerstkomende Gereformeerde Oecumenische Synode het aangaan van zulk een correspondentie verhindert;

3. dat ook geen helderheid bestaat ten aanzien van haar besluit inzake eventuele wijziging in de aangenomen Westminster Kerkorde;

besluit:

A. aan The General Assembly of the Presbyterian Church in Korea een brief te zenden waarin:

1. medegedeeld wordt, dat door de generale synode van De Gereformeerde Kerken in Nederland 1967 met dankbaarheid kennis is genomen van de besluiten van de generale synoden 1965 en 1966 van The Presbyterian Church in Korea, correspondentie te zoeken met De Gereformeerde Kerken in Nederland;

2. met duidelijke argumenten wordt aangetoond waarom het lidmaatschap van de G.O.S., dat door The Presbyterian Church in Korea wordt begeerd, en eveneens het zenden van afgevaardigden naar haar vergaderingen, niet kan samengaan met de door haar begeerde correspondentie met De Gereformeerde Kerken in Nederland;

3. de wens wordt uitgesproken, het onder 2 genoemde bezwaar tegen aanvaarding van de onder 1 vermelde correspondentie zo mogelijk bij voorrang op de General Assembly in september 1967 te behandelen, teneinde de generale synode, voordat zij haar zittingen sluit, in de gelegenheid te stellen in deze zaak tot een definitief besluit te komen;

B. ingeval op het schrijven als onder A genoemd geen antwoord binnenkomt van The General Assembly of the Presbyterian Church in Korea vóór het sluiten van de zittingen dezer generale synode, aan de te benoemen deputaten voor correspondentie met de buitenlandse kerken bij dezen opdracht te geven de reeds bestaande contacten voort te zetten met inachtneming van het hierboven genoemde onder ,,van oordeel" 1, 2, 3 en de inhoud van het schrijven genoemd in bovenstaand besluit A;

C. van dit besluit, onder toezending van dit rapport, met afschrift van de onder besluit A genoemde brief, mededeling te doen aan:

1. de eerstkomende particuliere synode van Groningen;

2. de te benoemen deputaten voor correspondentie met de buitenlandse kerken;

3. deputaten voor correspondentie met buitenlandse kerken van The Free Reformed Churches of Australia.

Artikel 135 over de toespraken van en tot de Koreaanse afgevaardigden:

De praeses geeft op WOENSDAG 7 JUNI 1967 allereerst het rapport en de voorstellen van commissie III inzake correspondentie met buitenlandse kerken in bespreking. In het bijzonder wordt geattendeerd op de positie van de kerk te Monte Alegre en de wenselijkheid van een inventarisatie van de besluiten, die door verschillende generale synoden ten aanzien van de correspondentie met buitenlandse kerken werden genomen. De commissie zal zich hierop nader bezinnen.
Inmiddels zijn prof. Chin Kyung Kim, rector van de vooropleiding van het Koreaanse Seminarie, ds. Y. B. Chah van Kampen en br. S. D. Yang te Zwolle ter vergadering gekomen. De praeses heet hen namens de synode hartelijk welkom. Over het aan de orde zijnde rapport betreffende correspondentie met The Presbyterian Church in Korea ontspint zich een levendige discussie, waarin onder meer de Westminster Confessie, de Westminster Church Order en de verhouding van The Presbyterian Church in Korea tot de ,,Gereformeerde Oecumenische Synode" ter sprake komen. Verscheidene sprekers geven uiting aan hun blijdschap over het contact dat met The Presbyterian Church in Korea tot stand is gekomen. Ds. K. Drost deelt namens commissie III mee, dat de gemaakte opmerkingen in commissieverband nog eens zullen worden bezien.
Dan is het woord aan prof. Kim, die de groeten van ,,de leden en predikanten" van The Presbyterian Church in Korea overbrengt. Deze kerk, die twintig jaar alleen heeft gestaan, is dankbaar voor het gelegde contact, dat prof. Kim zeer bemoedigend noemt. Hij hoopt dan ook dat dit contact bestendigd zal worden. The Presbyterian Church in Korea heeft zich steeds verzet tegen de Wereldraad van Kerken en zal dit blijven doen, zo verzekert prof. Kim de synode.
Ds. S. S. Cnossen spreekt namens de synode de Koreaanse broeders in het Engels toe. Hij zet uiteen wat door de synode ten aanzien van de commissievoorstellen is opgemerkt en waarom de vergadering bevreesd is voor aansluiting bij de ,,Gereformeerde Oecumenische Synode". Hij bidt de kerken in Korea de genade des Heren toe om gereformeerde kerken te zijn en te blijven.
Ook ds. Chah ontvangt het woord. Hij gelooft niet dat The Presbyterian Church in Korea zich metterdaad bij de ,,Gereformeerde Oecumenische Synode" zal aansluiten.
De praeses spreekt zijn hartelijke blijdschap uit over het contact met de kerken in Korea, die dezelfde strijd hebben te voeren als de kerken in Nederland.
De synode besluit, na commissieberaad, op deze zaak nog terug te komen.

