Werken aan eenheid

van gereformeerde - 3FvE of WS - kerken en groepen in Nederland e.o.

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home Kleur bekennen ('woordsjoemel') met een onthechtend ondertekeningsformulier

Kleur bekennen ('woordsjoemel') met een onthechtend ondertekeningsformulier

E-mailadres Afdrukken PDF
Gebruikerswaardering: / 0
LaagsteHoogste 

Deputaten Herziening kerkorde hebben in opdracht van de Generale Synode Amersfoort-C van de GKv een nieuw ondertekeningsformulier (of zoals zij het nu noemen: bindingsformulier) voor de bijzondere ambtsdragers (predikanten, ouderlingen en diakenen) voorgesteld.

Wat was het probleem met het oude ondertekeningsformulier?

  • deze is erg streng en juridisch geformuleerd. Dit was bij het ontstaan belangrijk omdat men duidelijkheid eiste van de bijzondere ambtsdragers of ze wel gereformeerd waren of niet; nu is dat niet meer zo belangrijk: nu willen we positief, uitnodigend en wervend spreken.
  • er zijn tegenwoordig ambtsdragers die er niet meer mee kunnen instemmen dat de leer van de drie Formulieren van Eenheid in al hun delen geheel met Gods Woord overeenstemmen.
  • je kunt niet meer stellen dat dat de leer van de drie formulieren van eenheid “in alle delen geheel met Gods Woord overeenstemt”. Want daarmee lijkt de inhoud van de belijdenis ongewild op hetzelfde niveau te komen als de Bijbel.
  • het wekt de indruk dat je al om een kleinigheidje kunt worden gepakt omdat je hebt getekend voor 'alle delen' van de leer van de drie Formulieren van Eenheid
  • de binding aan de belijdenis mag niet meer tornen aan de vrijheid van exegese.
  • de tegenwoordige omgang met het ondertekeningsformulier is al veel soepeler dan de indruk die de strenge tekst van het ondertekeningsformulier wekt. Daardoor wordt het al door bijzondere ambtsdragers ervaren als een formaliteit waar je je verder niet veel van hoeft aan te trekken.
  • het recht om een nadere verklaring te eisen van een bijzondere ambtsdrager die bezwaren heeft tegen (onderdelen van) de belijdenis moet worden afgeschaft, want dit stimuleert niet om je openlijk uit te spreken omdat alles wat je zegt tegen je gebruikt kan worden.
  • velen beleven de huidige tekst als een intoming van een positieve verwoording van de gereformeerde overtuiging in plaats van een stimulans.
  • de grond voor afzetting kan niet alleen maar zijn dat zij die bezwaar hebben tegen (onderdelen van) de belijdenis met hun afwijkende opvatting naar buiten komen; de enige wettige reden zou moeten zijn dat ze - vanwege die afwijkende opvattingen - niet meer geschikt zijn om de gemeente voor te gaan in de betrouwbare leer.
  • de nieuwe theologische inzichten lijken te worden miskend door het ondertekeningsformulier met alleen de drie Formulieren van Eenheid.

Wat zou beter kunnen?

 

  • bezwaren tegen (onderdelen van) de belijdenis publiek behandelen zodat er een breed kerkelijk overleg plaatsvindt voordat de afgevaardigden in de kerkelijke vergaderingen zich daarover buigen. Bovendien moet men zich vrij kunnen voelen om te sympathiseren met bezwaren tegen (onderdelen van) de belijdenis.
  • je moet erop gericht zijn om (positief !) tot overeenstemming te komen: we gaan akkoord, 'mits'
  • je kunt beter afzien van procedurele bepalingen (b.v. schorsing), het gaat erom dat er positief wordt stem gegeven aan de belijdenis.
  • bepalingen om afwijkingen van de belijdenis tegen te gaan is niet meer nodig in deze tijd: in deze tijd werkt een 'pact van vertrouwen' beter dan een 'geest van wantrouwen'. Scherpe formuleringen waren vroeger noodzakelijk, nu werkt het vervreemdend.
  • er moet ruimte komen voor openlijke kritiek op de christelijke leer en dit moet openlijk bediscussieerd kunnen worden.
  • het ondertekeningsformulier moet zo worden herschreven dat ze onbruikbaar wordt voor verdachtmakingen alsof verschillen in benaderingen of accenten gelijk zijn aan verschillen tussen waarheid en leugen.
  • we moeten niet willen binden aan de belijdenissen op zich, alleen op de wijze zoals de betreffende kerk die normaliter uitlegt.
  • we moeten vandaag eigentijdse teksten schrijven met een eigentijdse functie, we moeten niet de oude belijdenissen willen nabootsen met hun ouderwetse functie. We mogen er wel op voortbouwen om te laten zien hoe een kerk zich voor alle eeuwen bindt aan de ene waarheid van God in Jezus Christus.

Mijn conclusie - een paar kernpunten:

  • er wordt niet meer gebonden aan de leer van de drie formulieren van eenheid, alleen aan de leer van de bijbel zoals die door de vrijgemaakte kerken wordt beleden in die drie formulieren. Dat betekent dat wat er in praktijk geleerd wordt in die kerken tot norm wordt verheven. Zo schuift de norm flexibel mee met de praktijk !
  • openlijk mag de leer van de drie formulieren van eenheid worden bekritiseerd en openlijk bediscussieerd. Er is dus geen formele 'garantie' meer dat de bijzondere ambtsdragers in hun publicaties en uitspraken zijn gebonden aan de drie formulieren van eenheid. En het houdt ook in dat dan de ene waarheid van God in Jezus Christus publiek discutabel mag worden gesteld.
  • de functie van de belijdenis is fundamenteel gewijzigd: was het vroeger het kenmerk en de handhaving van gereformeerd zijn, nu werkt dat vervreemdend (ze zijn nu blijkbaar allemaal goed gereformeerd en met de juiste intenties), daarom wil men het nu gebruiken als een 'pact van vertrouwen'.  Er zit een heel positieve mensvisie achter die op zeer gespannen voet staat met diezelfde belijdenis. Bovendien stelt men dat de belijdenissen niet meer de ultieme verwoording vormen van wat wij vandaag geloven!
  • de indruk wordt gewekt dat het gevaar van dwaalleringen tegenwoordig wel meevalt, in elk geval voor de bijzondere ambtsdragers in hun eigen kerk.
  • men bekent hiermee kleur door zich niet meer uitdrukkelijk te willen laten binden aan de leer van de Heilige Schrift zoals en omdat die trouw wordt nagesproken in de drie formulieren van eenheid. Men zou open en eerlijk zijn als men tegelijkertijd ook de consequentie trekt om de naam 'gereformeerd' op te geven.

Natuurlijk is het 'maar' een voorstel van deputaten, maar men durft nogal wat te stellen in dit rapport. Vooral dat het huidige ondertekeningsformulier "door ambtsdragers wordt ervaren als een formaliteit, waar je je noodgedwongen aan moet onderwerpen, maar waar je je verder niet veel van hoeft aan te trekken. Zolang je het maar niet te bont maakt, kun je vrij je gang gaan." Het gaat hierbij nota bene vaak om "uiterst betrokken theologen die voelen dat het wel eens schuurt tussen hun bevindingen en de belijdenis, maar zichzelf sussen met de gedachte dat ze de enige niet zijn, en dat de belijdenis een ruimhartige interpretatie toelaat. Ze blijven naar hun overtuiging binnen de ‘bandbreedte’ van de belijdenis."  Dat zal dan ook het karakter kleuren van de omgang met het nieuwe bindingsformulier. Het komt daarom niet echt open en eerlijk over dat men nog steeds de drie formulieren van eenheid noemt in het voorgestelde formulier.
Het zou mij niet meer verbazen als deze geest in de breedte leeft in de vrijgemaakt-gereformeerde kerken. De uitspraak van dr. Wilschut dat er geen ruimte meer is voor klassiek gereformeerd kerkelijk leven en prediking verbaast mij na het verschijnen van dit voorstel helemaal niet meer. Zelfs GKv dominee J.M. Haak heeft bevestigd dat die ruimte er (bijna) niet meer is (incl. het voorkomen van eenzijdigheid, oppervlakkigheid en banaliteit)  in een artikel op zijn weblog (07-11-2013) "Stilzitten als je wordt geschoren.".

Het is gereformeerd als de bijzondere ambtsdragers van een gereformeerde kerk zich open, eerlijk, loyaal en onbekrompen binden aan de belijdenis van Christus kerk: de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Heidelbergse Catechismus en de Dordtse Leerregels. Anders verlaagt men zich tot woordsjoemel1.

JT

De leden van dit deputaatschap zijn: ds. K. Harmannij, ds. P. Niemeijer, mr. P.T. Pel, mr. J. Storm, prof.dr. M. te Velde

1Dit woord is afgeleid van het woord 'voedselsjoemel': dit is een nieuw woord uit 2013. Hier bedoelen we met 'woordsjoemel': fraude2 met Gods Woord, met het woord van de bijzondere ambtsdragers (de handtekening onder het originele ondertekeningsformulier) en met het woord 'gereformeerd'.

2Fraude: Fraude is een vorm van bedrog; de zaken worden anders voorgesteld dan ze zijn, door op papier of digitaal een onjuiste weergave te geven van de werkelijkheid. Onder werkelijkheid verstaan we dan de werkelijkheid zoals we die kennen vanuit Gods Woord.

Naschrift 28-01-2014: Op 10 januari 2014 ontving de GKv-synode Ede 2014 een verzoek van GKv Ten Boer om het voorstel inzake het voorgestelde bindingsformulier NIET te verheffen tot besluit. Zie GK Ten Boer verzoekt bindingsformulier niet aan te nemen

Bron/verantwoording:

De link naar Beleidsrapport 2014 Deputaten herziening KO (v.a. pag. 9)

Zie hieronder de oude tekst naast de nieuwe tekst

Zie hieronder: Verantwoording van de vertaling van de context van het (m.i. verbloemend) deputatenvoorstel naar de context van (authentieke) belijdende gereformeerde kerken (toegevoegd 19-11-2013)


Zie ook:

07-02-2015 onderwegonline.nl - Erik Koning - Nieuw bindingsformulier GKv landt goed in NGK - citaten:

GKv-er Harmannij:

'De GKv wordt daarbij expliciet genoemd: je bindt je niet alleen aan bepaalde geschriften, maar verklaart je solidair met de vrijgemaakte kerken, die daarin hun geloof belijden.’

NGK-er ds. Kor Muller:

‘De GKv haalt de NGK links in’, stelt Kor Muller, emeritus NGK-predikant en lid van de commissie Kerkrecht en beroepszaken en de commissie voor Contact en samenspreking met andere kerken. ‘Het is een mooi, kort en eigentijds formulier.’

(...)

‘Ik zou er nu geen enkele moeite mee hebben om dit formulier over te nemen.’

26-03-2014 bderoos.wordpress.com - B. de Roos - Ondertekeningsformulier

Ambtsdragers onderwerpen zich aan uitspraken van kerkelijke vergaderingen.
Dat klinkt streng. En misschien ook wel vervelend.
Waarom is dat zo bepaald?
Omdat kerkmensen beschermd moeten worden. Mensen zijn zondig. Dat geldt voor ambtsdragers niet minder. Kerkelijke vergaderingen moeten er voor zorgen dat gelovigen niet door allerlei wind van leer worden meegesleept.

10-03-2014 gereformeerdekerkblijven.nl - Verslag bijeenkomst leden GS Ede 2014 met delegatie indieners ‘Appel’

Het is niet nodig om te herhalen wat daarover in onze brief wordt gezegd. Slechts over een enkel punt vooraf iets meer. Wij hopen dat uw besluitvorming zal bevorderen dat de manier waarop we ons aan de belijdenisgeschriften binden niet losser en vrijblijvender zal worden en hét akkoord van kerkelijk samenleven zal blijven. Dat is wat we proberen  te benadrukken  in ons eerste punt. Zeker, een kerk redt het niet met een formeel dichtgetimmerde binding, terwijl wat we samen belijden geen zaak meer is van ons hoofd en hart. Toch is de binding zelf onmisbaar voor een voor gemeenten van Christus veilige manier van samenleven. Een nieuwe formulering kiezen voor het Ondertekeningsformulier – nu zelfs bindingsformulier genoemd – kan nodig of nuttig wezen. Al vraag ik mij persoonlijk af of er in de huidige situatie een goed signaal van uitgaat. Maar het concept dat nu aan uw vergadering voorgelegd is, roept ernstige vragen op.