De brief aan de Koreaanse kerk in art. 190

Brief aan The General Assembly of the Presbyterian Church in Korea

The General Assembly of
the Presbyterian Church in Korea,
P.O. Box 190 - PUSAN - KOREA.

Geliefde broeders in de Here,
Met blijdschap vernamen wij dat The Presbyterian Church in Korea correspondentie begeert aan te gaan met De Gereformeerde Kerken in Nederland, die thans nog te Amersfoort-West in synode bijeen zijn.
Wij verheugen ons er tevens over dat er reeds enige contacten zijn met uw kerk, onder meer doordat enkelen van uw predikanten colleges volgen aan de Theologische Hogeschool van onze kerken te Kampen.
In dit verband mogen wij ook herinneren aan de hartelijke ontmoeting die wij op een der zittingen van onze huidige synode mochten hebben in onze Here Jezus Christus met ds. Chah, de heer Yang en professor Kim.
Wij hebben van uw kerk goede dingen mogen horen. Wij vernamen dat zij in veel vervolging gedurende de Japanse bezetting en in allerlei moeite ook daarna standvastig mocht blijven in het geloof en onverzwakt heeft vastgehouden aan de belijdenis van de waarheid die in Christus Jezus is. Wij houden ons er van overtuigd, dat u dat ook wilt doen in deze tijd, gelijk ons daaruit gebleken is, dat uw kerk, evenals de onze, iedere verbinding met de Wereldraad van Kerken heeft afgewezen en tevens een open oog heeft voor de gevaren die verbonden zijn aan het lidmaatschap van de I.C.C.C.
Uw begeerte correspondentie aan te gaan met onze kerken heeft bij ons sterke weerklank gevonden. Wij vertrouwen dat u zulk een correspondentie zoekt, die gebaseerd is op de eenheid van belijdenis en kerkregering, in overeenstemming met het Woord van God.
Wij willen daarbij in rekening brengen dat de belijdenisgeschriften en kerkenordening bij u anders zijn dan bij ons.