Volgens dat concept zal een ambtsdrager die verschil ervaart tussen wat de Bijbel leert en de belijdenis, dit ‘op gepaste wijze aan de orde stellen’. Met deze nieuwe bepaling zou door de kerken een omslag worden gemaakt. Volgens het huidige formulier mag een afwijkend inzicht niet openlijk worden uitgedragen. Het moet aan de kerkelijke vergaderingen worden voorgelegd. Het voorgestelde formulier laat wel in het midden wat ‘op gepaste wijze’ precies is, maar het omvat volgens het deputatenrapport in elk geval dat een afwijkend inzicht publiek aan de orde gesteld kan worden. Daar pleiten deputaten zelfs voor. Als er kritische vragen zijn, helpt het niet een open discussie te verbieden, zo stellen deputaten. Door de discussie aan te gaan, zouden we  laten zien dat we voor de waarheid staan. Daarbij zou ook het contrageluid gehoord moeten worden. Met het nieuwe Ondertekeningsformulier kan in feite elk deel van de gereformeerde leer openlijk in discussie worden gebracht. Een breuk met ons verleden!

Nader Bekeken - maart 2014 ds. Hans van der Jagt - Verlegen ambtsdragers - blz. 68 - citaten:

Wat in beeld gebracht wordt, is vooral de verlegenheid die ambtsdragers bij het huidige formulier voelen. Die wordt opgeroepen door de detaillering (‘in alle delen’ en ‘geheel overeenstemmen’) waarin het formulier spreekt over de overeenstemming tussen Gods Woord en de belijdenis. Het voelt dichtgetimmerd. Broeders die loyaal aan de belijdenis willen zijn, weten niet of ze ‘oprecht kunnen instemmen met elke uitspraak die daarin te vinden is’. En of ze voor het aangezicht van de Here kunnen verklaren dat ze daar hartelijk van overtuigd zijn.

Het is jammer dat het vaag blijft in welke mate deze verlegenheid zich voordoet. Ook blijft geheel buiten beeld dat er velen zijn die con amore hun handtekening onder het formulier zetten. Maar als men deze verlegenheid wil wegnemen, is het van belang te vragen of het ontwerpformulier echt soelaas voor deze moeite biedt.

(...)

Ook als je – we erkennen de vrijheid van exegese – door schriftstudie een bedenking tegen de leer krijgt, mag je die bij de oude tekst niet publiceren. Dat brengt de exegeet in verlegenheid die belangrijke bewijsplaatsen bij de belijdenis anders uitlegt dan de uitleg waarvan de belijdenis uitgaat. Een strenge tekst met daarbij een soepele praktijk werkt in de hand dat de ondertekening van de belijdenis een formaliteit is: ‘Zolang je het maar niet te bont maakt, kun je vrij je gang gaan.’ Dat is geen onverschilligheid. ‘Het gaat vaak om uiterst betrokken theologen die voelen dat het wel eens schuurt tussen hun bevindingen en de belijdenis, maar zichzelf sussen met de gedachte dat ze de enige niet zijn, en dat de belijdenis een ruimhartige interpretatie toelaat.’

Deze verlegenheid kan ik me, met name voor de theologen onder ons, wel voorstellen. Hun taak is – ik zeg het met een woordpaar van K. Schilder – de sympathetisch-kritische bearbeiding van de leer van de kerk. Niet alleen sympathetisch. Ook kritisch. Waarom zou je, met die taak bezig, niet tot andere, nieuwe inzichten komen? J. Douma wees er al op (naar Schilder verwijzend) dat confessionele gebondenheid van de theologie iets anders is dan confessionalistische enghartigheid (Oriëntatie in de theologie, p. 20). Is het huidige formulier daarbij een struikelblok?

Opmerkelijk is dat de kerken van meet af aan ruim met dit formulier omgingen. J.R. Wiskerke schreef een opstel over ‘De confessie van de kerk’, dat nog steeds de moeite van het lezen waard is. Het is opgenomen in de bundel De strijd om de sleutel der kennis (1978, p. 35-92). Daarin laat hij zien welke houding de generatie die ons het huidige formulier heeft gegeven, tegenover de binding aan de belijdenis had. ‘Zonder de bewoordingen of terminologie voor onbelangrijk te verklaren, hebben de Gereformeerden vanouds op dit punt van ruimhartigheid blijk gegeven’ (p. 53). Men heeft ‘zich verzet tegen ieder gedweep met de lettertjes der confessie’ (p. 54). Na een aantal voorbeelden is de conclusie van Wiskerke: ‘Te allen tijde behielden dan ook exegese en dogmatiek hun vrijheid en zij stelden soms de onjuistheid van een aanhaling uit de Schrift of haar gemis aan bewijskracht in het licht’ (p. 57). En dat betrof ook ‘de zegswijze en de orde van voorstelling in de confessie’ (p. 58). Ook laat hij zien dat de ‘synode die het ondertekeningsformulier gaf ervan afzag om het schriftbewijs in de belijdenisartikelen te herzien omdat dit schriftbewijs geen bindend gezag heeft’ (p. 56). Het wantrouwen dat de deputaten in het huidige formulier zien, was er in de zeventiende eeuw kennelijk niet. Het werd niet als een struikelblok voor de theologie ervaren. Is de verlegenheid die vandaag gevoeld wordt, dan wel nodig? Of wordt ze misschien te sterk aangezet?

(...)

Blijven de kerken veilig?
Ik gaf al aan dat het deputaten met het ondertekeningsformulier gaat om de veiligheid van de gemeenten. Zij moeten niet via de prediking overvallen worden met opvattingen die afwijken van de aanvaarde confessie. Waarborgt het nieuwe formulier deze veiligheid? Volgens het concept zal een ambtsdrager die verschil ervaart tussen wat de Bijbel leert en de belijdenis, dit ‘op gepaste wijze aan de orde stellen’. Met deze bepaling wordt door de kerken een omslag gemaakt. Volgens het oude formulier mag een afwijkend inzicht niet openlijk worden uitgedragen. Het moet aan de kerkelijke vergaderingen worden voorgelegd. Het nieuwe formulier laat wel in het midden wat ‘op gepaste wijze’ precies is, maar het omvat in elk geval dat een afwijkend inzicht publiek aan de orde gesteld kan worden. Daar pleiten deputaten voor. Als er kritische vragen zijn, helpt het niet een open discussie te verbieden. Door de discussie aan te gaan, laten wel zien dat we voor de waarheid staan. Daarbij moet ook het contrageluid gehoord worden.

Met het nieuwe ondertekeningsformulier kan in feite elk deel van de gereformeerde leer openlijk in discussie worden gebracht. Wie bijvoorbeeld meent bijbelse argumenten tegen de kinderdoop te hebben, kan dat openlijk uitdragen en kan werven voor zijn mening. Hoeveel verwarring kunnen andere inzichten veroorzaken voordat ze in het publiek debat weersproken zijn? En als iets publiek mag worden uitgedragen – waarom dan niet op de preekstoel en wel in een kerkelijk blad of een boek? Ik zie niet hoe met een dergelijke open discussie, waarin de gezamenlijke leer bestreden wordt, de gemeente veilig blijft.

Ik begrijp ook niet waarom de kerkelijke vergaderingen hier buitenspel gezet worden. Daar wordt het formulier ondertekend. Daar worden beslissingen genomen over de gezamenlijke leer. Natuurlijk kunnen die vergaderingen nog in beeld komen als er een bezwaarprocedure komt. Maar dan ben je met elkaar niet meer in een sfeer waarin onderling vertrouwen gedijt.

Tot slot
Deputaten hebben de kerken een fris ondertekeningsformulier aangeboden. Het is eigentijds geformuleerd en zet terecht in op het onderlinge vertrouwen. Verschillende bezwaren die ze bij het oude formulier zien, worden niet echt weggenomen. Een fors nadeel is dat de veiligheid van de gemeente niet gewaarborgd wordt.

Afgesloten 19 februari 2014.

18-12-2013 defenceofthetruth.com - Jelte Numan - Proposed new Subscription Form in the GKv is less binding

The (Dutch) deputies say that in the new Subscription Form being proposed to synod “the promises are geared to what’s needed today: leading the congregation from out of the one faith and standing up for God’s truth in a world full of lies.” Yet that is precisely why office bearers should sign the current Subscription Form, which insists on their agreement with the Three Forms of Unity.

In the new Form office bearers are asked to agree with the Bible “and only dependent on that, with the confession of the church”, says the Report. But this places a question mark behind the reliability of the confessions and works to undermine the unity of the churches in the truth of God’s Word. Our unity as bond of churches is based on our agreement that our reformed confessions faithfully summarise the doctrine of God’s Word. That’s why they are called the Three Forms of Unity.

14-12-2013 gereformeerdekerkbliven.nl rubriek Kerkelijk leven - ds. Rob Visser - VAN ONDERTEKENINGSFORMULIER NAAR BINDINGSFORMULIER - Een cosmetische verandering? - citaat:

Ook al ontkennen de deputaten dit, toch komt het dan feitelijk er op neer dat we uitspreken dat we aan de Belijdenisgeschriften gebonden zijn voor zover ze met de Bijbel overeenkomen. We kunnen er samen niet meer op aan dat de ambtsdragers er samen van overtuigd zijn dat de belijdenisgeschriften in alles de leer van de Schrift uitdragen.
Hiermee komt er ook een heel duidelijk devaluatie van de woorden waarmee de Nederlandse Geloofsbelijdenis begint: “Wij geloven allen met hart en mond”.  Dat we samen hartelijk belijden wat er in onze belijdenisgeschriften staat, komt op de tocht te staan.

(...)

We zijn op weg naar de synode.  Op de synode ligt het voorstel om kerken de vrijheid te geven de ambten voor de vrouw open te stellen. Er ligt ook het voorstel voor een minder sterke binding aan de Belijdenisgeschriften voor de ambtsdragers.
Als de synode zou besluiten om op beide punten de voorgestelde koers te gaan, ontstaat er een vreemde situatie. Dan zijn  juist de punten waartegen wij bij de NGK grote bezwaren  hadden door ons weggenomen. Dan moeten we de grote woorden die we door de jaren gesproken hebben terugnemen. De eerlijkheid zou dan gebieden om schuldbelijdenis te doen en ons bij de NGK aan te sluiten. Dan dus wel na schuldbelijdenis van onze kant.
Het is niet zo dat ik die kant op wil. Ik zal dat zelf niet meemaken maar als de kerken zo besluiten moeten ze wel beseffen dat ze dan de NGK jarenlang onnodig verwijten hebben gemaakt.

Ik herhaal en accentueer (deels) zijn uitspraak:

De eerlijkheid zou dan gebieden om schuldbelijdenis te doen en ons bij de NGK aan te sluiten. Dan dus wel na schuldbelijdenis van onze kant.
Het is niet zo dat ik die kant op wil. Ik zal dat zelf niet meemaken maar als de kerken zo besluiten moeten ze wel beseffen dat ze dan de NGK jarenlang onnodig verwijten hebben gemaakt.

14-11-2013 bertloonstra.nl - Dr. B. Loonstra (CGK) - Een nieuw ondertekeningsformulier - citaat slot

Het tweede punt betreft de ontslagclausule die in de klassieke CGK-verklaring het duidelijkst is: als we met een afwijkend gevoelen naar de kerkelijke vergadering zijn gegaan, verklaren wij dat we te allen tijde ons gewillig onderwerpen aan het oordeel van die vergadering, ‘op straffe van schorsing uit de dienst’. Het nieuwe voorstel beperkt zich tot de verklaring: we zullen ‘ons houden aan de aanwijzingen van de bevoegde kerkelijke vergaderingen’.