Bij u: de Westminster Confession en de Westminster Catechismi, op welke geschriften ook uw kerkregering is afgestemd. Bij ons: de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Heidelbergse Catechismus en de Leerregels van Dordrecht, met als regels voor het kerkelijk samenleven de Kerkenordening van De Gereformeerde Kerken in Nederland.
Zal deze correspondentie een levend karakter dragen, dan zal de regeling ervan er op gericht moeten zijn, dat uw en onze kerken elkander over en weer dienen met de schatten en gaven, die onze verhoogde Heiland u en ons in de loop der historie geschonken heeft en schenken wil om te bewaren het pand dat ons is toevertrouwd tot op de dag van Christus' wederkomst.
Met het oog daarop willen wij gaarne, alvorens ten aanzien van deze correspondentie tot een beslissing te komen, u wijzen op de onaanvaardbaarheid van het lidmaatschap van en de deelname aan de „Gereformeerde Oecumenische Synode", die in 1968 te Amsterdam zal vergaderen, waarbij de ten onrechte zich zo noemende Gereformeerde Kerken als ontvangende kerken optreden en waar ook uw kerk, volgens een door uw vorige synode genomen besluit, vertegenwoordigd zal zijn.
U zult op die ,,Gereformeerde Oecumenische Synode" geen afgevaardigden van onze kerken ontmoeten. Onze synode, gehouden te Amersfoort 1948, besloot namelijk de uitnodiging tot deelname aan de ,,Gereformeerde Oecumenische Synode" van 1949, gehouden te Amsterdam, van de hand te wijzen.
De situatie is immers zo, dat de zich zo noemende Gereformeerde Kerken in Nederland, die zulk een grote plaats hebben in de ,,Gereformeerde Oecumenische Synode", niet trouw gebleven zijn aan het Woord van God, zoals dit door de kerken der Reformatie in de 16e eeuw en daarna is beleden.
In 1942-1943 zijn door de toenmalige generale synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland een aantal uitspraken gedaan, onder meer over het verbond Gods en de doop. Deze uitspraken hebben in die kerken grote beroering verwekt, omdat daardoor de vastheid van Gods verbond en Zijn beloften, in de doop aan ons betekend en verzegeld, werd aangetast.
De synode verklaarde het voor ongeoorloofd, iets te leren, dat met deze leeruitspraken niet ten volle in overeenstemming was. De hoogleraren Greijdanus en Schilder en vele predikanten en ouderlingen, die terwille van het Woord Gods deze leer niet konden en mochten aanvaarden, werden wederrechtelijk uit hun ambt ontzet.
Christus echter heeft hen en vele anderen met hen verwaardigd trouw te blijven aan de belijdenis der waarheid en aan de rechte kerkregering, en daarin te blijven de wettige voortzetting van De Gereformeerde Kerken in Nederland.
De kerken, die ons uitwierpen, noemen zich nog wel De Gereformeerde Kerken in Nederland, maar ze zijn deze naam niet meer waardig, omdat zij de grondslag der Schrift hebben verlaten. Dat zij niet meer staan voor de waarheid van de Schrift, is duidelijk te zien. Leidinggevende hoogleraren in de theologie aan de Theologische Hogeschool hunner kerken en aan de Vrije Universiteit, en hun naaste medewerkers, alsook bedienaren van het Goddelijke Woord, verbreiden openlijk en ongestraft schriftcritische leringen welke in de Kerk des Heren onverdraaglijk zijn en ook steeds geweest zijn. Eveneens dragen ze ongestraft beschouwingen uit met betrekking tot de leer der verkiezing en verwerping welke in strijd komen met de door ons aangenomen confessie (de Dordtse Leerregels) en eveneens met de door u aangenomen belijdenis (Westminster Confessie Chapt. III). Dat alles is mede gevolg van het feit dat de belijdenis der waarheid in het midden van die kerken niet meer ten volle wordt gehandhaafd. Wij zijn bereid u van het vorenstaande duidelijk bewijsmateriaal te geven.
De synode van de genoemde kerken staat thans voor een beslissing of zij de uitspraak van de vroegere synode van Assen 1926 inzake de zintuiglijk waarneembare bijzonderheden van het paradijs nog kan handhaven. Door velen in deze kerken wordt er op aangedrongen deze uitspraak voor vervallen te verklaren. Het is te verstaan, dat in deze kring bepaalde evolutietheorieën steeds meer aanhangers vinden.
Voorts vertoont zich in deze kerken een steeds sterker wordende aandrang tot aansluiting bij de Wereldraad van Kerken. Volgens haar laatstgehouden synode bestaat hiertegen geen principieel bezwaar. Genoemde kerken zijn trouwens aangesloten bij de Nederlandse Zendingsraad, die deel uitmaakt van de Internationale Zendingsraad. Zij werken via dit orgaan volop mee in de actie van de Wereldraad van Kerken.
Broeders, deze dingen schrijven wij u niet om onze eigen voortreffelijkheid naar voren te brengen en de zich zo noemende Gereformeerde Kerken zo zwart mogelijk af te schilderen. Het is onze bedoeling u duidelijk te maken, waarom het aan onze kerken onmogelijk is deel te nemen aan de „Gereformeerde Oecumenische Synode". Wij kunnen en wij mogen nooit aan één synodetafel zitten met kerken, die zo openlijk de weg van Gods Woord hebben verlaten, en trouwe belijders hebben vervolgd. Wij zijn het ook niet alleen, die op grond van de Schrift ons tegen deze ontrouwe kerken keren. Door anderen, b.v. uit de Orthodox Presbyterian Church in Noord-Amerika, is reeds ernstige bezorgdheid uitgesproken ten aanzien van de koers, die de zich noemende Gereformeerde Kerken in Nederland thans volgen.
Het is onze overtuiging, dat u, broeders in Christus in Korea, wanneer u dit alles overweegt en tot u laat doordringen, op uw besluit inzake toetreding tot de „Gereformeerde Oecumenische Synode" zult terugkomen.
In de ,,Gereformeerde Oecumenische Synode" is vorige jaren bovendien de vraag aan de orde geweest omtrent al- of niet-aansluiting bij de Wereldraad van Kerken. Verwacht zou mogen worden, dat een vergadering die zichzelf als gereformeerd aandient, éénstemmig zou zijn in de afwijzing van het lidmaatschap van de Wereldraad van Kerken. Uit de Acta blijkt echter, dat die eenstemmigheid er niet is. Ook in die ,,synode" zijn deelnemers, die tevens aangesloten zijn bij de Wereldraad van Kerken en/of die aansluiting bepleiten. Nu bij de zich zo noemende Gereformeerde Kerken in Nederland in de loop van de laatste jaren de drang naar aansluiting bij die Wereldraad van Kerken steeds sterker wordt, bestaat het levensgrote gevaar, dat zij de ,,Gereformeerde Oecumenische Synode" als springplank gebruiken naar de Wereldraad van Kerken.
Broeders, uw en onze kerken hebben de roeping op elkander toe te zien, opdat we ons niet laten meeslepen in de maalstroom, die ons zou afvoeren van het geloof, dat eenmaal den heiligen overgeleverd is (Judas: 3), en voor de handhaving waarvan ook uw kerk in Korea zulk een zware strijd heeft moeten voeren.
Het zou ons verheugen wanneer uw vergadering door een hernieuwde besluitvorming onze bezwaren zou wegnemen en zo de weg geopend zou worden naar een nauwer contact tussen uw kerk en onze kerken.
Onze synode zou gaarne zien, dat u dit schrijven bij voorrang op uw eerstkomende generale synode zoudt willen behandelen, opdat uw antwoord ons nog kan bereiken, voordat wij onze zittingen beëindigen.
Moge de Here u bij uw beraadslagingen en besluitvorming leiden door Zijn Geest en Woord,

met hartelijke broedergroeten,
namens de generale synode van De Gereformeerde Kerken
in Nederland, vergaderd te Amersfoort-West in 1967, enz.

Bijlage 12 (art. 176) over correspondentie met buitenlandse kerken - een rapport van een commissie: (pag 358)

3. welke regels zullen moeten gelden bij het eventueel aangaan van correspondentie met kerken. die wel staan op de grondslag van de gereformeerde leer, maar niet de Drie Formulieren van Enigheid hebben?

(...)

In 1893 zijn dus van kracht de volgende artikelen:

Dordrecht 1618/19, art. 86
In middelmatige dingen zal men de buitenlandse kerken niet verwerpen, die een ander gebruik hebben dan wij.

(...)

s-Gravenhage 1914, art. 153
a. dat de Synode het op hoogen prijs stelt, om aan de afgevaardigden der Buitenlandsche Kerken, die onze taal machtig zijn, de gelegenheid te geven, om in zaken, het algemeen belang der Kerken rakende van advies te dienen wanneer zij zulks mochten begeeren;
b. dat ook wij ons verplicht achten, om naar den Woorde GODS op elkander acht te geven, dat men noch in leer, noch in dienst en tucht afwijke van de Gereformeerde beginselen, terwijl wij oordeelen, dat de correspondentie tusschen beide Kerken die verplichting reeds op ons legt:
c. dat het onderling overleg, hoe zich jegens derden te houden, in de praktijk moeilijk zal zijn te treffen,
om den verren afstand waarop wij van elkander wonen, omdat de verhoudingen in beide landen zoozeer verschillend zijn;
d. wat betreft het dienen van elkander met voorlichting, vooral waar er sprake is van wijziging der Confessie en van de Liturgie voor zoover daarbij de Leer betrokken mocht zijn, oordeelt de
Synode, dat wederzijdsche instemming conform den Woorde GODS noodig is.
(Dit besluit is genomen in antwoord op een brief van de ,,Synode der Christelijke Gereformeerde Kerk in Noord-Amerika.")

(...)

Amsterdam 1936, art. 122
De synode besluit
I De correspondentie met buitenlandsche kerken zal geschieden naar de volgende regelen:
1. correspondentie met kerken in het buitenland zal niet worden aangegaan dan nadat door een nauwgezet en ernstig onderzoek is gebleken, dat deze kerken de gereformeerde belijdenis en kerkregeering niet slechts officieel hebben aanvaard, maar ook metterdaad handhaven;
2. waar zoodanige correspondentie eenmaal is aangegaan, dient regelmatig te worden onderzocht of de buitenlandsche kerken aan de gereformeerde belijdenis en kerkregeering trouw blijven, welk onderzoek inzonderheid aan deputaten voor de correspondentie met buitenlandsche kerken wordt opgedragen;
3. indien bij buitenlandsche kerken, met welke correspondentie wordt onderhouden, afwijkingen van de gereformeerde belijdenis en kerkregeering mochten blijken, zal niet onmiddellijk de correspondentie worden afgebroken, maar zal met getrouwheid en voorzichtigheid tegen die afwijkingen worden gewaarschuwd en zullen die kerken in de bestrijding van de dwaling krachtig worden bijgestaan;
4. met het oog op het gevaar van mogelijke dwaling bij buitenlandsche kerken dienen de bepalingen der generale synode van Groningen 1927 (art. 161 der Acta) inzake het voorgaan van predikanten en candidaten uit buitenlandsche kerken nauwgezet te worden nageleefd, waarbij de classes, die volgens art. 161 sub lb dier Acta een verzoek tot toestemming ontvangen, het advies zullen vragen van deputaten voor correspondentie met buitenlandsche kerken en
5. de waarschuwing tegen eventueele afwijkingen van de gereformeerde belijdenis en kerkregeering bij buitenlandsche kerken zal zóó lang worden voortgezet tot een kerk of kerkengroep zich duidelijk als niet-gereformeerd openbaart; wanneer dan alle pogingen om deze tot reformatie te brengen vergeefsch zijn gebleken zal de correspondentie worden verbroken.