Het laatste klinkt minder grimmig, maar is in feite benauwender.
De klassieke formulering biedt namelijk een morele uitweg voor het geval ik in mijn geweten niet kan instemmen met wat de kerkelijke vergadering heeft uitgesproken. Met het noemen van de clausule wordt die mogelijkheid ingecalculeerd. Natuurlijk stem ik niet in met de kerkelijke vergadering, wanneer ik dat in mijn geweten voor God niet kan verantwoorden. Dat wel te eisen zou een klap zijn in het gezicht van het gereformeerde kerkrecht. Dat is erop gebaseerd dat wij God meer gehoorzaam moeten zijn dan de mensen, tot en met de situatie waarin wij moeten zeggen: ‘Hier sta ik, ik kan niet anders.’ Maar dan moet ik natuurlijk niet zeuren. De consequentie is dan wel dat ik geschorst word. Die consequentie aanvaard ik gehoorzaam. Dat alles zou in een nieuw formulier ook moeten doorklinken.

Opmerkelijk dat juist een kerkverband dat artikel 31 van de kerkorde wil onderhouden, hier niet mee aandacht aan geeft. Artikel 31 gaat er toch juist over, dat ik alle kerkelijke uitspraken voor bindend houd, tenzij wordt aangetoond dat die in strijd zijn met de Bijbel.

11-11-2013 nd.nl - Kleur bekennen met handtekening ouderling

EDE - Soberder, positiever en met meer nadruk op de Bijbel dan op de belijdenis: dat is de insteek van een nieuw voorgesteld ondertekeningsformulier voor vrijgemaakt-gereformeerde ouderlingen en diakenen.

Opmerking: deputaten stellen voor eenzelfde ondertekeningsformulier te gebruiken voor voor alle bijzondere ambtsdragers: predikanten, ouderlingen en diakenen.

31-08-2013 praktijkcentrum.org - prof. Barend Kamphuis - Omgaan met de belijdenis in de kerk (pdf)

15-06-2013 eeninwaarheid.info - De synodalen achterna 6 - De Reformatie - Prof. dr. E.A. de Boer - De verbindende kracht van belijden

Anno 2013 acht ik de tijd gekomen om de vraag te stellen: zijn de drie confessies, die we 'belijdenisgeschriften' noemen, nog geschikt als uitdrukking van eenheid en toetssteen van rechtzinnigheid?

(...)

elke theoloog zet wel vraagtekens bij een artikel of zondag

D.J. Bolt vat het alsvolgt samen:

We ervaren het als schokkend wat hier haast achteloos in een De Reformatie artikel, en blijkbaar ook al eerder in Pro Ministerio, het niet-publieke blad van de vrijgemaakte predikantenvereniging, door een hoogleraar aan onze TUK wordt gesteld. We zetten het even op een rij:

  • Onze belijdenissen zijn niet meer bruikbaar in onze 21ste eeuw.
  • Ze geven het geloof en denken weer van de vaderen.
  • Binden aan de belijdenis is binden aan oudere hermeneutiek.
  • Elke theoloog zet wel vraagtekens bij de belijdenis.
  • Ze kunnen nu worden weggeborgen, in 'een reservoir' voor raadpleging.
  • De betekenis van de huidige binding aan en ondertekening van de belijdenis moet in discussie komen.
  • Er moet een nieuw actief en fundamenteel belijden komen, niet als geschreven belijdenistekst want dat past niet bij deze tijd van communicatiecultuur.
  • De leer is niet af te leiden uit de verhalen die speelden in de Bijbelse tijd.

Einde gereformeerde geloof en leven.

26-05-2013 kerkplein.wordpress.com - Johan van Veen - Geen roeping zonder beroep

In de gereformeerde wereld heeft het beroep op een ‘innerlijke roeping’ nooit een legitieme plaats gekregen. De enige manier waarop een predikant geroepen wordt, is via het beroep van een kerkelijke gemeente. Dat is niet zonder reden.

Het staat iedereen vrij het Woord van God uit te dragen. Mensen doen dat ook op allerlei manieren, door woorden en door daden. Maar de verkondiging van het evangelie in de samenkomsten van de gemeente is principieel van een andere aard. Het gaat daarbij, zoals de kerk in Zondag 31 van de Heidelbergse Catechismus belijdt, om één van de sleutels van het hemelrijk. Door die sleutel wordt het koninkrijk van de hemelen voor de gelovigen geopend en voor de ongelovigen gesloten. Die kan niet aan zomaar iemand in handen worden gegeven. Daarom bepaalt de kerkorde dat niemand het ambt van predikant mag vervullen zonder daartoe geroepen te zijn. Ze legt ook vast hoe de roeping van een predikant in haar werk behoort te gaan. Dat heeft niets te maken met regelzucht, maar met de bescherming van de gemeente. De sleutels van het hemelrijk dienen in overeenstemming met de normen van de Schrift en de daarop gegronde belijdenis gehanteerd te worden. Dat komt ook daarin tot uitdrukking dat ambtsdragers – en dus ook predikanten – hun handtekening zetten onder het ondertekeningsformulier.

Dit impliceert dat de predikant te allen tijde aanspreekbaar is op de manier waarop hij deze sleutel van het hemelrijk gebruikt. En daarmee zijn we bij de tweede reden waarom zoveel waarde wordt gehecht aan een formele roeping door een gemeente. De predikant is geen solist die kan doen en laten wat hem goeddunkt. Hij neemt onder de ambtsdragers een bijzondere plaats in vanwege zijn specifieke taak, maar staat daarmee niet boven de ouderlingen. Hij is in feite ouderling met een bijzondere opdracht. Volgens artikel 21 van de Kerkorde is het de taak van de ouderlingen, “samen met de dienaren des Woords”, de gemeente te regeren. Zij zien er ook op toe “dat de predikanten, de mede-ouderlingen en de diakenen hun ambt trouw vervullen”.

Waar zo’n kerkelijke orde ontbreekt, zijn misstanden niet te vermijden. Die halen regelmatig de krant. Het is dan ook onmogelijk het Woord met gezag te verkondigen. Wie zich uitsluitend beroept op een ‘innerlijke roeping’ of een ‘stem’ heeft slechts gezag zolang zijn ‘publiek’ daaraan geloof hecht en hem gezag verleent. Daarmee komt de norm bij dat publiek te liggen. Maar het gezag van wie beroepen is, ligt in zijn ambt. Hij is door Christus zelf aangesteld, door middel van het beroep van de gemeente. Alleen hij kan met recht zeggen: “Zo spreekt de Heer”. Zonder beroep is er geen roeping, zonder roeping geen gezag.

24-10-2012 werkenaaneenheid.nl - JT - Wie is nu gereformeerder: Stroom Amsterdam of GKv ?

Mensen die nooit hebben geleerd om zelfstandig keuzes te maken ten aanzien van geloof en traditie
Als het zo is dat er veel mensen nooit hebben geleerd om zelfstandig te kiezen, is dat een levensgevaarlijke situatie voor de kerk. Dan zou men toch nooit eerlijk en oprecht een handtekening onder het ondertekeningsformulier kunnen plaatsen? Als men niet van harte er mee instemt dat de gereformeerde belijdenis in alles de Bijbel naspreekt, en toch een handtekening zet, is de belijdenis op den duur een formaliteit geworden. Dan kan men misschien nog wel zeggen de belijdenis is waar omdat, en niet voor zover, deze de Bijbel naspreekt, maar dat is dan een vol-automatische zin geworden waarvan men de betekenis niet eens meer doorgrondt.

(...)

Kijk, daar (lees even niet de populaire woorden 'van de onzin') heb je hetzelfde waar ik met betrekking tot de GKv op gewezen heb in 'Stiekem afscheid genomen van de leer over de kerk'. Ik stelde daar nog de vraag:

En de vraag komt natuurlijk ook naar voren: zijn er nog meer leringen geweest van andere geloofsstukken waar men in het geheim afscheid van heeft genomen?

Ik had toen in dit verband in m'n achterhoofd ook al het Liedboek voor de Kerken. Daarin was natuurlijk geen relatie meer met de gereformeerde leer, integendeel! Veel erger vind ik nog dat men zich ook in dit verband in de GKv daarover opnieuw niet heeft verantwoord, maar zelfs net iets te hard heeft geroepen: 'we zijn niet veranderd in de leer'. Ik begin er nu wel iets meer van te begrijpen. Het lijkt er op dat men de gereformeerde belijdenis heeft geïsoleerd, deze eigenlijk vacuüm heeft verpakt en stilzwijgend afgesproken: pas op, niet uitpakken, anders bederft het.
Als de levende verbinding met de gereformeerde leer verloren is gegaan, wordt het tekenen van een ondertekeningsformulier uiteindelijk vanzelfsprekend een formaliteit. En als die verbinding er niet meer is, zijn al die veranderingen - die men in het verleden pertinent heeft afgewezen -  wel begrijpelijk, maar helemaal op zichzelf komen te staan: geen relatie met Schrift en Belijdenis. En wat niet voorkomt uit geloof, komt voort uit ongeloof.
Tenslotte is men ook niet meer in staat om van de belijdenissen de relevantie te (h)erkennen voor de 21e eeuw.

22-09-2012 De Reformatie (via signalen eeninwaarheid.info) - citaat:

Ook dit magazine besteedt aandacht aan de 'kwestie Stroom'. Nadat ds. B. Luiten heeft proberen uit te leggen dat de oudsten (m/v) wel met de gereformeerde leer hebben ingestemd maar niet het huidige ondertekeningsformulier willen onderschrijven, (...)

Opmerkelijk is dat nu achteraf blijkt dat veel meer bijzondere ambtsdragers in de GKv tot en met uiterst betrokken theologen toe het onderschrijven van het huidige ondertekeningsformulier volgens deputaten "wordt ervaren als een formaliteit, waar je je noodgedwongen aan moet onderwerpen, maar waar je je verder niet veel van hoeft aan te trekken. Zolang je het maar niet te bont maakt, kun je vrij je gang gaan." Vanuit dat gezichtspunt heb ik vele malen meer respect voor de oudsten (m/v) bij Stroom Amsterdam die het ondertekeningsformulier niet hebben getekend! Zie werkenaaneenheid.nl artikel d.d. 24-10-2012 Wie is nu gereformeerder: Stroom Amsterdam of GKv ?

05-02-2012 kerkplein.wordpress.com - Johan van Veen - De kromme stok van Wim Berkelaar

Gewetensdwang betekent dat iemand niet de vrijheid heeft te denken wat hij wil. Kamphuis was helemaal niet in de positie zulke ‘gewetensdwang’ uit te oefenen. En mogelijkheden tot ‘censuur’ had hij al helemaal niet. In het gereformeerde kerkrecht is dat de exclusieve taak van kerkenraden. Kamphuis sprak vooral ambtsdragers – in dit geval speciaal voorgangers – aan op hun gebondenheid aan de gereformeerde belijdenis. Elke ambtsdrager had zich immers door zijn handtekening onder het ondertekeningsformulier verplicht die belijdenis uit te dragen en alles wat daarmee in strijd was te weerleggen. Ook Kamphuis had – eerst als predikant en later als hoogleraar aan de Theologische Hogeschool – zijn handtekening gezet. De daaruit voortvloeiende taak nam hij serieus. En hij sprak ook ambtsdragers aan op de belofte die ze met hun handtekening hadden afgelegd. Niemand was verplicht die handtekening te zetten. De consequentie was dan wel dat het ambt voor hen gesloten zou blijven. Maar dat behoort tot het wezen van gereformeerde kerken: ambtsdragers hebben geen absolute vrijheid van meningsuiting. In hun uitlatingen – mondeling via preken of schriftelijk in boeken en artikelen – behoren ze te blijven binnen de grenzen die de belijdenis trekt. Natuurlijk staat het Berkelaar vrij hierop kritiek te leveren. Maar die moet dan wel aan het juiste adres gericht zijn. In dit geval betekent dat de Gereformeerde Kerken.