(...)

F. Voorstel inzake regels voor de correspondentie, welke eventueel wordt aangegaan met gereformeerde kerken die de Drie Formulieren van Enigheid niet als grondslag hebben.
Uw commissie, tevens belast met het adviseren van Uw vergadering inzake eventuele correspondentie met de Presbyteriaanse kerk in Korea, is van oordeel dat hij deputaten voor correspondentie met buitenlandse kerken én bij de kerken, waarmee correspondentie wordt aangegaan, de regels voor die correspondentie bekend dienen te zijn.
Nu wisten deputaten, benoemd door de generale synode van Rotterdam-Delfshaven 1964, waar zij in dezen vanuit moesten gaan. Hun instructie hield immers ook de volgende opdracht in:

b. „contact te zoeken met andere kerken in het buitenland, met welke de mogelijkheid van correspondentie mag worden vermoed, teneinde deze mogelijkheid nader te onderzoeken en een eventuele verwerkelijking daarvan naar de aangenomen orde (vgl. acta generale synode van Amsterdam 1936, art. 122) voor te bereiden";
Zoals in paragraaf B kan worden nagegaan, is in het bovengenoemde art. 122 van Amsterdam 1936 het aangaan (sub 1) en het verbreken (sub 3 en 5) van eventuele correspondentie genoegzaam vastgelegd.
Wat het effect van zulk een correspondentie betreft, blijft van belang het sub 2 aldaar bepaalde. Onderdeel 4 van genoemde regels verwijst nadrukkelijk naar de bepalingen van Groningen 1927 t.a.v. het voorgaan van predikanten en het ontvangen van attestaties.
Toch is Uw commissie van oordeel dat met het noemen van art. 122 van Amsterdam 1936 niet kan worden volstaan.
De synode van Berkel en Rodenrijs 1952 immers nam in art. 56 als derde overweging het volgende op:

3. „dat het onmogelijk is correspondentie aan te gaan met een kerkengroep. die van haar kant
tegelijkertijd gemeenschap zoekt met verschillende kerkengroepen, tussen welke onderling geen corespondentie en gemeenschap mogelijk blijkt";
Daarom stelt Uw commissie aan Uw vergadering voor om ten aanzien van de instructie voor de te benoemen deputaten voor correspondentie met buitenlandse kerken, op het onderhavige punt te blijven bij de instructie, zoals die gegeven werd door de synode van Rotterdam-Delfshaven 1964, echter, wat ,.de aangenomen orde" betreft, met toevoeging van de bovengenoemde overweging van Berkel en Rodenrijs 1952, art. 56, en dit onderdeel van de instructie aldus te doen luiden:
contact te zoeken met andere kerken in het buitenland, met welke de mogelijkheid van correspondentie mag worden vermoed, teneinde deze mogelijkheid nader te onderzoeken en een eventuele verwerkelijking daarvan naar de aangenomen orde (vgl. acta generale synode van Amsterdam 1936, art. 122 en van Berkel en Rodenrijs 1952, art. 56, overwegende sub 3) voor te bereiden;

[terug naar alinea artikel]


kerkrecht.nl Acta van de Generale Synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland Amersfoort 1948 art. 75 (blz. 35) - Over de uitnodiging tot deelneming aan een ..Oecumenische
Synode van Kerken
van Gereformeerde belijdenis". te houden in Amsterdam, 7 Augustus 1949 - citaat:

 

De aldus nieuw geredigeerde conclusies der commissie worden aangenomen.
Zij luiden:

De synode,

OVERWEGENDE

1. dat de uitnodiging tot deelneming aan een "Oecumenische Synode van Kerken van Gereformeerde belijdenis". te houden te Amsterdam op 7 Augustus 1949, is gedaan in opdracht van een synode van zich noemende "Gereformeerde Kerken", die met de Gereformeerde Kerken niet op de eeuwenoude grondslag van Schrift en Drie Formulieren van Enigheid en naar de beginselen van de kerkenordening in kerkverband leven;

2. dat de in Amsterdam te houden samenkomst niet het karakter kan dragen van een synode, omdat

A. de Gereformeerde kerkenordening geen "Oecumenische Synoden" kent en bovendien ook geen der participerende kerken, die zulks aangaat een incidentele wijziging van de bestaande kerkenordening in deze ook maar in overweging genomen heeft, terwijl zulk een incidentele wijziging thans ook niet mogelijk en in de gegeven omstandigheden ook niet raadzaam is;


B. er geen "oecumenisch kerkverband" mogelijk is tussen "kerken", die in hun eigen land niet in één verband leven;

3. dat bovendien het verzoek tot deelneming aan deze vergadering zoals het tot ons gekomen is. onaanvaardbaar is, wijl:

A. de grondslag, die voor de "oecumenische synoden" gesteld is door de z.g.n. "Eerste Oecumenische Synode", wegens de tegenstrijdigheden in de opgesomde belijdenisschriften, de onze niet kan zijn;

B. een vergadering, waarin de praeadviseurs vanwege hun aantal en plaats een zodanige overheersende positie innemen als uit de acta van de z.g.n. "Eerste Oecumenische Synode" blijkt, en, gezien de uitnodiging, ook op de z.g.n. "Oecumenische Synode" te Amsterdam het geval zal zijn, niet meer een vergadering van afgevaardigden van kerken kan worden genoemd;

C. de uitnodiging oneerlijk is, daar verwacht wordt dat ambtsdragers, die eerst in Nederland in Christus' Naam zijn afgezet. thans desondanks als leden en praeadviseurs aan een tafel zouden mogen en kunnen plaatsnemen met degenen. die hen hebben gevonnist. waarmee zou gesuggereerd zijn, dat degenen, die in een bepaald land onwaardig zijn om de kerk van Christus te helpen vergaderen en beschuldigd zijn haar te verscheuren. thans openlijk bekwaam en gewillig zouden mogen worden geacht om de kerk van Christus over heel de wereld te dienen en te bouwen;

D. de uitnodiging ook oneerlijk is, omdat de in Grand Rapids op de z.g.n. "Eerste Oecumenische Synode" bijeen geweest zijnde afgevaardigden uit Amerika en Afrika door hun beslissingen t.a.v. "de kerkelijke moeilijkheden in Nederland" de aan Schrift en belijdenis en kerkenordening getrouw gebleven Gereformeerde Kerken in Nederland lichtelijk en onverhoord veroordeeld hebben;

E. de bereiking van het doel, dat voor de z.g.n. "Oecumenische Synoden" gesteld wordt, n.l. "handhaving van de zuiverheid van - en de reformatie in leer en leven", in allereerste instantie afhankelijk is van gehoorzame en getrouwe Woordbediening in de plaatselijke kerken. waar ook ter wereld, van welke gehoorzame en getrouwe Woordbediening de ons uitnodigende kerken zijn afgeweken.

BESLUIT:

1. de door de synodocratisch gebonden "Gereformeerde Kerk" van Amsterdam in opdracht van de Synode te Zwolle 1946 toegezonden uitnodiging voor de "Oecumenische Synode van kerken van Gereformeerde belijdenis". te houden te Amsterdam 7 Augustus 1949. af te wijzen;

2. van deze afwijzing mededeling te doen, onder toezending van dit rapport. aan de uitnodigende "Kerk", aan de Christian Reformed Church of America en aan Die Gereformeerde Kerk in Suid Afrika.

In Bijlage 19 (pag. 120) staat over de verschillende belijdenissen:

4. De grondslag, die men zich voor een ..Oec. Syn." (gesteld, daar kon sprake van zijn) denkt, kan de onze niet zijn.
Vooraf merken wij op. dat het met die grondslag wat eigenaardig gesteld is.
Hoewel de ..eerste Oec. Syn:' de ..Verklaring 1946" geheel in overeenstemming heeft geoordeeld met Schrift en belijdenis wordt zij onder de belijdennisschriften, die de grondslag van de ..Oec. Synodes" vormen. niet genoemd. Blijkbaar is die verklaring dus toch weer niet zo oecumenisch!
Voorts worden ook de andere belijdenisschriften van de synodocratische kerken (restant 1905 en restant 1942) niet genoemd. De synodocr. Kerken vinden het blijkbaar best. dat in de "hogere" regionen, voor haar ..wereld-missie". haar eigen belijdenis versmald of losgelaten wordt.
Wat verder de opgesomde belijdenisschriften betreft, die de grondslag zullen vormen: deze geven niet éénzelfde geluid. De Westminster Confessie spreekt anders over het verbond en de regering der Kerk, dan onze Neder!. belijdenisschriften. Ook die regering der Kerk is een deel van onze op Gods Woord gegronde belijdenis. Door deze afwijking van elkander in de belijdenisschriften is het hebben van een gemeenschappelijke arondslag al illusoir.
De bijlage bij de uitnodiging zegt: ..Wegens de verscheidenheid in de vormen van regering der Gereformeerde Kerken, kan op de eenheid van kerkelijk handelen niet. als een fundamentele eis, de nadruk worden gelegd:' Dit verschil van kerkelijk handelen vindt zijn oorzaak in het verschil van belijden in de verschillende confessies. die daarom onmogelijk om haar tegenstrijdigheid voor álle deelnemers bindend kunnen worden verklaard.

In Bijlage 19b (pag. 125) worden de volgende belijdenissen als grondslag vermeld:

"De grondslag voor de Oecumenische Synode van de Gereformeerde Kerken zal zijn de Heilige Schrift van het Oude en Nieuwe Testament. zoals die vertolkt is in de Belijdenisgeschriften van de Gereformeerde' waarheid, namelijk, de tweede Zwitserse Confessie. de Heidelbergse Catechismus. de Franse Geloofsbelijdenis. de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Westminsterse Confessie, de Dordtse Leerregels. de Negenendertig Artikelen"

In bijlage 49 een opmerkelijke verwijzing naar een voor ons onderwerp heel belangrijke, maar niet gepubliceerde rede van prof. P. Deddens - citaat

Op 9 Dec. 1947 droeg Prof. P. Deddens op ziJn beurt zijn waardigheid weer over aan Prof. C. Veenhof. na eerst een rede gehouden te hebben over het onderwerp: "Van Dordt naar Westminster?"

[terug naar alinea van artikel]

Laatst aangepast op woensdag 16 november 2016 19:33  

De mogelijkheid van reageren is gesloten voor dit artikel.

Reacties

 
0 # Jaap Vreugdenhil 09-06-2016 10:56
Beste Johan,

Het is jammer dat in de discussie over "hierarchie"in de WCF alleen wordt gekeken naar de oude 17e eeuwse versie, en niet naar de versie zoals die nu geldt in bijv. de OPC (zie www.opc.org). Want in die versie kan ik de hierarchie niet vinden.
Helaas geeft ook Van Rongen die versie nauwelijks weer in zijn vertaling.
Melden aan beheerder
 
 
0 # Johan Trip 09-06-2016 11:25
Beste Jaap,

Bedankt voor je reactie. Goed dat je de verschillende versies van de Westminster nog even benadrukt.
Het was mij ook al opgevallen. Daarom schreef ik ook als commentaar op Greijdanus: "En: in de huidige Westminster versie van de Orthodox Presbyterian Church (USA) is de wijze van samenroepen door de overheid niet zo vastgelegd."
Melden aan beheerder
 

Nieuws

Boekaankondiging Gelukkig geen mythe - ds. Rob Visser

Boekaankondiging Gelukkig geen mythe - ds. Rob Visser

Als alles goed is zal half september het boek over Genesis 1-11 beschikbaar zijn. De titel is; Gelukkig geen mythe. In dit boek wordt Genesis 1-11 vers voor vers besproken. Deze hoofdstukken zijn... [More...]

Ds. E. Heres - Lucy of Adam

Een andere 'hermeneutische lens' De aanvallen op het scheppingsgeloof dat gebaseerd is op het geopenbaarde Woord van God worden steeds heftiger.  Het boek dat in deze maanden veel aandacht krijgt... [More...]

De ICRC schorst de GKv als lid

De ICRC schorst de GKv als lid

De ICRC (International Conference of Reformed Churches) te Jordan (Ontaria, Canada) heeft vandaag, 17 juli 2017, besloten om de GKv (Gereformeerde kerken vrijgemaakt) als lid te schorsen... [More...]

Di. Alko Driest, Jan Haveman, Pieter Schelling en Aryjan Hendriks...