24-01-2012 wimvanderschee.nl - GKv ds. W. van der Schee - Vergangenheitsbewältigung en integriteit (zie m.n. de tweede alinea)

In 2001 heb ik zelf geprobeerd om met de ogen van de historicus te kijken naar wat er in feite gebeurd is rond de beruchte Open Brief van 31 oktober 1966. Volgens mij is aantoonbaar dat zowel de lezing van die brief door de auteurs als de lezing van die brief door de veroordelende synodes en critici in de pers integer was, zelfs een eigen innerlijke evidentie had — en dat je toch moet zeggen dat de schrijvers van de brief veroordeeld zijn op termen van de ander, veroordeeld zijn om het beweren van zaken die ze niet beweerd hebben. In de achterliggende problematiek van de spanning tussen belijnd belijden en eigentijds actueel positie innemen kozen beide partijen voor een eigen opstelling, die zich in de loop der jaren zover van elkaar verwijderd hadden dat begrip niet meer mogelijk was. Verbaal geweld, provocaties en het ter discussie stellen van de integriteit van de ander vonden over en weer plaats, en voor zover ik kan zien over en weer vanuit onbegrip van de ander en een vanzelfsprekend overtuigd zijn van het eigen gelijk. De problematiek is uiteindelijk blijven liggen en pas decennia later door een nieuwe generatie weer opgepakt.

Dat geldt nog meer voor de niet direct in de Open Brief maar in andere discussies opspelende problematiek van de omgang met en binding aan de gereformeerde belijdenissen. Die is onder de suggestieve lading van de discussie uit die jaren zo volledig in de taboe-sfeer terecht gekomen dat er tot op vandaag niet of nauwelijks meer vrijuit en serieus over gesproken kan worden. Als het al gebeurt — en gelukkig zelfs weer tussen Nederlands Gereformeerden en vrijgemaakten — wordt de diepte van de problematiek niet geproefd. Het is eenvoudig niet mogelijk mensen in de 19e, 20e of 21e eeuw op de manier van het 17e eeuwse bindingsformulier te binden aan belijdenissen uit de 16e en 17e eeuw als waren het ‘eigen’ belijdenissen. De noodzakelijke toeëigening van die historische belijdenissen in een eigen belijden wordt in de huidige vorm van binding ‘overgeslagen’. En dus speelt die toeëigening een verborgen rol, onschuldig zolang we elkaar vertrouwen, maar explosief zodra dat vertrouwen ontbreekt. Met deze maar al te reële problematiek  onder ogen zien en er een serieus antwoord op vinden, moeten we als gereformeerden in de vrijgemaakte traditie netto nog helemaal beginnen.

15-12-2011 bderoos.wordpress.com - B. de Roos - De ondertekeningsformulieren: binding aan de leer- citaten:

In de kerk gaan wij, als het goed is, heel zorgvuldig om met de geloofsleer[1].

Daarom ondertekenen ambtsdragers bij de aanvang van hun dienst een formulier.
Ds. Joh. Strating (1928-1994) schreef er in een schetsenbundel eens over: “De ambtsdragers (predikanten, ouderlingen en diakenen) moeten op duidelijke wijze van hun instemming met de belijdenis van de kerk blijk geven. Dit is een onafwijsbare voorwaarde voor hun ambtelijke indiensttreding!”. Dat is “van groot belang”, schreef hij erbij. Over die instemming mag “niet de geringste onzekerheid bestaan”[2].
De puntjes moeten dus op de i worden gezet. Geen wonder eigenlijk: als de hemelse God bij Zijn kerk op ‘staatsbezoek’ komt, dan is het protocol strak geregeld.

(...)

Opvallend vind ik overigens een synodale uitspraak uit het einde van de negentiende eeuw.
Die uitspraak gaat over docenten die werken aan de Theologische Universiteit. Als zulke leermeesters ergens diep in hun binnenste een bezwaar koesteren tegen een deel van de geloofsleer die zij moeten uitdragen, mogen zij dat niet vóór zich houden. De betreffende synode “spreekt wel als haar oordeel uit, dat niet de verkeerde gewoonte mag insluipen, om enig gravamen tegen enig artikel van de belijdenis, zo dat aanwezig is, te verzwijgen en stilzwijgend te doen gelden”.
De zaak moet dus aan de órde gesteld worden. In alle openheid. Terughoudendheid mag op dit gebied niet getolereerd worden. Het is niet de bedoeling dat allerlei dwalingen tussen de regels door en geruisloos de kerken binnenkomen[4].

(...)

Kortom: de geloofsleer leent zich niet voor slap gepraat!
Integendeel: de kerk is geroepen om de ware leer in de wereld te proclameren.
Dáárin ligt de drijfveer van de kerk.
Als wij op dat punt concessies doen verliezen wij subiet aan overtuigingskracht.

21-01-2011 via werkenaaneenheid.nl - Dr. HJCCJ Wilschut - Mogen of moeten? I Over relativering van de kinderdoop in de GKv - citaat slot:

Neem je je eigen papieren – zowel materieel als formeel - niet meer serieus, dan houdt het op.

03-12-2010 via werkenaaneenheid.nl - Ds. Rob Visser: over GKV ds. Johan van der Hoeven mbt kinder/volwassendoop- citaat:

Als ik zelf in dit proces vragen zou krijgen bij de belijdenis dat de kleine kinderen ook gedoopt moeten worden (vr/ant 74 Heidelbergse Catechismus; art 34 NGB), is de weg niet om dit in de krant te schrijven. Wanneer de grond onder de belijdenis dat de kinderen van gelovigen gedoopt moeten worden, bij mij niet meer een Bijbelse grond heeft, maar is gereduceerd tot een theologische overtuiging, dan is de weg niet om dat openbaar te maken. Ik heb beloofd om dat juist niet te doen maar dan naar mijn kerkenraad te gaan en mijn medebroeders te vragen of mijn vragen en bedenkingen de toets van Gods Woord kunnen doorstaan. Ook hierin vraagt de Here trouw aan wat ik beloofd heb. Om zo de echte eenheid van Zijn gemeente te dienen.
Hierbij komt de belofte dat ik, omdat ik ervan overtuigd ben dat de hele belijdenis in overeenstemming met Gods eigen Woord is, wat in strijd met de belijdenis is zal weerleggen. Weer met de woorden van onze God en Heiland.

Formalisme en kerkelijk autisme
Ik kreeg ook het verwijt van formalisme. Ik zou met het ondertekeningsformulier alles dichttimmeren. Dit zou in de gemeente „angst, terughoudendheid en onwetenheid‟ bevorderen. Er zou bij mij een neiging zijn tot „kerkelijk autisme‟ en van een „excluvistische benadering‟.
Hierover zou veel te zeggen zijn. Ik geef mijn reactie nu in enkele korte punten weer:
Het gaat mij juist om het hart en niet om een of andere formele binding. Ik heb voor de ogen van de HERE beloofd dat ik ervan overtuigd ben dat onze belijdenisgeschriften in alles met het Woord van God overeenstemmen. Tot die diepe overtuiging ben ik gekomen vanuit het lezen van het evangelie, vanuit het lezen van Gods eigen Woord. Daarom heb ik ook beloofd om wat ik in de Drie Formulieren van Eenheid lees te verdedigen en wat daarmee in strijd komt te weerleggen. Daarbij komt dat ik dat aan de HERE beloofd heb. Met mijn hart, met de liefde tot hem als mijn God en Verlosser. Dat heeft niet met iets formeels te maken. Als het goed is, is het zo in het leven van elke ambtsdrager die onder het ondertekeningsformulier zijn handtekening gezet heeft.
Dan gaat het je ook niet meer alleen om je eigen kerk of je eigen kerkverband. Wie niet verder kijkt, is verkeerd bezig. Als je de overtuiging hebt vanuit Gods eigen Woord dat de belijdenisgeschriften het Woord naspreken, draag je wat je daarin belijdt toch met vreugde uit! Dan is dat het toch waard om de mensen te vertellen! Een belijdenis die het Woord van God zelf naspreekt! Ook als het over de doop gaat. Dan wil je dat toch graag als Gods wijsheid de wereld indragen en geen eigen menselijke visie op de doop. Wee wie eigen menselijke visie wil verkondigen. Ik wil uitdragen het heerlijke evangelie, ik wil uitdragen en verdedigen alles wat met dat heerlijke evangelie overeenstemt. Om zo geleerd door de heilige Geest, de stem van de goede Herder te laten horen. Dan dien ik de eenheid van Christus kerk. Daaraan heb ik mij met hart en ziel verbonden toen ik mijn handtekening daaronder gezet heb. Daarop mag en moet ik mijn medeambtsdragers in onze kerken aanspreken.

08-04-2010 via werkenaaneenheid.nl - Ds. E. Hoogendoorn - Blijft de kerk bij het Woord van haar Here en Redder? Korte lezing forum Capelle a/d IJssel 8 april 2010 - citaat:

Ds. Van der Wolf noemde dat aan het eind. ‘De aard van het kerkverband van de gereformeerd kerken is confederatief’. Je gaat als kerken een confederatie, een verbond met elkaar aan. De kerken hebben zich aan elkaar verbonden op basis van de eenheid in dat ware geloof. Immers, zó vergadert Christus zijn kerk (Zo 21 HCat): door zijn Woord en Geest, in de eenheid van het ware geloof. Dat is door de kerken vorm gegeven met het ondertekeningsformulier. Elke ambtsdrager wordt verplicht dat van harte te bekrachtigen met zijn handtekening. Daarmee binden de kerken zichzelf en elkaar aan de ‘Drie Formulieren van Eenheid’, zoals dat treffend wordt genoemd. Met die binding aan de belijdenis willen de kerken niets anders doen dan elkaar aan het Woord van God binden. Dat is het fundament van het kerkverband. Dat kerkverband is altijd gezien als een heilige roeping. De gemeenschap der heiligen gaat verder dan de locale kerk, zowel de rijkdom daarvan, alsook de roeping daartoe. De roeping namelijk elkaar vast te houden bij het allerheiligst geloof dat ons in het Woord is overgeleverd (Judas 3). Met allerlei concrete afspraken hebben de kerken zich hiertoe ook vastgelegd in de gereformeerde kerkregering. Vandaar de kerkorde. De kerken zullen op elkaar toezien dat in alles de eenheid van het geloof bewaard wordt, naar de betrouwbare leer van de Schrift.
Het hoeft geen betoog dat als deze gezamenlijke binding aan Gods Woord wordt losgelaten, niet alleen het kerkverband afbrokkelt - immers, de eenheid van het geloof gaat ontbreken – maar dat ook de plaatselijke gemeente ernstig in gevaar komt.
Ik zeg dat nu wel: ‘dit hoeft geen betoog’, maar laten we eerlijk zijn: dit gereformeerde uitgangspunt zien we meer en meer verloochend. Zowel door het kerkverband van de GKV als door allerlei plaatselijke gemeenten.

15-03-2008 eeninwaarheid.nl - A. Capellen - Belijdende Kerk blijven 2 - citaten:

Vorige week plaatsten wij het eerste deel van de bespreking van het boek ‘Belijdende Kerk blijven’. Daarin besteedden wij aandacht aan de hoofdstukken over wat belijden is, waarom belijdenisgeschriften nodig zijn en hoe we aan de belijdenis gebonden zijn. Deze week het vervolg.

4. Het ondertekeningsformulier

Ds. H.G. Gunnink is de schrijver van het vierde hoofdstuk. Dit heeft als onderwerp het ondertekeningsformulier. In de contacten met de NGK speelt dit formulier een hoofdrol. In de geschiedenis van de samensprekingen met deze kerken werd het ontbreken van het Dordtse ondertekeningsformulier door de GKv steeds weer als reden genoemd waarom van kerkelijke eenwording geen sprake kon zijn. Als we de Balans van DKE moeten geloven lijkt dit nu te zijn veranderd. Over de binding aan de belijdenis moet nog wel gesproken worden, zo laten zij ons weten, maar de verschillen achten zij niet zo groot dat er sprake van een blokkade zou zijn voor verdere kerkelijke toenadering. De auteurs van dit boekje zijn het met deze taxatie volledig oneens. Van een echte binding aan de belijdenis is bij de NGK volgens hen geen sprake.

Ontstaan
Omdat het punt van de binding aan de belijdenis zo belangrijk is, is de keuze voor een apart hoofdstuk over het ondertekeningsformulier voor de hand liggend. Sinds de synode van Dordrecht 1618-1619 is het in de gereformeerde kerken gebruikelijk dat predikanten en professoren in de theologie dit formulier ondertekenen. In 1905 werd ook de ondertekening door ouderlingen verplicht, hoewel deze gewoonte al veel eerder voorkwam. Ook vóór de invoering van het ondertekeningsformulier door de synode van Dordt was er al sprake van een binding aan de belijdenis. Alleen gebeurde dit toen niet m.b.v. een apart formulier maar door het plaatsen van een handtekening onder de belijdenis. Dit gebeurde al op de eerste synode van de gereformeerde kerken te Emden (1571).

(...)

“Er kan dus geen sprake zijn van de zgn. postmoderne tolerantie en het elkaar vrij laten op punten die we samen erkennen als behorend bij de goede leer van de drie Formulieren van Eenheid, of het accepteren van punten die strijdig zijn met die leer”. (p.68) Iedere dwaling is in feite een belediging voor de Koning van de Kerk. Juist in een tolerante tijd als deze stuit het mensen tegen de borst als zij te horen krijgen dat zij hun eigen mening moeten stellen onder de tucht van het Woord. De satan speelt op dit natuurlijk verzet listig in. Want de hoogmoed van de mens vormt een belangrijke invalspoort voor de dwaling. Daarom zijn de belijdenisgeschriften ook zo belangrijk omdat daarin de dwaling die ons zo gemakkelijk in de greep krijgt wordt afgewezen en het zuivere evangelie wordt beleden. Het bezit van de drie Formulieren van Eenheid is daarom iets om diep dankbaar voor te zijn. Gunnink vindt dat er dan ook alle reden voor is om ze lief te hebben.

(...)

Ook Gunnink wijst op de gevaren van de nieuwe hermeneutiek waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen ‘Gods openbaring’ en de ‘menselijke interpretatie daarvan in de Schriften’. Met dit onderscheid kan volgens hem de zekerheid over heel de inhoud van de Schrift worden ondergraven. Ook deze waarschuwing is volgens mij ‘een woord op zijn tijd’, nu er steeds meer signalen komen dat een nieuwe hermeneutiek ook in ‘Kampen’ op begrip kan rekenen. In dat verband is de opmerking die Gunnink aan het slot van zijn bijdrage maakt van belang. “Iemand die dwaalt”, zo schrijft hij, “is in het algemeen subjectief eerlijk en hartelijk overtuigd van z’n eigen gelijk. Daarom hebben de kerkeraad en het kerkverband het recht en de plicht om eventueel een nadere verklaring te eisen, en zullen zij tot oordelen over zo’n verklaring bereid moeten zijn”. (p.73). Twee zaken zijn hierbij van belang. Allereerst: het onderling toezien op elkaar is maar niet een zaak van elkaar hinderlijk op de huid zitten, een zaak van ‘stalken’, zoals sommigen wel beweren, maar een opdracht, waartoe elk kerklid geroepen is en waarin ieder die een ambt bekleedt heeft bewilligd. Ten tweede, kerkelijke vergaderingen hebben de plicht ook een oordeel te geven over verkeerde leer van ambtsdragers of professoren. Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat zij steeds meer een uitspraak over verkeerde leer of levenswandel ontlopen. De recente uitspraak van de Commissie van Toezicht van de TU inzake het interview van George Harinck bevestigt in ieder geval deze indruk.
Gunnink sluit zijn artikel af met een aantal belangrijke slotopmerkingen. Twee daarvan wil ik hier nog doorgeven.
“Zolang er op het punt van de inhoud van het Ondertekeningsformulier, c.q. het bindend gezag van de confessie, geen volledige overeenstemming bestaat met de NGK, zullen zichzelf serieus nemende GKv zich op afstand van de NGK dienen te houden”.

19-04-2007 via werkenaaneenheid.nl - Ds. J.R. Visser - Vreugdevol, onbekrompen en loyaal gebonden aan de belijdenis van Christus' Kerk - citaten:

Op een indrukwekkende manier lezen we dit in de brief  die aan Koning Filips II was gericht namens “de gelovigen in de Nederlanden die overeenkomstig de waarachtige reformatie van het Evangelie van onze Here Jezus Christus begeren te leven.” Deze brief ging naar Filips II toen hem de Nederlandse Geloofsbelijdenis in 1561 werd toegezonden. In deze brief lezen we o.a.: “Want wat betreft het feit, dat men ons vervolgt, niet alleen als vijanden van uw Kroon en van de algemene zaak, maar ook als vijanden van God en van Zijn Kerk, verzoeken wij U ootmoedig uw oordeel op te maken overeenkomstig de Geloofsbelijdenis, die wij U aanbieden, bereid en gewillig als wij zijn die zo nodig met eigen bloed te bezegelen.
Daardoor zult Gij,  naar wij hopen, erkennen, dat men ons ten onrechte Schismatieken of scheurders der eenheid, rebellen en ketters noemt. Want wij handhaven en belijden, niet alleen de voornaamste punten van het Christelijk geloof, vervat in het Apostolische Symbool en gemeenschappelijk geloof, maar de ganse verkondiging geopenbaard door Jezus Christus tot ons leven, onze rechtvaardigheid en onze zaligheid; verkondigd door de Evangelisten en Apostelen; bezegeld met het bloed van zovele martelaren; zuiver en gaaf bewaard in de eerste (d.i. de Oude) Kerk, totdat zij door de onwetendheid, de hebzucht en de eerzucht van de predikers, door menselijke verzinsels en instellingen, in strijd met het zuivere Evangelie, bedorven is.”
Hier zien we heel duidelijk dat de gereformeerden die o.a. met de Nederlandse Geloofsbelijdenis hun geloof  belijden geen specialiteit willen belijden. Het gaat om het zuivere Evangelie, niet meer en niet minder.
Het gaat bij het gereformeerd zijn, bij het gereformeerde belijden erom dat van een vervormde, vervalste leer weer naar de leer van de Schrift zelf  teruggekeerd wordt.

(...)

Ook hier zien wij weer dat we als gereformeerde kerken juist belijdenis van de “gereformeerde religie” willen doen omdat die in alles met Gods Woord overeenstemt. Juist daarom is de gereformeerde leer de christelijke leer. Gereformeerd is niets anders dan Christus volgens Zijn Woord volgen. Dat we ons steeds weer in alles volgens de leer van Christus willen gedragen en dat de inhoud van ons geloof is.
Als we deze overtuiging niet hadden, zouden we niet meer gereformeerd willen zijn. Wij willen niets anders geloven dan wat de Geest van Christus ons door en in Gods Woord leert. Dat belijden wij. Voor wie zo leerling van Christus is, staat de Avondmaalstafel open. Zo zoeken we juist aan het Avondmaal de eenheid van Christus.

(...)

Het gaat erom dat we in de leer van Christus blijven. Dat we het merk van de leer als het merk van onze Heer in dit leven willen dragen. De belijdenisgeschriften willen niet anders leren dan wat de leer van Christus is! Zie hierbij Rom 6:17. Dan is wat we in Gods Woord lezen altijd meer als wat we in de Belijdenisgeschriften leren. Wij vragen van hen die belijdenis doen in onze kerken dus meer als wat er in de Belijdenisgeschriften staat! Wij vragen meer maar niet iets anders want we zijn ervan overtuigd dat de Belijdenisgeschriften in alles met Gods Woord overeenstemmen.
Juist omdat we elkaar in de gereformeerde belijdenis aan niet meer en niets minder dan Gods hele Woord willen binnen, is de binding daaraan een vreugdevolle binding.

(...)

Verloochenen  is ook wanneer de kerk zwijgt als er verkeerde dingen, verkeerde leer en leven de kerk binnen komt. Verloochenen is er ook  als we de menselijke vrede in de kerk zoeken tenkoste van de waarheid. Dan is de waarheid niet een paar woorden of een theorietje. Nee, dat is die heerlijke werkelijkheid die Christus ons als onze hoogste Profeet en Leraar geleerd heeft. Het is dan ook heel opmerkelijk dat de Here Jezus meteen daarna in Matt 10 zegt: “Meent niet dat Ik gekomen ben om vrede te brengen op aarde ; Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard. ….. Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig; en wie zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig; en wie zijn kruis niet opneemt, en achter Mij gaat, is Mij niet waardig. Wie zijn leven vindt, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vinden.” vs 34… 37-39

 

 

september 1998 - ngk.nl - Drs J.C.Schaeffer, studiebegeleider TSB - De aard van de binding aan de belijdenis - citaten:

De Synode, die krachtens de nieuwe kerkorde als een permanent bestuur in het leven werd geroepen, heeft anderhalve eeuw lang voor het dilemma gestaan om de eenheid te bewaren ten koste van de leer, of de leer te handhaven ten koste van de eenheid. Het laatste heeft ze proberen te doen door het ontwerpen van een nieuw ondertekeningsformulier waarin de band met de aloude belijdenis gecontinueerd leek te zijn. In de zgn. proponentsformule werd aan a.s. predikanten gevraagd te verklaren en beloven dat ze "de leer, welke, overeenkomstig Gods heilig Woord, in de aangenomene Formulieren van eenigheid der nederlandsche Hervormde Kerk is vervat, ter goeder trouw aannemen en hartelijk gelooven" en dat zij "dezelve naarstig zullen leeren en handhaven". Dit was een bijzonder vage formule. In de eerste plaats werden de bedoelde formulieren van enigheid niet precies aangeduid, zodat in het onzekere werd gelaten of naast de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Heidelbergse Catechismus ook de Dordtse Leerregels werden bedoeld. Maar vooral de bedoeling van de woorden "overeenkomstig Gods heilig Woord" was bepaald niet helder. Dit was aanleiding tot de beruchte quia-of-quatenus-kwestie: moest men de belijdenis aanvaarden omdat (quia) of voorzover (quatenus) die overeenkomstig Gods Woord was.

(...)

Aanleiding tot dit adres was een zinsnede uit een synodebesluit waarmee een eerder adres, met het verzoek om eerherstel voor het Dordtse ondertekeningsformulier, was afgewezen. In dat besluit was door de synode de zin uit dat formulier, waarin men moest verklaren te geloven dat de belijdenisgeschriften in alles overeenkomstig Gods Woord zouden zijn, aangemerkt als onhoudbaar. Want dat zou immers betekenen dat elke afwijking van vergissingen, onhelderheid van formulering of van minder gelukkig gekozen uitdrukkingen door de opstellers van de formulieren al verdenking zou uitlokken. In het nieuwe formulier daarentegen werd meer in het algemeen de leer, die in deze geschriften voorkomt "zoals die in haren aard en geest
het wezen en de hoofdzaak uitmaakt van de belijdenis der Hervormde Kerk" verbindend verklaard.
Groen c.s. vroegen nu de synode garanties tegen elke subjectieve interpretatie van die woorden. Zelf stelden zij afkerig te zijn "van elken bekrompen en onschriftuurlijken eisch, welken men aan de voorstanders der Formulieren, doorgaans ten onregte, toegeschreven heeft". Zij verlangen wel van de synode "eene duidelijke en stellige verklaring waarbij door aanneming der Formulieren op een onbekrompen, doch tevens ondubbelzinnige wijs, datgene als leidraad van prediking en onderwijs worde erkend wat de Nederlandsch Hervormde Kerk ten allen tijde als wezen en hoofdzaak der Hervormde en Christelijke leer aangemerkt heeft"7).