UPDATE 20-07-2017 Emeritus ds. Alko Driest en ds. Jan Haveman mailden op 13 juli een brief naar alle kerkenraden in Noord-Nederland met de vraag om in ieder geval tot de eerstkomende Generale... [More...]

Referaat ds. H.G. Gunnink d.d. 12 juli 2017

Voorlichting, bijeenkomst Bedum (Maranathakerk, Grotestraat) De bijgevoegde presentatie is zakelijk van opzet. Daarom is het belangrijk om geen moment te vergeten, dat het gaat over voluit... [More...]

Boekbespreking 'HIJ en wij' - van ds. E. Hoogendoorn

In Weerklank - een gereformeerd maandblad uit de GKN - jaargang 5 nr. 3 schreef ds. E. Hoogendoorn onderstaande boekbespreking van 'HIJ en wij' met de ondertitel ‘Oriëntatie in de actuele situatie... [More...]

Onze ervaring tot hermeneutische sleutels geworden - boekbesprekingen...

Update 14/12: Dr. Hans Burger mailde mij dat in onderstaand artikel de weergave van zijn positie zoals hij die in Cruciaal verwoordt, onjuist is. Ik kom daar nog op terug. CGK Prof.dr. H.J.... [More...]

Enquete

Predikanten, ouderlingen en diakenen zijn in belijdende gereformeerde kerken gebonden aan
 

Nieuwsbrief

Naam:

E-mail:

Gereformeerd?

Grondlijnen in de liturgie (Ds.dr. R.D. Anderson)

Op zijn weblog anderson.modelcrafts.eu vonden we een artikel (laatste wijziging 12 september 2012) van ds. Andersen (FRCA) over de grondlijnen van de liturgie. Enkele citaten: Als inleiding wil ik... [More...]

De GKN zetten het gesprek voort met DGK over functioneren fundament...

De GKN hebben op de Generale Synode d.d. 18 maart 2017 besloten om het oriënterende gesprek met DGK voort te zetten. Nu samen met afgevaardigden van DGK op 17 februari jl. is vastgesteld dat alleen... [More...]

Blijdschap over positief gesprek DGK en GKN 17 februari

Positief gesprek geeft openingen!Op 17 februari 2017 hebben afgevaardigden van DGK (De Gereformeerde Kerken) en GKN (Gereformeerde Kerken Nederland) de tot nu toe gevoerde briefwisseling besproken en... [More...]

Betekenis van het besluit van de GKN over het spreken met de DGK -...

Ik wil graag reageren op wat broeder Trip over dit besluit heeft geschreven. Om zo onnodige obstakels en misverstanden die een eigen leven gaan leiden weg te nemen.   Ook om te laten zien dat de... [More...]

GKN willen uitgestoken hand DGK opnieuw onderzoeken

Een zeer teleurstellend bericht bereikte ons zaterdagavond via de nieuwsbrief van eeninwaarheid.info. De Synode van de GKN heeft besloten om de brief van de GKN aan DGK d.d. 12 maart 2016 toe te... [More...]

De zekerheid van het geloof vs Westminster studie deputaten BBK DGK

In 2014 hebben deputaten BBK (Betrekkingen Buitenlandse Kerken) opdracht gekregen van De Gereformeerde Kerken (DGK) i.c. van de Generale Synode Hasselt 2010-2011 om grondig studie te verrichten... [More...]

Presbyterianisme en de toegang tot het Heilig Avondmaal versus Westminster meerderheidsrapport BBK DGK

Presbyterianisme en de toegang tot het Heilig Avondmaal versus...

. Ds. Bredenhof - sinds maanden een pastor van de FRCA, Tasmania, Australia - is nog steeds bezig om zich in te werken in de Australische context. Onlangs las hij een autobiografie van J. Graham... [More...]

Ketter!

Ketter!

Dr. Wes Bredenhof, predikant van de Australische Gereformeerde Kerken (Launceston, Tasmania), is meer dan eens voor ketter uitgemaakt! Nee, niet door Rooms Katholieken of Moslims, maar... [More...]

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel 2 (1944-1990)

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel...

Versie -16/11: Toegevoegd: deputatenrapport 1967 beoordeling Westminster Confessie door ds. P. van Gurp en ds. C. Stam. PS: Ik heb wel alle Reformatie jaargangen, maar niet het blad Dienst 1957 nr.... [More...]

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel 1 (1834-1944)

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel...

Professor P. Biesterveld die al op 31 jarige leeftijd hoogleraar werd aan de Theologische School in Kampen (1894) en vanaf 1902 aan de Vrije Universiteit te Amsterdam heeft uitvoerig de... [More...]