(...)

Doedes acht de opvatting om de belijdenis te ondertekenen voorzover ze met de Schrift overeenstemt ten enenmale verwerpelijk. Daardoor geef je ruimte aan een ongezond individualisme. Men moet kiezen: alles geloven wat in de belijdenis staat, of haar niet ondertekenen.
De synodale formule van instemming met de geest en de hoofdzaak van de leer vond hij onjuist, omdat dan ieder zelf mag beslissen wat de geest en hoofdzaak is.

En over de synodaal gereformeerde kerken:

Maar als men niet tot een nieuw belijden kon komen, hoe stond het dan met de binding aan de aloude belijdenis? De synode van 1969 besluit een deputaatschap in te stellen dat moet onderzoeken "of en in hoever er buiten de wijze van inkleding en betoogtrant van de formulieren van enigheid nog andere factoren zijn, die in de weg staan aan het vragen van een 'volledige instemming' met deze belijdenisgeschriften". Het resultaat van dit onderzoek is de presentatie van een herzien ondertekeningsformulier geweest, waarin men belooft zich "in eenheid van het ware geloof, trouw te zullen houden aan het belijden der kerk, dat het voorgeslacht tot uitdrukking heeft gebracht in de drie algemene belijdenisgeschriften en in de drie formulieren van enigheid." Dit is een duidelijk soepeler formulering dan in het Dordtse formulier. In dit kader werd binnen de GKN veel gesproken over een 'dynamische binding' aan de belijdenis. Uitdrukkelijk werd uitgesproken dat niet elk ingaan tegen de Heilige Schrift tot leertucht hoefde te leiden. Maar in de praktijk is gebleken dat er in de GKN van leertucht nauwelijks of helemaal geen sprake meer is. Steeds meer wordt ook door synodes kritisch over leertucht gesproken. "Instemming met de leer en leertucht zijn in onze tijd nauwelijks of zelfs helemaal niet meer bruikbaar om het karakter van onze kerken te handhaven. Er is, werd gezegd, geen volstrekte duidelijkheid meer over de leer, daardoor is het ook moeilijk geworden elkaar eraan te houden. (...) Binnen de Gereformeerde Kerken is een toestand van pluraliteit ontstaan. (...)

(...)

Plomp acht het dan ook nauwelijks denkbaar dat in het huidige klimaat nog leertucht met toepassing van maatregelen als schorsing en afzetting zal worden uitgeoefend. Dekker constateert dat de afname van de betekenis van leer en belijden samenhangt met een verschuiving van orthodoxie naar ethicalisme, d.w.z. ethische opvattingen worden belangrijker dan orthodoxe leerstellingen. Het belangrijkste, zo niet meest kenmerkende van het christelijk geloof wordt minder gezien in het instemmen met bepaalde leerstellingen dan in het op de juiste wijze leven. Waarbij wel moet worden aangetekend dat eveneens de wijze van leven duidelijk een verandering heeft ondergaan. Dekker stelt vast dat ook de levensstijl die vroeger als typisch gereformeerd gold voor een groot deel is verdwenen.

(...)

Ik herinner ook aan de geciteerde opmerking van K. Schilder pag. 10.

Enkeling en gemeenschap
Wat de vrijzinnige theologen van de vorige eeuw een doorn in het oog was, was het feit dat zij door een handtekening in hun geweten gebonden zouden worden bepaalde dingen te geloven. Iemand als Hofstede de Groot ontkende ten enenmale dat een kerk de vrijheid heeft een bepaalde leer vast te stellen, waarmee men zich van anderen onderscheidt. Het recht van leraar te zijn berust alleen bij de Heer van de kerk. Hij acht het een geraffineerde, maar ook verschrikkelijke dwang dat men het geweten beangst door te durven verzekeren bij welke leerstellingen alleen de eeuwige zaligheid te verkrijgen zou zijn. Hofstede de Groot en anderen kwamen op voor het recht van het individu
om er eigen inzichten en overtuigingen op na te houden en die ook te ventileren. Daartegenover is door de orthodoxie steeds gesteld dat leervrijheid onvermijdelijk hoordwang is. Het gemeentelid wordt dan gedwongen te luisteren naar die eigen inzichten en overtuigingen van zijn predikant, waar hij het totaal mee oneens kan zijn.

Dit raakt de verhouding van de enkeling en de gemeenschap waar hij deel van uitmaakt. In hoeverre is de enkeling door zijn ondertekening van de belijdenis gedwongen zijn geweten geweld aan te doen? In hoeverre kan hij zijn vrijheid bewaren?

1960 K. Schilder - De Kerk Deel 1 (Verzamelde werken afdeling III) - De Vocativus van de Reformatie, ook in 1834 (orig.art. 12 oktober 1934) - citaten:

Het is de rechtvaardiging van de Afscheiding, dat zij in laatster instantie NIET tot het volk gekomen is met een pleit vóór de praedestinatie, of vóór de psalmen in de liturgie, of vóór een opvatting van de canones van Dordt, of vóór een eigen theologie.
Ze heeft - geloofd zij God - geen ‘eigen theologie’ gehad. Dat maken slechts haar hedendaagse opponenten ervan.
Ze heeft slechts tot de kerk gezegd: ‘wees niet dubbelzinnig in het ondertekeningsformulier. Want, o MENS, in het werkverbond was niemand dubbelzinnig. Wees niet oneerlijk, door van de predikanten een eed te vergen, dien gij eerst ontkracht hebt. Want, o MENS, in het paradijs is elk woord een ja; wat BOVEN ja en neen is, dat geldt daar uit den boze. Laat niet, o kerk, de formulieren van Dordrecht officieel op 't lijstje van uw boeken staan, als gij ze officieus niet meent. Want in het paradijs, in het werkverbond, is àlles open en eerlijk, “naakt en geopend”, van binnen èn van buiten bloot-gelegd “voor de ogen” desgenen, met wien wij te doen hebben.’


Hieronder de oude tekst en de nieuwe tekst van het ondertekeningsformulier of bindingsformulier - let er op wat niet meer wordt genoemd of op andere wijze wordt omschreven !

 

Wij ondergetekenden, dienaren des Woords bij de Gereformeerde Kerk te …… (c.q. binnen de classis van ……), verklaren hierbij voor het aangezicht van de Here, oprecht en met een goed geweten dat wij er hartelijk van overtuigd zijn dat de leer van de drie formulieren van eenheid - de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Heidelbergse Catechismus en de Dordtse Leerregels - in alle delen geheel met Gods Woord overeenstemt.

 

“Wij, ondergetekenden, verklaren van harte in te stemmen met de leer van de Bijbel, zoals die door de Gereformeerde Kerken in Nederland wordt beleden in de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Heidelbergse Catechismus en de Dordtse Leerregels.

 

Wij beloven daarom dat wij deze leer met toewijding zullen onderwijzen en trouw verdedigen, zonder dat wij openlijk of anderszins, al of niet rechtstreeks, iets zullen leren of publiceren wat daarmee in strijd is. Verder beloven wij dat wij niet alleen elke dwaling, die in strijd is met deze leer zullen afwijzen, maar die ook zullen weerleggen, bestrijden en helpen weren.

 

Wij beloven de gemeente voor te gaan in het spreken en leven vanuit dit ene evangelie. Wij beloven de waarheid van Gods woord openlijk uit te dragen, en te handhaven tegenover misleidende denkbeelden die binnen de kerk of uit de wereld opkomen.

 

Voor het geval wij ooit een bedenking tegen deze leer of een afwijkende mening zouden krijgen, beloven wij dat wij die niet openlijk noch anderszins zullen uiteenzetten, leren of verdedigen, hetzij mondeling of schriftelijk, maar dat wij ons gevoelen in de kerkelijke weg aan de kerkelijke vergaderingen voor onderzoek zullen voorleggen.

 

 

 

Wanneer wij op enig onderdeel van de leer verschil ervaren tussen de leer van de Bijbel en de inhoud van de genoemde belijdenisgeschriften, zullen we dit op gepaste wijze aan de orde stellen.

Definitief vastgestelde tekst januari 2015:
Wanneer wij op een onderdeel van de leer verschil ervaren tussen de leer van de Bijbel en de inhoud van de genoemde belijdenisgeschriften, en onze moeite niet kan worden weggenomen, zullen wij onze bezwaren ter beoordeling voorleggen aan de kerkelijke vergaderingen.

Wij beloven dat wij daarbij bereid zullen zijn altijd gewillig aan het oordeel van deze kerkelijke vergaderingen te onderwerpen. Indien wij in strijd hiermee handelen, zullen wij als gevolg daarvan terstond geschorst worden.

 

Voor het geval de kerkenraad, de classis of een synode om gegronde redenen, ter wille van de bewaring van de eenheid en zuiverheid in de leer, ooit een nadere verklaring zou eisen van ons gevoelen omtrent enig deel van deze leer, beloven wij dat wij daartoe altijd bereid zullen zijn.

 

Wanneer er vragen rijzen rondom onze eigen opvattingen of gedragingen, zijn we altijd bereid om ons daarover te verantwoorden.

 

Indien wij deze belofte niet nakomen, zullen wij eveneens worden geschorst, onverminderd het recht van appèl in geval van bezwaar.

 

Gedurende de tijd van appèl zullen wij ons gedragen naar de uitspraak van de mindere vergadering.

 

In beide gevallen zullen we ons houden aan de aanwijzingen van de bevoegde kerkelijke vergaderingen.”

 

 

 


Verantwoording van de vertaling van de context van het (m.i. verbloemend) deputatenvoorstel naar de context van (authentieke) belijdende gereformeerde kerken

(toegevoegd 19-11-2013)

Tekst deputatenvoorstel Contextualisatie

terecht wordt in de kerken - blijkens de onder Materiaal genoemde brieven - de toonzetting van de vigerende ondertekeningsformulieren voor deze tijd als minder adequaat ervaren.

De huidige ondertekeningsformulieren zijn wel erg streng en juridisch geformuleerd; bovendien is dat van predikanten wel erg gedetailleerd over mogelijke foutieve optredens van hen. Dat was wellicht passend in de tijd van hun ontstaan (de jaren na de Dordtse synode, toen de kerk gewikkeld was in de worsteling om duidelijkheid te krijgen over het gereformeerd-zijn van haar ambtsdragers). Maar die toonzetting past niet meer bij onze tijd, waarin we in de kerk graag uitnodigend en wervend spreken, uiteraard met behoud van duidelijkheid.

deze is erg streng en juridisch geformuleerd. Dit was bij het ontstaan belangrijk omdat men duidelijkheid eiste van de bijzondere ambtsdragers of ze wel gereformeerd waren of niet; nu is dat niet meer zo belangrijk: nu willen we positief, uitnodigend en wervend spreken.

 

De tekst voelt aan als ‘dichtgetimmerd’. Sommige ambtsdragers hebben daar moeite mee. Ze willen zich graag loyaal opstellen tegenover de belijdenis van de kerken, maar weten niet of ze “oprecht” kunnen instemmen met elke uitspraak die daarin te vinden is, om daarbij “voor het aangezicht van de Here” te verklaren dat men hier “hartelijk van overtuigd” is. Menigeen vindt het lastig om dit “met een goed geweten” te ondertekenen.

 

er zijn tegenwoordig ambtsdragers die er niet meer mee kunnen instemmen dat de leer van de drie Formulieren van Eenheid in al hun delen geheel met Gods Woord overeenstemmen.

 

De tekst zegt dat de leer van de drie formulieren van eenheid “in alle delen geheel met Gods Woord overeenstemt”. Daarmee lijkt de inhoud van de belijdenis ongewild op hetzelfde niveau te komen als de Bijbel.
Weliswaar spreekt de tekst niet over ‘de inhoud’ of over ‘de formulering’ van de belijdenis, maar over “de leer”. Wie bepaalt echter waar de grens ligt tussen deze ‘leer’ en een eventueel aanvechtbare formulering?

 

je kunt niet meer stellen dat dat de leer van de drie formulieren van eenheid “in alle delen geheel met Gods Woord overeenstemt”. Want daarmee lijkt de inhoud van de belijdenis ongewild op hetzelfde niveau te komen als de Bijbel.

 

Het ondertekeningsformulier spreekt tot tweemaal toe over schorsing voor wie zich er niet aan houdt. In combinatie met de nadruk op “alle delen” voelt dit alsof de kerken je al om een kleinigheid kunnen ‘pakken’: je hebt er immers zelf voor getekend.

 

het wekt de indruk dat je al om een kleinigheidje kunt worden gepakt omdat je hebt getekend voor 'alle delen' van de leer van de drie Formulieren van Eenheid

 

Vaak wordt gesteld dat de binding aan de belijdenis niet mag tornen aan de “vrijheid van exegese”. Ook wil men bij sommige onderdelen van de belijdenis ‘de intentie van de auteur’ wel eens passeren ten gunste van een uitleg ‘in het licht van de Schrift’.
Het ondertekeningsformulier stelt hier echter nog steeds grenzen aan: ook wie door eigen Schriftstudie “een bedenking tegen deze leer” zou krijgen, mag deze niet publiceren. En dus ontstaat er verlegenheid wanneer exegeten bijvoorbeeld aan belangrijke ‘bewijsteksten’ voor de gereformeerde leer een andere verklaring geven dan in de belijdenistekst is voorondersteld, zonder zich uit te laten over hun houding tegenover het desbetreffende geloofsstuk.

 

de binding aan de belijdenis mag niet meer tornen aan de vrijheid van exegese.

 

 

 

De soep blijkt niet altijd zo heet gegeten te worden als ze is opgediend.
Illustratief is de omgang met art. 30 NGB, dat de diakenen betrekt bij “de regering van de kerk” en hen daarom beschouwt als onderdeel van de “raad van de kerk”. De Gereformeerde Kerken hebben echter gekozen voor een kerkorde waarin de diakenen geen deel uitmaken van de kerkenraad. Dat verschil is bekend, maar heeft geen aanleiding gegeven om of het één of het ander aan te passen.
In het recente verleden zijn ook wel vragen gesteld bij de formulering van art. 1 NGB, of bij de toon en opzet van zondag 5 en 6 HC, zonder dat dit tot kerkelijke actie tegen de vragenstellers heeft geleid.
Verder blijkt er kerkelijke ruimte te zijn voor de stelling dat art. 36 NGB past in een christelijk Europa, maar in onze tijd moeilijk te hanteren is. Vermeldenswaard is trouwens dat de wijziging van art. 36 NGB in 1905 wel is aangekaart langs de kerkelijke weg, maar op gang is gebracht door vrijuit gepubliceerde artikelen van met name Abraham Kuyper.
Is publieke kritiek op de belijdenis dan toch mogelijk, als ze maar komt van een persoon die voldoende gezag en vertrouwen geniet, en als ze maar niet ervaren wordt als een aanval op de wezenlijke punten van de christelijke leer? Maar wie bepaalt wat wel of niet wezenlijk is? En hoe rijmt zich dit met de formulering dat de leer van de belijdenis “in alle delen geheel met Gods Woord overeenstemt”? En is het correct dat bepaalde opiniemakers boven de wet staan?

De strenge tekst van het ondertekeningsformulier, met daarbij de soepele praktijk, werkt daarom averechts. Het wordt door ambtsdragers ervaren als een formaliteit waar je je noodgedwongen aan moet onderwerpen, maar waar je je verder niet veel van hoeft aan te trekken. Zolang je het maar niet te bont maakt, kun je vrij je gang gaan.
Dat lijkt een kwestie van onverschilligheid. Maar het gaat vaak om uiterst betrokken theologen die voelen dat het wel eens schuurt tussen hun bevindingen en de belijdenis, maar zichzelf sussen met de gedachte dat ze de enige niet zijn, en dat de belijdenis een ruimhartige interpretatie toelaat. Ze blijven naar hun overtuiging binnen de ‘bandbreedte’ van de belijdenis.

 

de tegenwoordige omgang met het ondertekeningsformulier is al veel soepeler dan de indruk die de strenge tekst van het ondertekeningsformulier wekt. Daardoor wordt het al door bijzondere ambtsdragers ervaren als een formaliteit waar je je verder niet veel van hoeft aan te trekken.

 

 

 

 

 

 

 

 

De tweede procedure geldt voor kerkelijke vergaderingen die moeite hebben met bepaalde opvattingen van een ambtsdrager. Zij hebben dan het recht om een “nadere verklaring” te eisen. Wat zij daarmee vervolgens moeten doen, wordt niet geregeld. Het ligt voor de hand om te denken aan de mogelijkheid dat zij de inhoud van de verklaring gebruiken als grond voor een veroordeling. Uiteraard stimuleert dat de betrokkene niet om zich openlijk uit te spreken. Immers: alles wat u schrijft kan tegen u worden gebruikt.

 

het recht om een nadere verklaring te eisen van een bijzondere ambtsdrager die bezwaren heeft tegen (onderdelen van) de belijdenis moet worden afgeschaft, want dit stimuleert niet om je openlijk uit te spreken omdat alles wat je zegt tegen je gebruikt kan worden.

De hierboven weergegeven onvrede rond het ondertekeningsformulier is echter niet bedoeld als een pleidooi voor losbandigheid in de leer, maar komt voort uit het verlangen naar een positieve verwoording van de gereformeerde overtuiging. Naar de beleving van velen wordt die door de huidige tekst van het formulier eerder ingetoomd dan gestimuleerd.

 

velen beleven de huidige tekst als een intoming van een positieve verwoording van de gereformeerde overtuiging in plaats van een stimulans.

 

De kerk is niet immuun voor dwaling. Waar dat nodig is, moeten de kerkelijke vergaderingen er niet voor terugschrikken om aangevochten onderdelen van de belijdenis nadrukkelijk tegenover kritiek te handhaven, ook in eigen huis (Titus 1:11,13). Zelfs kan het nodig zijn om ambtsdragers vanwege afwijkende opvattingen hun ambt te ontnemen. De grond voor afzetting kan echter niet enkel zijn dat ze met hun afwijkende opvatting naar buiten kwamen; de afzetting behoort te berusten in het oordeel dat ze vanwege hun afwijkende opvattingen niet meer geschikt zijn om de gemeente voor te gaan in de betrouwbare leer.

 

de grond voor afzetting kan niet alleen maar zijn dat zij die bezwaar hebben tegen (onderdelen van) de belijdenis met hun afwijkende opvatting naar buiten komen; de enige wettige reden zou moeten zijn dat ze - vanwege die afwijkende opvattingen - niet meer geschikt zijn om de gemeente voor te gaan in de betrouwbare leer.

Tegen het ondertekeningsformulier wordt ook wel ingebracht dat het ons bindt aan confessies die al eeuwen oud zijn. De theologische bezinning is sindsdien verder gegaan, en heeft soms geleid tot nieuwe inzichten (vandaar de schrapping van de woorden uit art. 36 NGB). Het lijkt alsof het formulier deze voortgang miskent; het suggereert dat de belijdenissen van de 16e en 17e eeuw nog steeds de ultieme verwoording vormen van wat wij geloven.

 

de nieuwe theologische inzichten lijken te worden miskend door het ondertekeningsformulier met alleen de drie Formulieren van Eenheid.

 

Het formulier beschrijft twee procedures die gevolgd moeten worden bij een mogelijk leergeschil. De eerste procedure geldt voor de ambtsdrager die bezwaar wil maken tegen een onderdeel van de belijdenis. Het is een procedure die zijn nut nog moet bewijzen. Omdat elke vorm van publiciteit is verboden, betekent de route via de kerkelijke vergaderingen een onaangename verrassing voor de daar aanwezige ambtsdragers. Zij moeten een leeruitspraak doen zonder breed kerkelijk overleg. Bovendien kunnen ze zelfs binnen de vergadering zich niet vrij voelen: brengt elke vorm van sympathie met het ingediende bezwaar hen immers niet in conflict met hun eigen eerdere ondertekening van de belijdenis en stelt die dus hun persoonlijke confessionele betrouwbaarheid niet onder verdenking?

 

bezwaren tegen (onderdelen van) de belijdenis publiek behandelen zodat er een breed kerkelijk overleg plaatsvindt voordat de afgevaardigden in de kerkelijke vergaderingen zich daarover buigen. Bovendien moet men zich vrij kunnen voelen om te sympathiseren met bezwaren tegen (onderdelen van) de belijdenis.

 

Dat het ook anders kan, wordt bewezen in enkele bijbelse voorbeelden. Voor het Oude Testament kan worden gedacht aan Numeri 32 en Jozua 22, waar de stammen Ruben, Gad en half Manasse ter verantwoording worden geroepen. Voor het Nieuwe Testament is te denken aan Handelingen 11 en 15, waar resp. Petrus en Paulus zich moeten verantwoorden voor de kerkenraad van Jeruzalem. In alle gevallen leidt dat overeenstemming. Wel worden in Numeri 32 duidelijke voorwaarden gesteld: we gaan akkoord ‘mits’. En in Handelingen 15 is de steun voor Paulus tegelijk een keus tegen zijn critici. Maar dat neemt de positieve eindconclusie van de hervonden geloofseenheid niet weg.

De beloften worden toegespitst op wat vandaag positief nodig is: het voorgaan van de gemeente vanuit het ene geloof, en het staan voor Gods waarheid in een wereld vol leugens.

 

je moet erop gericht zijn om (positief !) tot overeenstemming te komen: we gaan akkoord, 'mits'

 

 

 

 

 

Wellicht is het beter om in het formulier af te zien van procedurele bepalingen. Voor de ondertekenende ambtsdragers komt het erop aan om waar te maken wat blijft: stem geven aan de gereformeerde belijdenis. Voor de kerkenraad en andere kerkelijke vergaderingen geeft het ruimte om op adequate wijze werk te maken van het toezicht op de leer. Daadwerkelijke trouw aan de belijdenis vraagt vóór alles om levende aandacht van de toeziende ouderlingen. Waar dát ontbreekt, is meer en andere hulp vanuit het kerkverband nodig.

 

je kunt beter afzien van procedurele bepalingen (b.v. schorsing), het gaat erom dat er positief wordt stem gegeven aan de belijdenis.

 

De bedoeling van deze handtekening was positief: gezamenlijk scharen we ons achter deze banier.
Deze positieve insteek is nog altijd van belang. Tekenen is kleur bekennen. Maar in de huidige tekst wordt ze overstemd door alle bepalingen die afwijking moeten tegengaan. In plaats van een pact van vertrouwen heerst nu een geest van wantrouwen.

De kerken zagen zich in deze situatie genoodzaakt tot scherpere formuleringen in het ondertekeningsformulier. Of dat hielp is de vraag, maar begrijpelijk is het wel. Deze scherpe formuleringen werden vervolgens door de nationale synode 1618/19 voor alle kerken vastgelegd.
Het zal echter duidelijk zijn dat de verhouding tussen kerk en overheid inmiddels behoorlijk is gewijzigd. Wat toen noodzakelijk werd gevonden, blijkt nu vervreemdend te werken.

In de 19e eeuw kreeg het debat rond het ondertekeningsformulier een nieuwe dynamiek. De opkomende vrijzinnigheid van de ‘modernen’ probeerde zich ruimte te verschaffen door een iets aangepaste formulering van het formulier, en vooral door een ruimere interpretatie en soepeler handhaving ervan.
Uit reactie daarop hielden de orthodox gereformeerden vast aan de legitimiteit van de oude, strikte tekst. Daarmee werd deze tekst tot kenmerk van de orthodoxie. Het verklaart waarom vrijwel alle gereformeerde kerken van Nederlandse afkomst, ook in andere werelddelen, zich tot in de 21e eeuw nog bedienen van een tekst uit de 17e eeuw. Want juist door deze ongewijzigd te laten gaf men het signaal af niet toe te willen geven aan vrijzinnigheid.
De hierboven weergegeven onvrede rond het ondertekeningsformulier is echter niet bedoeld als een pleidooi voor losbandigheid in de leer, maar komt voort uit het verlangen naar een positieve verwoording van de gereformeerde overtuiging. Naar de beleving van velen wordt die door de huidige tekst van het formulier eerder ingetoomd dan gestimuleerd.

Er worden geen procedures beschreven. Waar dat nodig is, kunnen deze worden opgenomen in de desbetreffende generale regelingen.

De beide invalshoeken voor eventueel bezwaar (bezwaar tegen de belijdenis, bezwaar tegen de betrokken ambtsdrager) worden wel genoemd, maar dan in meer positieve zin.

De ‘zelfvervloeking’ inzake dreigende schorsing wordt niet meer opgenomen. Wanneer de kerken menen dat schorsing of afzetting nodig is, kunnen zij dat oordeel zelf vormen en bekrachtigen, ook wanneer betrokkene daarmee vooraf niet uitdrukkelijk heeft ingestemd.

 

bepalingen om afwijkingen van de belijdenis tegen te gaan is niet meer nodig in deze tijd: in deze tijd werkt een 'pact van vertrouwen' beter dan een 'geest van wantrouwen'. Scherpe formuleringen waren vroeger noodzakelijk, nu werkt het vervreemdend.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bij elk punt van de christelijke leer zijn kerkleden te vinden die er kritische vragen bij stellen. Ook zijn er soms ambtsdragers die zulke vragen met (te) veel begrip, of zelfs met instemming, benaderen. In zo’n situatie blijkt het niet te helpen om een open discussie over deze onderwerpen te verbieden. Zo’n opstelling geeft namelijk de indruk dat de kerken eigenlijk wel weten dat hun belijden op het onderhavige punt niet houdbaar is, maar dat nog niet willen toegeven. Als de kerken in onze tijd willen staan voor ieder stuk van de waarheid, moeten ze dat laten zien door het gesprek daarover rechtuit te durven voeren. Ook het contra-geluid moet daarbij worden gehoord, wil er echt een gesprek op gang kunnen komen. Voor dat contra-geluid kan niet worden volstaan met het citeren van bronnen van buiten de kerken, als het eigenlijk gaat om een binnenkerkelijke discussie. We hebben er de ruimte voor; er is geen overheid die kwaadwillende ambtsdragers de hand boven het hoofd houdt.

 

er moet ruimte komen voor openlijke kritiek op de christelijke leer en dit moet openlijk bediscussieerd kunnen worden.

 

 

 

 

Een benadering van interne vragen en spanningen via het ondertekeningsformulier kan ook leiden tot onnodige polarisatie. Verschillen in benadering, verschillen in accent, ze worden gemakkelijk uitvergroot tot een verschil tussen waarheid en leugen, maar lang niet altijd terecht! Op die manier verwordt het ondertekeningsformulier van middel tot vrede vanwege het ene geloof, tot breekijzer dat de onderlinge verwijdering vergroot. Het is de moeite waard om de tekst zo te herformuleren dat ze onbruikbaar wordt voor een dergelijke sfeer van verdachtmaking.

 

het ondertekeningsformulier moet zo worden herschreven dat ze onbruikbaar wordt voor verdachtmakingen alsof verschillen in benaderingen of accenten gelijk zijn aan verschillen tussen waarheid en leugen.

 

Wij, ondergetekenden, verklaren van harte in te stemmen met de leer van de Bijbel, zoals die door de Gereformeerde Kerken in Nederland wordt beleden in de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Heidelbergse Catechismus en de Dordtse Leerregels.

 

 

we moeten niet willen binden aan de belijdenissen op zich, alleen op de wijze zoals de betreffende kerk die normaliter uitlegt.

 

Tegen het ondertekeningsformulier wordt ook wel ingebracht dat het ons bindt aan confessies die al eeuwen oud zijn. De theologische bezinning is sindsdien verder gegaan, en heeft soms geleid tot nieuwe inzichten (vandaar de schrapping van de woorden uit art. 36 NGB). Het lijkt alsof het formulier deze voortgang miskent; het suggereert dat de belijdenissen van de 16e en 17e eeuw nog steeds de ultieme verwoording vormen van wat wij geloven.
Om dezelfde reden is meermalen geprobeerd om te komen tot het formuleren van nieuwe belijdenissen. Het blijkt echter onmogelijk om te komen tot een tekst die evenveel gezag geniet als de bestaande confessies en die middels een ondertekeningsformulier bindend verklaard zouden kunnen worden.
Wellicht moeten we concluderen dat dergelijke pogingen een anachronisme vormen. Zoals men in de 16e eeuw geen belijdenissen schreef in de trant van de oude oecumenische, maar nieuwe teksten met een nieuwe functie, zo moeten we ook vandaag geen nabootsing zoeken van de belijdenissen van de Reformatie, maar eigentijdse teksten schrijven met een eigentijdse functie.
Maar zoals men in de 16e eeuw de oude oecumenische belijdenissen niet terzijde schoof, maar daarop voortbouwde, zo mogen we ook vandaag de confessies van de Reformatie in ere blijven houden, niet slechts als museumstuk, maar als van blijvende waarde in een kerk die zich voor alle eeuwen bindt aan de ene waarheid van God in Jezus Christus.
Wel is het goed om dan te erkennen dat ‘binding via een ondertekeningsformulier’ typisch past bij die confessies van de (Nadere) Reformatie. De oecumenische belijdenissen waren voor de oude christelijke kerk evenmin vrijblijvend, maar deze verbondenheid kreeg op andere wijze vorm. Bij eventuele nieuwe belijdenissen is niet op voorhand uit te maken hoe hun positie kan worden geformaliseerd; laat de verbondenheid eerst maar groeien.

we moeten vandaag eigentijdse teksten schrijven met een eigentijdse functie, we moeten niet de oude belijdenissen willen nabootsen met hun ouderwetse functie. We mogen er wel op voortbouwen om te laten zien hoe een kerk zich voor alle eeuwen bindt aan de ene waarheid van God in Jezus Christus.

 

 

 

 

 

 

 

Anno 2013 acht ik de tijd gekomen om de vraag te stellen: zijn de drie confessies, die we 'belijdenisgeschriften' noemen, nog geschikt als uitdrukking van eenheid en toetssteen van rechtzinnigheid?
Laatst aangepast op maandag 20 juni 2016 21:11  

Nieuws

Boekaankondiging Gelukkig geen mythe - ds. Rob Visser

Boekaankondiging Gelukkig geen mythe - ds. Rob Visser

Als alles goed is zal half september het boek over Genesis 1-11 beschikbaar zijn. De titel is; Gelukkig geen mythe. In dit boek wordt Genesis 1-11 vers voor vers besproken. Deze hoofdstukken zijn... [More...]

Ds. E. Heres - Lucy of Adam

Een andere 'hermeneutische lens' De aanvallen op het scheppingsgeloof dat gebaseerd is op het geopenbaarde Woord van God worden steeds heftiger.  Het boek dat in deze maanden veel aandacht krijgt... [More...]

De ICRC schorst de GKv als lid

De ICRC schorst de GKv als lid

De ICRC (International Conference of Reformed Churches) te Jordan (Ontaria, Canada) heeft vandaag, 17 juli 2017, besloten om de GKv (Gereformeerde kerken vrijgemaakt) als lid te schorsen... [More...]

Di. Alko Driest, Jan Haveman, Pieter Schelling en Aryjan Hendriks...

UPDATE 20-07-2017 Emeritus ds. Alko Driest en ds. Jan Haveman mailden op 13 juli een brief naar alle kerkenraden in Noord-Nederland met de vraag om in ieder geval tot de eerstkomende Generale... [More...]

Referaat ds. H.G. Gunnink d.d. 12 juli 2017

Voorlichting, bijeenkomst Bedum (Maranathakerk, Grotestraat) De bijgevoegde presentatie is zakelijk van opzet. Daarom is het belangrijk om geen moment te vergeten, dat het gaat over voluit... [More...]

Boekbespreking 'HIJ en wij' - van ds. E. Hoogendoorn

In Weerklank - een gereformeerd maandblad uit de GKN - jaargang 5 nr. 3 schreef ds. E. Hoogendoorn onderstaande boekbespreking van 'HIJ en wij' met de ondertitel ‘Oriëntatie in de actuele situatie... [More...]

Onze ervaring tot hermeneutische sleutels geworden - boekbesprekingen...

Update 14/12: Dr. Hans Burger mailde mij dat in onderstaand artikel de weergave van zijn positie zoals hij die in Cruciaal verwoordt, onjuist is. Ik kom daar nog op terug. CGK Prof.dr. H.J.... [More...]

Enquete

Predikanten, ouderlingen en diakenen zijn in belijdende gereformeerde kerken gebonden aan
 

Nieuwsbrief

Naam:

E-mail:

Gereformeerd?

Grondlijnen in de liturgie (Ds.dr. R.D. Anderson)

Op zijn weblog anderson.modelcrafts.eu vonden we een artikel (laatste wijziging 12 september 2012) van ds. Andersen (FRCA) over de grondlijnen van de liturgie. Enkele citaten: Als inleiding wil ik... [More...]

De GKN zetten het gesprek voort met DGK over functioneren fundament...

De GKN hebben op de Generale Synode d.d. 18 maart 2017 besloten om het oriënterende gesprek met DGK voort te zetten. Nu samen met afgevaardigden van DGK op 17 februari jl. is vastgesteld dat alleen... [More...]

Blijdschap over positief gesprek DGK en GKN 17 februari

Positief gesprek geeft openingen!Op 17 februari 2017 hebben afgevaardigden van DGK (De Gereformeerde Kerken) en GKN (Gereformeerde Kerken Nederland) de tot nu toe gevoerde briefwisseling besproken en... [More...]

Betekenis van het besluit van de GKN over het spreken met de DGK -...

Ik wil graag reageren op wat broeder Trip over dit besluit heeft geschreven. Om zo onnodige obstakels en misverstanden die een eigen leven gaan leiden weg te nemen.   Ook om te laten zien dat de... [More...]

GKN willen uitgestoken hand DGK opnieuw onderzoeken

Een zeer teleurstellend bericht bereikte ons zaterdagavond via de nieuwsbrief van eeninwaarheid.info. De Synode van de GKN heeft besloten om de brief van de GKN aan DGK d.d. 12 maart 2016 toe te... [More...]

De zekerheid van het geloof vs Westminster studie deputaten BBK DGK

In 2014 hebben deputaten BBK (Betrekkingen Buitenlandse Kerken) opdracht gekregen van De Gereformeerde Kerken (DGK) i.c. van de Generale Synode Hasselt 2010-2011 om grondig studie te verrichten... [More...]

Presbyterianisme en de toegang tot het Heilig Avondmaal versus Westminster meerderheidsrapport BBK DGK

Presbyterianisme en de toegang tot het Heilig Avondmaal versus...

. Ds. Bredenhof - sinds maanden een pastor van de FRCA, Tasmania, Australia - is nog steeds bezig om zich in te werken in de Australische context. Onlangs las hij een autobiografie van J. Graham... [More...]

Ketter!

Ketter!

Dr. Wes Bredenhof, predikant van de Australische Gereformeerde Kerken (Launceston, Tasmania), is meer dan eens voor ketter uitgemaakt! Nee, niet door Rooms Katholieken of Moslims, maar... [More...]

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel 2 (1944-1990)

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel...

Versie -16/11: Toegevoegd: deputatenrapport 1967 beoordeling Westminster Confessie door ds. P. van Gurp en ds. C. Stam. PS: Ik heb wel alle Reformatie jaargangen, maar niet het blad Dienst 1957 nr.... [More...]

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel 1 (1834-1944)

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel...

Professor P. Biesterveld die al op 31 jarige leeftijd hoogleraar werd aan de Theologische School in Kampen (1894) en vanaf 1902 aan de Vrije Universiteit te Amsterdam heeft uitvoerig de... [More...]